Zie ook:
- Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid (ILO-Verdrag nr. 105)

- Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid (ILO-Verdrag nr. 29)

 

 

Nederlandse vertaling:

 

Protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, 1930

 

Preambule

     De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

     Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar 103e zitting op 28 mei 2014, en

     Erkennend dat het verbod van gedwongen of verplichte arbeid deel uitmaakt van het corpus van fundamentele rechten en dat gedwongen of verplichte arbeid de mensenrechten schendt en de waardigheid van miljoenen vrouwen en mannen, meisjes en jongens, aantast, bijdraagt aan het voortbestaan van armoede en de verwezenlijking van fatsoenlijk werk voor een ieder in de weg staat, en

     De cruciale rol erkennend van het Verdrag betreffende gedwongen of verplichte arbeid, 1930 (nr. 29), hierna te noemen „het Verdrag” en van het Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (nr. 105) bij de bestrijding van alle vormen van gedwongen of verplichte arbeid, maar daarbij aantekenend dat de lacunes in de uitvoering ervan aanvullende maatregelen vergen, en

     In herinnering brengend dat de omschrijving van gedwongen of verplichte arbeid volgens artikel 2 van het Verdrag betrekking heeft op gedwongen of verplichte arbeid in al zijn vormen en gedaanten en zonder onderscheid van toepassing is op alle mensen, en

     De noodzaak benadrukkend van de uitbanning van gedwongen en verplichte arbeid in al zijn vormen en gedaanten, en

     In herinnering brengend de verplichting van Leden die het Verdrag hebben bekrachtigd gedwongen of verplichte arbeid strafbaar te stellen en te waarborgen dat de wettelijk voorgeschreven sancties daadwerkelijk adequaat zijn en strikt ten uitvoer worden gelegd, en

     Erop wijzend dat de overgangsperiode voorzien in het Verdrag is verstreken en dat de bepalingen van artikel 1, tweede en derde lid, en de artikelen 3 tot en met 24 niet langer van toepassing zijn, en

     Erkennend dat de context en vormen van gedwongen of verplichte arbeid veranderd zijn en dat mensenhandel ten behoeve van gedwongen of verplichte arbeid, die gepaard kan gaan met seksuele uitbuiting, onderwerp is van toenemende internationale bezorgdheid en urgente maatregelen vergt teneinde deze daadwerkelijk uit te bannen, en

     Vaststellend dat steeds meer arbeiders in een situatie van gedwongen of verplichte arbeid in de private economie verkeren, dat bepaalde sectoren van de economie bijzonder kwetsbaar zijn en dat bepaalde groepen arbeiders een groter risico lopen het slachtoffer te worden van gedwongen of verplichte arbeid, migranten in het bijzonder, en

     Opmerkend dat effectieve en aanhoudende bestrijding van gedwongen of verplichte arbeid bijdraagt aan zowel het waarborgen van eerlijke concurrentie tussen werkgevers als aan de bescherming van arbeiders, en

     In herinnering brengend de relevante internationale arbeidsnormen waaronder in het bijzonder het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948 (nr. 87), het Verdrag betreffende de toepassing van de beginselen van het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949 (nr. 98), het Verdrag betreffende gelijke beloning, 1951 (nr. 100), het Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep, 1958 (nr. 111), het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 (nr. 138), het Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (nr. 182), het Verdrag betreffende migrerende arbeiders (herzien), 1949 (nr. 97), het Verdrag betreffende misstanden bij migratie (Aanvullende bepalingen), 1975 (nr. 143), het Verdrag inzake huishoudelijk personeel, 2011 (nr. 189), het Verdrag betreffende particuliere bureaus voor arbeidsbemiddeling, 1997 (nr. 181), het Verdrag betreffende de Arbeidsinspectie, 1947 (nr. 81), het Verdrag betreffende de arbeidsinspectie (landbouw), 1969 (nr. 129) alsmede de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake de fundamentele beginselen en rechten in verband met werk, 1998, en de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie inzake sociale rechtvaardigheid voor eerlijke globalisering (2008), en

     Voorts gelet op andere relevante internationale instrumenten, in het bijzonder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966), het Verdrag inzake de slavernij (1926), het Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken (1956), het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (2000), het Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel (2000), het Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht (2000), het Internationaal Verdrag inzake bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden (1990), het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (1984), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (1979) en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2006), en

     Besloten hebbend tot het aannemen van bepaalde voorstellen voor het aanpakken van lacunes in de uitvoering van het Verdrag en na opnieuw te hebben bevestigd dat maatregelen ter voorkoming, bescherming alsmede rechtsmiddelen zoals schadevergoeding en rehabilitatie, nodig zijn teneinde te bewerkstelligen dat gedwongen of verplichte arbeid effectief en aanhoudend wordt bestreden uit hoofde van het vierde punt op de agenda van de zitting, en

     Vastgesteld hebbend dat deze voorstellen de vorm dienen te krijgen van een Protocol bij het Verdrag;

     Neemt de elfde juni tweeduizend veertien het volgende protocol aan dat kan worden aangehaald als het Protocol van 2014 bij het Verdrag inzake de gedwongen of verplichte arbeid, 1930.

