Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN AB1797
ECLI: ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1797
Instantie: Rechtbank Groningen
Soort procedure: beroep
Zaaknummer: AWB 00/608 NABW V06
Datum uitspraak: 21 maart 2001
Wetsartikelen: artt. 69 en 81 Abw (= 54 en 58 Wwb)
Trefwoorden: bijstandsnorm; toepasselijke bijstandsnorm; onjuiste leeftijd; herziening bijstand; terugvordering; inschrijving in GBA; persoonsgegevens
Essentie: Terechte herziening en terugvordering van bijstand wegens toepassing van de onjuiste bijstandsnorm, omdat betrokkene niet in 1967, maar in 1978 is geboren en derhalve niet de norm voor een alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder van toepassing is, maar die voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar. De gegevens in de GBA zijn niet zonder meer doorslaggevend.

Transponeringstabel Abw naar Wwb

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer Rechtbank Groningen AWB 00/608 NABW V06




U I T S P R A A K




inzake het geschil tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
gemachtigde: mr. S.S. Ilahi,

en

burgemeester en wethouders van de gemeente Appingedam, verweerders,
gemachtigde: A. Jager.




1. Procesverloop


Verweerders hebben bij besluit van 12 april 2000, verzonden op 17 april 2000, het bezwaar van eiseres van 26 oktober 1999 tegen hun besluit van 7 september 1999, waarbij haar uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) over de periode van 1 september 1996 tot 19 april 1999 is herzien, ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit bij beroepschrift van 29 mei 2000 op nader in het beroepschrift aangegeven gronden beroep ingesteld.

Verweerders hebben op 5 september 2000 de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden en een verweerschrift ingediend.

Afschriften van de gedingstukken zijn, voor zover niet door hen ingediend, door de griffier aan partijen toegezonden.

Het geschil is behandeld ter zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank van 9 maart 2001.
Voor eiseres is aldaar haar gemachtigde, mr. S.S. Ilahi, verschenen.
Verweerders hebben zich doen vertegenwoordigen door A. Jager.




2. Rechtsoverwegingen



Feiten en standpunten van partijen

Bij besluit van verweerders van 7 oktober 1996 is eiseres met ingang van 1 september 1996 een bijstandsuitkering toegekend naar de norm voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar. Eiseres stond ten tijde van dit besluit in de gemeentelijke basisadministratie van Appingedam ingeschreven onder de naam [GBA-naam], geboren [datum] 1967, doch zij gaf verweerders aan in werkelijkheid te zijn [eiseres], geboren [datum] 1978. Verweerders zijn bij het toekennen van de uitkering uitgegaan van de door haar zelf aangedragen persoonsgegevens.

Na een verzoek hiertoe door de gemachtigde van eiseres hebben verweerders bij besluit van 30 september 1998 de uitkering van eiseres vanaf 1 september 1996 herzien. De bijstandsuitkering is op basis van de persoonsgegevens opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie voortgezet naar de norm voor een alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder. Tevens hebben verweerders een nabetaling aan eiseres verricht.

Na een door eiseres gestarte gerechtelijke procedure met als inzet de wijziging van haar persoonsgegevens is eiseres per 19 april 1999 in de basisadministratie van de gemeente Appingedam ingeschreven als [eiseres], geboren [datum] 1978.
Naar aanleiding hiervan hebben verweerders bij besluit van 26 mei 1999 de uitkering van eiseres aldus herzien dat deze vanaf 19 april 1999 tot 15 mei 1999 is voortgezet naar de norm voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar. Verweerders hebben vervolgens bij beschikking van 7 september 1999 de uitkering van eiseres over de periode van 1 september 1996 tot 19 april 1999 herzien; eiseres had volgens verweerders over deze periode recht op een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar, terwijl haar uitkering was gebaseerd op een leeftijd van 21 jaar of ouder. Verweerders hebben bij dit laatste besluit tevens aangekondigd de te veel ontvangen bijstand te zullen terugvorderen.

Eiseres heeft tegen het besluit van 7 september 1999 op 26 oktober 1999 een bezwaarschrift ingediend.

