blz. 1  

Kamerstukken II 1998-1999, 26 435

Wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met de tweede evaluatie van die wet

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Doelstellingen
3 Decentralisatie van de woningaanpassingen
4 Wvg-indicatiestelling
5 Afbakeningsproblematiek
6 Cliëntenparticipatie
7 Informatievoorziening
8 Gevolgen voor de uitvoering
9 Financiële aspecten
xArtikelsgewijs
xx Artikel I
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     In zijn standpunt op de tweede evaluatie van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) geeft het kabinet een beoordeling op hoofdlijnen van drie jaar uitvoering van de Wvg door gemeenten (Kamerstukken II 1997-1998, 25 847, nr. 1). De Wvg is op 1 april 1994 van kracht geworden. Gemeenten hebben de zorgplicht gekregen voor het verlenen van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen aan in de gemeente wonende gehandicapten voor de deelneming aan het maatschappelijk verkeer.
     Het kabinet is overwegend positief over de wet en de manier waarop de gemeenten de Wvg hebben ingevuld. Er is een groot aantal voorzieningen verstrekt aan ouderen en gehandicapten. De Wvg-cliënten zijn voor het overgrote deel tevreden over de Wvg-voorzieningen.
     Dit neemt niet weg dat er bij de tweede evaluatie ook problemen zijn geconstateerd, waarvoor in het kabinetsstandpunt verbeteringen zijn voorgesteld. Op een aantal terreinen is een wijziging van de wet noodzakelijk. De Tweede Kamer heeft na een algemeen overleg op 18 maart 1998, met enkele aanpassingen, ingestemd met het kabinetsstandpunt.

 

2. Doelstellingen


     De voorgestelde maatregelen vragen om een aanpassing van de Wvg met betrekking tot de hieronder genoemde punten:
a. decentralisatie naar gemeenten van de woningaanpassingen waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan ƒ45 000,-, zodat gemeenten de zorgplicht krijgen voor alle woningaanpassingen;
b. een wettelijke basis creëren voor medebekostiging door het Rijk van woningaanpassingen waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan ƒ45 000,- om de budgettaire risico’s van gemeenten te beperken;
c. een wettelijke basis creëren voor de financiering, die thans nog op grond van de Tijdelijke bijdrageregeling AWBZ-gemeenten plaatsvindt;
d. de indicatiestelling van deze woningaanpassingen, door middel van een verplichte advisering aan het gemeentebestuur, onder te brengen  blz. 2  bij de Regionale Indicatieorganen om de doelmatigheid en doeltreffendheid bij de uitvoering van de Wvg te vergroten;
e. het opnemen in de wet van de uitraasruimten als een Wvg-voorziening om

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.