blz. 1  

Kamerstukken II 1996-1997, 25 117

Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Algemene nabestaandenwet en enige andere wetten (aanpassing in verband met gebleken knelpunten en onbillijkheden)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I t/m V
 

 

 

Algemeen

 

     Aanleiding voor dit wetsvoorstel is de constatering dat de invoering van de zogenaamde klokurenbepaling in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw) [zie Regeling klokuren 1998, red.] tot onbedoelde onbillijkheden aanleiding heeft gegeven. Minder personen bleken recht te hebben op kinderbijslag of wezenuitkering dan bedoeld.
     Tot 1 oktober 1995 gold in de AKW de bepaling dat iemand als studerend werd aangemerkt indien ten minste de helft (dat wil zeggen 19 uur of meer per week) van de beschikbare tijd aan onderwijs werd besteed. Met de invoering van de Wet van 29 september 1994, Stb. 1994, 742, tot wijziging van onder meer de Wet op de studiefinanciering tot onder meer invoering van ouderonafhankelijk lenen, enkele andere vereenvoudigingen alsmede tot verlaging van de basisbeurs (Student Op Eigen Benen (STOEB)) is in de Wet op de studiefinanciering (WSF) de norm om als voltijdsstuderende te worden aangemerkt, aangescherpt tot 850 klokuren per jaar. Deze bepaling is, vertaald naar 213 klokuren per kwartaal, gelijktijdig ingevoerd in de AKW om te voorkomen dat er weglek zou optreden van WSF naar AKW. Vervolgens is in de Anw ook bij deze klokurenbepaling aangesloten.
     De klokureneis blijkt echter in sommige gevallen tot onbillijkheden te leiden, namelijk verlies van studiefinanciering, kinderbijslag of wezenuitkering in situaties waarin dit niet is beoogd.
     Voor wat betreft de studiefinanciering heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) in verband met de in dit kader opgetreden onbillijkheden een beleidsregel uitgevaardigd op basis van de hardheidsclausule in de WSF. Op grond van deze beleidsregel kan voor studenten in het eindexamenjaar van een opleiding een lagere norm worden gehanteerd dan de in de WSF opgenomen klokureneis. Ook kunnen op grond van deze beleidsregel stages in de avonduren in bepaalde bedrijfstakken, zoals in de horeca en de verpleging, bij de beoordeling van de klokurennorm worden betrokken.
     Het is wenselijk dat voor de invulling van de klokureneis in de AKW en de Anw wordt aangesloten bij de invulling zoals die door de Minister van OCW gehanteerd wordt, zodat een opleiding die door de Minister van OCW als voltijds wordt aangemerkt ook voor de uitvoering van de AKW en de Anw als voltijds wordt beschouwd. De huidige formulering van de AKW en de Anw (en hiermee samenhangend artikel XII van de Wet van 21  blz. 2  december 1995 tot nadere wijziging van een aantal socialezekerheidswetten (technische verbeteringen in verband met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige andere wijzigingen) (Veegwet 1996) (Stb. 1995, 691) wat ook betrekking heeft op de AKW) geeft hiertoe echter geen mogelijkheid, omdat een hardheidsclausule in deze wetten ontbreekt. In dit wetsvoorstel wordt nu

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.