Op 23 februari 2000 is eiseres gehoord door de bezwaarschriftencommissie, waarna deze verweerders heeft geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren.

Verweerders hebben bij hun thans bestreden besluit het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres kan zich hier niet mee verenigen en heeft naar voren gebracht dat verweerders - zoals zij zelf ook stellen - voor de uitvoering van de Abw dienen uit te gaan van de in de basisadministratie vastgelegde gegevens. Nu de persoonsgegevens van eiseres in de basisadministratie niet met terugwerkende kracht zijn gewijzigd, heeft eiseres over de periode van 1 september 1996 tot 19 april 1999 terecht een uitkering ontvangen naar de norm voor een alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder.

Verweerders stellen zich op het standpunt dat de uitkering van eiseres terecht is herzien vanaf 1 september 1996, daar er bij de uitvoering van de Abw niet kan worden uitgegaan van verschillende geboortedata bij een en dezelfde persoon.



Wettelijk kader

Op 1 juli 1997 is, voor zover het de Abw betreft, de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (hierna: de Wet BMT) in werking getreden. Daarbij zijn verschillende bepalingen van de Abw gewijzigd.

In artikel XVI, eerste lid, van de Wet BMT is bepaald dat in de bevoegdheid van de gemeenten tot weigering van uitkering wegens gedragingen die hebben plaatsgevonden vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, alsmede in de bevoegdheid tot terugvordering en verrekening van hetgeen vóór die datum onverschuldigd is betaald, geen wijziging wordt gebracht.

Aangezien het onderhavige geschil zich uitstrekt over de periode van 1 september 1996 tot 19 april 1999 zijn op dit geschil achtereenvolgens van toepassing de bepalingen van de Abw, zoals deze luidden tot 1 juli 1997, en de bepalingen van de Abw, zoals deze luiden vanaf 1 juli 1997.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, Abw, heeft iedere Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, recht op bijstand van overheidswege.

Artikel 29, tweede lid, onderdeel a, Abw geeft de hoogte van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar.
Artikel 30, eerste lid, onderdeel b, Abw geeft de hoogte van de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder.

Op grond van artikel 69, derde lid, aanhef en onder b, zoals dit sinds 1 juli 1997 luidt, herzien burgemeester en wethouders een besluit tot toekenning van bijstand of trekken zij dat in indien de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.



Beoordeling van het geschil

Verweerders hebben de uitkering van eiseres over de periode van 1 september 1996 tot 19 april 1999 herzien naar aanleiding van het wijzigen van haar geboortedatum in de persoonsgegevens van de gemeentelijke basisadministratie per 19 april 1999. Vaststaat dat eiseres gedurende deze periode ten onrechte in de basisadministratie stond ingeschreven als [GBA-naam], geboren [datum] 1967. Er moet voorts van worden uitgegaan dat de thans opgenomen persoonsgegevens - waarbij als geboortedatum [datum] 1978 is vermeld - de juiste zijn; eiseres heeft hierover onder ede een verklaring afgelegd, welke is aan te merken als een brondocument als bedoeld in de Wet op de gemeentelijke basisadministratie.

De uitkering die eiseres in de periode van 1 september 1996 tot 19 april 1999 heeft ontvangen, correspondeert met haar leeftijd zoals die gedurende deze periode was opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie. Nu echter voor de toepassing van de Abw de gegevens in de basisadministratie niet zonder meer doorslaggevend zijn en in casu is komen vast te staan dat de geboortedatum vermeld in de basisadministratie niet haar werkelijke geboortedatum was, hebben verweerders de uitkering van eiseres voor de betreffende periode op goede gronden herzien.

Het beroep van eiseres moet daarom ongegrond worden verklaard.




3. Beslissing


De arrondissementsrechtbank te Groningen, sector Bestuursrecht, enkelvoudige kamer,

recht doende:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. B.J.H. Hofstee, rechter, en in het openbaar door deze uitgesproken op 21 maart 2001, in tegenwoordigheid van G. Rammeloo als griffier.

De griffier, wnd., De rechter,




Afschrift verzonden op: 21 maart 2001.




De rechtbank wijst erop dat partijen en andere belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen hoger beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA in Utrecht.