MEMORIE VAN TOELICHTING

Kamerstukken II 1987-1988, 20 625

Financiering van de volksverzekeringen (Wet premieheffing volksverzekeringen) ¹

1. Redactie: Tijdens de parlementaire behandeling is de citeertitel van deze wet vervangen door: Wet financiering volksverzekeringen. De wet is gepubliceerd in Stb. 1989, 129, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1990 (Stb. 1989, 123).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van Wet betreffende de financiering van de volksverzekeringen (Wet premieheffing volksverzekeringen).
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

's-Gravenhage, 4 juli 1988

 

BEATRIX

 

 

 

Nr.r2 VOORSTEL  VAN  WET

 

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bepalingen betreffende de premieheffing ingevolge de volksverzekeringen te herzien naar aanleiding van het rapport van de commissie tot vereenvoudiging van de loonbelasting en de inkomstenbelasting en deze bepalingen in een afzonderlijke wet onder te brengen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Inleidende bepalingen

 

Art. 1 [1].
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt verstaan onder:
a. volksverzekeringen: de verzekeringen, bedoeld in de onderdelen b tot en met f;
b. algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 6 van de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1985, 181);
c. algemene weduwen- en wezenverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 7 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1965, 429);
d. algemene kinderbijslagverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 6 van de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1);
e. algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de verzekering, bedoeld in artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1967, 655);
f. algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1987, 90).

 

Art. 2 [2].  [MvT]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt verstaan onder:
a. vrijwillige verzekeringen: de verzekeringen, bedoeld in de onderdelen b tot en met d;
b. vrijwillige algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 45 van de Algemene Ouderdomswet;
c. vrijwillige algemene weduwen- en wezenverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 47 van de Algemene Weduwen- en Wezenwet;
d. vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 59a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.

 

Art. 3 [3].  [MvT]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt verstaan onder verzekerde degene die in de zin van de volksverzekeringen verplicht verzekerd is.

 

Art. 4 [4].  [MvT]
Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt onder Onze Minister verstaan: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Art. 5 [5].  [MvT]
Overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, worden de lasten van de volksverzekeringen en de vrijwillige verzekeringen gefinancierd met premie.

 

 

HOOFDSTUK  II

De financiering van de verplichte volksverzekeringen

 

§ 1.  Premieplicht

 

Art. 6 [6].  [MvT]
Premieplichtig voor de volksverzekeringen is de verzekerde.

 

 

§ 2.  Maatstaf

 

Art. 7 [7].  [MvT]
De maatstaf voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen is het premie-inkomen van de premieplichtige.

 

Art. 8 [8].  [MvT + bis]
Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wege van aanslag wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 1964, 519).

 

Art. 9 [9].  [MvT + bis]
Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt onder premie-inkomen verstaan het zuivere loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 1964, 521), met uitzondering van het loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 34a van die wet.

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.