 

Artikel 1

  • 1 Bij de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van het Verdrag tot bestrijding van gedwongen of verplichte arbeid treft elk Lid effectieve maatregelen teneinde het gebruik ervan te voorkomen en uit te bannen, slachtoffers bescherming en toegang tot passende en effectieve rechtsmiddelen zoals schadeloosstelling te bieden, en degenen die verantwoordelijk zijn voor de gedwongen of verplichte arbeid te bestraffen.

  • 2 Elk Lid werkt in overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties nationaal beleid en een actieplan uit voor de effectieve en aanhoudende bestrijding van gedwongen of verplichte arbeid hetgeen gepaard gaat met systematische activiteiten van de bevoegde autoriteiten en, indien van toepassing, met afstemming met de werkgevers- en werknemersorganisaties alsmede andere betrokken groepen.

  • 3 De omschrijving van gedwongen of verplichte arbeid vervat in het Verdrag wordt opnieuw bevestigd en de maatregelen waarnaar dit Protocol verwijst omvatten bijgevolg specifieke activiteiten tegen mensenhandel met het oogmerk van gedwongen of verplichte arbeid.

Article 2

De te nemen maatregelen ter bestrijding van gedwongen of verplichte arbeid omvatten:

  • a. voorlichten en informeren van mensen, in het bijzonder degenen die bijzonder kwetsbaar worden geacht, teneinde te voorkomen dat zij het slachtoffer worden van gedwongen of verplichte arbeid;

  • b. voorlichten en informeren van werkgevers teneinde te voorkomen dat zij betrokken raken bij praktijken met gedwongen of verplichte arbeid;

  • c. verrichten van inspanningen teneinde te waarborgen dat:

    • i. de reikwijdte en handhaving van wetgeving die relevant is voor het voorkomen van gedwongen of verplichte arbeid, met inbegrip van arbeidsrecht indien van toepassing, zich uitstrekken tot alle arbeiders en alle sectoren van de economie; en

    • ii. de diensten voor de arbeidsinspectie en andere diensten belast met de handhaving van deze wetgeving worden versterkt;

  • d. beschermen van personen, en migrerende arbeiders in het bijzonder, tegen mogelijk misbruik en frauduleuze praktijken bij het wervings- en plaatsingsproces;

  • e. ondersteunen van gepaste zorgvuldigheid in zowel de private als de publieke sector ter voorkoming van en in reactie op gevaren van gedwongen of verplichte arbeid; en

  • f. aanpakken van de onderliggende oorzaken en factoren die gedwongen of verplichte arbeid in de hand werken.

Artikel 3

Elk Lid neemt effectieve maatregelen voor de identificatie, bevrijding, bescherming, herstel en rehabilitatie van alle slachtoffers van gedwongen of verplichte arbeid, alsmede voor het verschaffen van andere vormen van bijstand en ondersteuning.

Artikel 4

  • 1 Elk Lid ziet erop toe dat alle slachtoffers van gedwongen of verplichte arbeid, ongeacht hun aanwezigheid of wettelijke status op het nationale grondgebied, toegang krijgen tot passende en effectieve rechtsmiddelen, zoals schadeloosstelling.

  • 2 Elk Lid treft in overeenstemming met de grondbeginselen van zijn rechtsorde, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten gerechtigd zijn om slachtoffers van gedwongen of verplichte arbeid niet te vervolgen of te bestraffen wegens gedwongen betrokkenheid bij wederrechtelijke activiteiten die een rechtstreeks gevolg is van de gedwongen of verplichte arbeid.

Artikel 5

De Leden werken met elkaar samen teneinde te waarborgen dat alle vormen van gedwongen of verplichte arbeid worden voorkomen en uitgebannen.

Artikel 6

De maatregelen genomen voor de toepassing van dit Protocol en van het Verdrag worden vastgesteld via de nationale wet- of regelgeving of door de bevoegde autoriteit na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties.

Artikel 7

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid; Genève, 28 juni 1930]

Artikel 8

  • 1 Een Lid kan dit Protocol op het tijdstip van of te allen tijde na de bekrachtiging van het Verdrag bekrachtigen door zijn formele bekrachtiging voor registratie mede te delen aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.

  • 2 Het Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd. Daarna treedt dit Protocol voor een Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd en is het Verdrag met inbegrip van de artikelen 1 tot met 7 van dit Protocol bindend voor het desbetreffende Lid.

Artikel 9

  • 1 Een Lid dat dit Protocol heeft bekrachtigd kan het Protocol zodra het Verdrag overeenkomstig artikel 30 van het Verdrag kan worden opgezegd, te allen tijde opzeggen door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde akte.

  • 2 Opzegging van het Verdrag overeenkomstig artikel 30 of 32 van het Verdrag houdt van rechtswege opzegging in van het Protocol.

  • 3 Opzegging overeenkomstig het eerste of tweede lid van dit artikel wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.

Artikel 10

  • 1 De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.

  • 2 Bij kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Protocol in werking treedt.

Artikel 11

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met het bepaalde in artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties, van alle bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen die door de Directeur-Generaal worden geregistreerd.

