Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 1998-1999, 25 926.
Handelingen II 1998-1999, blz. 1069.
Kamerstukken I 1998-1999, 25 926 (55, 55a, 55b, 55c)
Handelingen I 1998-1999, zie vergadering d.d. 21 december 1998.

 

 

WET van 24 december 1998, Stb. 1998, 744, tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Beroepswet, de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op de Raad van State, de Wet op de studiefinanciering, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en andere wetten ter verhoging van de opbrengst van de griffierechten (verhoging van de opbrengst van griffierechten). Inwerkingtreding: 15 januari 1999 (Stb. 1998, 745).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de opbrengst van de verschillende vast rechten en griffierechten te doen verhogen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht en Beroepswet relevante artikelen, red.]

 

 

Art. I.
Artikel 8:41, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "ƒ55,00" vervangen door "ƒ60,00" en wordt na subonderdeel 3 een nieuw subonderdeel 4 toegevoegd, luidende:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.