Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 1998-1999, 26 159.
Handelingen II 1998-1999, blz. 3101.
Kamerstukken I 1998-1999, 26 159 (188).
Handelingen I 1998-1999, blz. 735.

 

 

WET van 25 februari 1999, Stb. 1999, 134, tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de voogdij over de minderjarige Koning. Inwerkingtreding: 25 maart 1999.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de Wet van 23 februari 1998 (Stb. 1998, 122) heeft verklaard dat er grond bestaat het daarbij vastgestelde voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de voogdij over de minderjarige Koning;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
De Grondwet ondergaat de in artikel II omschreven verandering.

 

Art. II.
In de Grondwet wordt de eerste volzin van artikel 34 vervangen door:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.