BESLUIT van 7 juni 1999, Stb. 1999, 241, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 12 mei 1999, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen (Stb. 1999, 214)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 1 juni 1999, nr. CW99/U70131, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
     Gelet op artikel VI van de Wet van 12 mei 1999, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen (Stb. 1999, 214);

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Enig artikel.
De Wet van 12 mei 1999, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met een regeling over de behandeling van klachten door bestuursorganen (Stb. 1999, 214), treedt in werking met ingang van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.