Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1997-1998, 1998-1999, 25 311.
Handelingen II 1998-1999, blz. 2997-3034, 3298-3300, 3390.
Kamerstukken I 1998-1999, 25 311 (207, 207a, 207b, 207c, 207d, 207e).
Handelingen I 1998-1999, zie vergadering d.d. 29 juni 1999.

 

 

WET van 1 juli 1999, Stb. 1999, 302, houdende wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Inwerkingtreding: 3 april 2000 (Stb. 2000, 7).

 

     Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet op de Ruimtelijke Ordening aan te passen aan de uitkomsten van de evaluatie en voorts op enige andere punten te repareren;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht relevante artikelen, red.]

 

 

Art. V.
Onderdeel C van de bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd.
1. Het gestelde onder 1 komt te luiden:
1. Onteigeningswet, behoudens het besluit tot weigering van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder 2°.
2. Het gestelde onder 2 komt te luiden:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.