Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN AB0236
ECLI: ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0236
Instantie: Rechtbank Groningen
Soort procedure: beroep
Zaaknummer: AWB 00/1226 NABW V04
Datum uitspraak: 22 februari 2001
Wetsartikelen: artt. 6.2, 7:10, 7:13, 8:1 en 8:54 Awb
Trefwoorden: niet tijdig genomen besluit op bezwaar; onbevoegdverklaring rechtbank; verlenging beslistermijn
Essentie: Onbevoegdverklaring rechtbank wegens het ontbreken van een besluit nu geen sprake is van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit. Eisers ingewilligde verzoek om uitstel van de hoorzitting leidt redelijkerwijs tot verlenging van de beslistermijn, zodat nog tijdig op het bezwaar kan worden beslist.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer Rechtbank Groningen AWB 00/1226 NABW V04




U I T S P R A A K




inzake het geschil tussen:

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
gemachtigde: mr. J.Th. Waterman,

en

burgemeester en wethouders van de gemeente Reiderland, verweerders,
gemachtigde: F.J. Klein, sectorhoofd burgerzaken.




1. Procesverloop


Verweerders hebben bij besluit van 18 augustus 2000, nr. 05.GJ.630, verzonden op 21 augustus 2000, het recht op uitkering van eiser op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) vanaf 24 juli 2000 herzien.

Eiser heeft tegen dit besluit op 1 september 2000 op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een bezwaarschrift ingediend.

Bij beroepschrift van 11 december 2000 heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerders op het bezwaarschrift.

Bij brief van 13 december 2000 heeft de rechtbank partijen medegedeeld dat de zaak verder met toepassing van afdeling 8.2.3 Awb versneld wordt behandeld.

Verweerders hebben op 22 december 2000 een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 1 februari 2001 heeft de rechtbank eiser gevraagd om een reactie op het verweerschrift.

Eiser heeft op 7 februari 2001 een nadere reactie ingezonden.

Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, door de griffier aan partijen toegezonden.




2. Rechtsoverwegingen


Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijk gesteld het niet tijdig nemen van een besluit.
Ingevolge artikel 7:10, eerste lid, Awb beslist een bestuursorgaan op een bij hem ingediend bezwaarschrift binnen zes weken of, indien een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb is ingesteld, binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
Krachtens artikel 7:10, tweede lid, Awb wordt de termijn opgeschort met ingang van de dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 Awb te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

De rechtbank stelt vast dat verweerders bij besluit van 18 augustus 2000 eisers recht op bijstandsuitkering vanaf 24 juli 2000 hebben herzien.
Eiser heeft tegen dit besluit bij bezwaarschrift van 1 september 2000 bezwaar gemaakt.

Niet is gebleken dat verweerders gebruik hebben gemaakt van de hen in artikel 7:10, derde lid, Awb gegeven bevoegdheid om hun beslissing op het bezwaarschrift van eiser te verdagen. Ook van uitstel met instemming van eiser als bedoeld in het vierde lid van artikel 7:10 Awb is niet gebleken.

Gelet hierop en in aanmerking genomen dat in de gemeente Reiderland ter zake van de behandeling van bezwaarschriften op grond van de Abw een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb is ingesteld, hadden verweerders uiterlijk op 10 november 2000 op het bezwaarschrift van eiser van 1 september 2000 dienen te beslissen.

Evenwel heeft de rechtbank uit de stukken, het verweerschrift en de reactie van eiser(s gemachtigde) daarop gedestilleerd dat eiser, uitgenodigd zijnde om op 18 oktober 2000 met betrekking tot het door hem ingediende bezwaar te worden gehoord, verweerders heeft verzocht om in november 2000 te worden gehoord.
Verweerders hebben eisers verzoek ingewilligd en hem op 22 november 2000 gehoord.

Dit zo zijnde is de rechtbank van oordeel dat verweerders bezwaarlijk eraan konden worden gehouden hun besluit op het bezwaar van eiser te nemen binnen de in artikel 7:10 Awb genoemde termijnen (van orde).

Gelet op het door eiser aan verweerders gedane verzoek om uitstel van de hoorzitting en de omstandigheid dat als gevolg van dit verzoek de hoorzitting vijf weken later heeft plaatsgevonden dan door verweerders was gepland, acht de rechtbank het niet meer dan redelijk dat de eerder genoemde uiterste datum om op het bezwaar te beslissen eveneens met vijf weken wordt verlengd.
Anders gezegd: het is niet onredelijk om eisers verzoek aan verweerders om uitstel van de hoorzitting aan te merken als een instemming als bedoeld in het vierde lid van artikel 7:10 Awb.

Het vorenoverwogene betekent dat verweerders niet op uiterlijk 10 november 2000, maar op uiterlijk 15 december 2000 op het bezwaar dienden te beslissen.

Eiser heeft bij brief van 11 december 2000 - bij de rechtbank ingekomen op 12 december 2000 - beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerders op het bezwaarschrift van 1 september 2000.

Op grond van het vorenstaande moet worden vastgesteld dat er ten tijde van het instellen van beroep geen sprake was van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiser.
Nu in artikel 8:1 Awb is bepaald dat (slechts) tegen een besluit bij de rechtbank beroep kan worden ingesteld, moet de rechtbank oordelen dat zij niet bevoegd is van het onderhavige beroep kennis te nemen.

Voortzetting van het onderzoek is niet nodig. De rechtbank doet op de voet van artikel 8:54 Awb direct uitspraak in dit geschil.




3. Beslissing


De arrondissementsrechtbank te Groningen, sector Bestuursrecht, enkelvoudige kamer,

recht doende:

verklaart zich onbevoegd.

Aldus gegeven door mr. P.H.M. Smeets, rechter, en in het openbaar door hem uitgesproken
op 22 februari 2001, in tegenwoordigheid van H.H. Janssens als griffier.

De griffier, wnd., De rechter,




Afschrift verzonden op: 22 februari 2001.




De rechtbank wijst erop dat partijen en andere belanghebbenden op grond van artikel 8:55, eerste lid, Awb binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen verzet kunnen instellen bij de rechtbank. Indien men ter zake van het verzet wenst te worden gehoord, dient men dit in het verzetschrift te vermelden.