Artikel 12

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.

 

 

 

Authentieke Engelse tekst:

 

Protocol of 2014 to the Forced Labour Convention, 1930

 

Preamble

     The General Conference of the International Labour Organization,

     Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its 103rd Session on 28 May 2014, and

     Recognizing that the prohibition of forced or compulsory labour forms part of the body of fundamental rights, and that forced or compulsory labour violates the human rights and dignity of millions of women and men, girls and boys, contributes to the perpetuation of poverty and stands in the way of the achievement of decent work for all, and

     Recognizing the vital role played by the Forced Labour Convention, 1930 (No. 29), hereinafter referred to as "the Convention", and the Abolition of Forced Labour Convention, 1957 (No. 105), in combating all forms of forced or compulsory labour, but that gaps in their implementation call for additional measures, and

     Recalling that the definition of forced or compulsory labour under Article 2 of the Convention covers forced or compulsory labour in all its forms and manifestations and is applicable to all human beings without distinction, and

     Emphasizing the urgency of eliminating forced and compulsory labour in all its forms and manifestations, and

     Recalling the obligation of Members that have ratified the Convention to make forced or compulsory labour punishable as a penal offence, and to ensure that the penalties imposed by law are really adequate and are strictly enforced, and

     Noting that the transitional period provided for in the Convention has expired, and the provisions of Article 1, paragraphs 2 and 3, and Articles 3 to 24 are no longer applicable, and

     Recognizing that the context and forms of forced or compulsory labour have changed and trafficking in persons for the purposes of forced or compulsory labour, which may involve sexual exploitation, is the subject of growing international concern and requires urgent action for its effective elimination, and

     Noting that there is an increased number of workers who are in forced or compulsory labour in the private economy, that certain sectors of the economy are particularly vulnerable, and that certain groups of workers have a higher risk of becoming victims of forced or compulsory labour, especially migrants, and

     Noting that the effective and sustained suppression of forced or compulsory labour contributes to ensuring fair competition among employers as well as protection for workers, and

     Recalling the relevant international labour standards, including, in particular, the Freedom of Association and Protection of the Right to Organise Convention, 1948 (No. 87), the Right to Organise and Collective Bargaining Convention, 1949 (No. 98), the Equal Remuneration Convention, 1951 (No. 100), the Discrimination (Employment and Occupation) Convention, 1958 (No. 111), the Minimum Age Convention, 1973 (No. 138), the Worst Forms of Child Labour Convention, 1999 (No. 182), the Migration for Employment Convention (Revised), 1949 (No. 97), the Migrant Workers (Supplementary Provisions) Convention, 1975 (No. 143), the Domestic Workers Convention, 2011 (No. 189), the Private Employment Agencies Convention, 1997 (No. 181), the Labour Inspection Convention, 1947 (No. 81), the Labour Inspection (Agriculture) Convention, 1969 (No. 129), as well as the ILO Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work (1998), and the ILO Declaration on Social Justice for a Fair Globalization (2008), and

     Noting other relevant international instruments, in particular the Universal Declaration of Human Rights (1948), the International Covenant on Civil and Political Rights (1966), the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights (1966), the Slavery Convention (1926), the Supplementary Convention on the Abolition of Slavery, the Slave Trade, and Institutions and Practices Similar to Slavery (1956), the United Nations Convention against Transnational Organized Crime (2000), the Protocol to Prevent, Suppress and Punish Trafficking in Persons, especially Women and Children (2000), the Protocol against the Smuggling of Migrants by Land, Sea and Air (2000), the International Convention on the Protection of the Rights of All Migrant Workers and Members of Their Families (1990), the Convention against Torture and Other Cruel, Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (1984), the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (1979), and the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (2006), and

     Having decided upon the adoption of certain proposals to address gaps in implementation of the Convention, and reaffirmed that measures of prevention, protection, and remedies, such as compensation and rehabilitation, are necessary to achieve the effective and sustained suppression of forced or compulsory labour, pursuant to the fourth item on the agenda of the session, and

     Having determined that these proposals shall take the form of a Protocol to the Convention;

     adopts this eleventh day of June two thousand and fourteen the following Protocol, which may be cited as the Protocol of 2014 to the Forced Labour Convention, 1930.

 

Article 1

  • 1 In giving effect to its obligations under the Convention to suppress forced or compulsory labour, each Member shall take effective measures to prevent and eliminate its use, to provide to victims protection and access to appropriate and effective remedies, such as compensation, and to sanction the perpetrators of forced or compulsory labour.

  • 2 Each Member shall develop a national policy and plan of action for the effective and sustained suppression of forced or compulsory labour in consultation with employers’ and workers’ organizations, which shall involve systematic action by the competent authorities and, as appropriate, in coordination with employers’ and workers’ organizations, as well as with other groups concerned.

  • 3 The definition of forced or compulsory labour contained in the Convention is reaffirmed, and therefore the measures referred to in this Protocol shall include specific action against trafficking in persons for the purposes of forced or compulsory labour.

Article 2

The measures to be taken for the prevention of forced or compulsory labour shall include:

 

 

 

 

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.