Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN AA3977
ECLI: ECLI:NL:RBZUT:1999:AA3977
Instantie: Centrale Raad van Beroep
Soort procedure: beroep
Zaaknummer: 98/1320 NABW
Datum uitspraak: 22 maart 1999
Wetsartikelen: artt. 78 Abw (= 58 Wwb) / 1:3 en 8:72 Awb
Trefwoorden: vermogen; erfenis; terugvordering; mededeling; feitelijke handeling; rechtshandeling; rechtsgevolg; bezwaar; niet-ontvankelijk
Essentie: Onterechte ongerondverklaring bezwaar, omdat de mededeling van toekomstige terugvordering van bijstand geen besluit maar een feitelijke handeling is, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk is.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer Rechtbank Zutphen 98/1320 NABW




PROCES-VERBAAL VAN MONDELINGE UITSPRAAK




in het geschil tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk, verweerder.




1. Bestreden besluit


Besluit van verweerder van 17 november 1998 tot ongegrondverklaring van het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 17 juli 1998, waarbij verweerder:
heeft beslist tot ongewijzigde voortzetting van de aan eiseres verstrekte bijstandsuitkering zolang zij niet daadwerkelijk over de nalatenschap van haar ouders kan beschikken;
heeft medegedeeld dat de verstrekte bijstand zal worden teruggevorderd vanaf de ingangsdatum van de uitkering, voor zover het bedrag dat uit de erfenis beschikbaar komt toereikend is.




2. Gronden


Ingevolge artikel 7:1 in verbinding met artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan bezwaar worden gemaakt tegen een besluit. Ingevolge artikel 1:3 Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Het bezwaarschrift van eiseres was uitsluitend gericht tegen de mededeling van verweerder dat de verstrekte bijstand zal worden teruggevorderd vanaf de ingangsdatum van de uitkering, voor zover het bedrag dat uit de erfenis beschikbaar komt toereikend is.

Deze mededeling bevat niet een besluit tot terugvordering van bijstand, doch slechts de aankondiging van het voornemen tot terugvordering op enig moment in de toekomst, wanneer het bedrag uit de erfenis beschikbaar zal zijn gekomen. Uit deze aankondiging vloeien geen rechten of verplichtingen voort.

De mededeling is derhalve van feitelijke aard en niet gericht op enig rechtsgevolg, zodat geen sprake is van een rechtshandeling. Het bezwaarschrift was dus niet gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Dit betekent dat verweerder het bezwaarschrift niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven.

De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.

Er zijn termen aanwezig voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van eiseres. Ter zake van rechtsbijstand wordt 1 punt toegekend met een gewichtsfactor 1.




3. Beslissing


De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
verklaart het bezwaarschrift van eiseres alsnog niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
gelast verweerders gemeente het betaalde griffierecht van ƒ55,- aan eiseres te vergoeden;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van ƒ710,-, te betalen door verweerders gemeente.

Deze uitspraak is gedaan op 22 maart 1999.

Waarvan proces-verbaal,

H. de Groot, griffier, Mr. K. van Duyvendijk, rechter,




Afschrift verzonden:




Binnen zes weken na deze datum staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.