Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1993-1994, 1994-1995, 23 429.
Handelingen II 1994-1995, blz. 6071-6087, 6109-6134; 1995-1996, blz. 203-204; 343.
Kamerstukken I 1995-1996, 23 429 (34a, 34b, 34c, 35); 1997-1998, 23 429 (297, 297a, 297b).
Handelingen I 1997-1998, blz. 1739-1747, 1751-1757.

 

 

WET van 25 juni 1998, Stb. 1998, 446, tot inwerkingtreding van en aanpassing van wetgeving aan de wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van schulden van natuurlijke personen (Invoeringswet schuldsaneringsregeling natuurlijke personen). Inwerkingtreding: 1 december 1998 (Stb. 1998, 622).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de inwerkingtreding te regelen van de Wet van 25 juni 1998, Stb. 1998, 445, houdende wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van schulden van natuurlijke personen, en met het oog op die inwerkingtreding de wetgeving aan te passen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. XXVIII.
In artikel 61, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt na "aan wie surséance van betaling is verleend," ingevoegd:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.