MEMORIE VAN TOELICHTING

Relevante overige regelgeving:
- Wet arbeid en zorg

 

 

Inhoudsopgave IWazo

Hoofdstuk 1 Overgangs- en invoeringsbepalingen met betrekking tot het zwangerschaps- en bevallingsverlof, de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling en adoptieverlof artt. I - III
Hoofdstuk 2 Wijziging van verschillende wetten artt. IV - XXVI
Hoofdstuk 3 Intrekking wetten artt. XXVII - XXIX
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen artt. XXX - XXXVII
xxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 27 208.
Handelingen II 2000-2001, blz. 4034-4069, 4107-4132, 4135-4157, 4166-4177, 4523-4535, 4613-4614, 4682-4683.
Kamerstukken I 2001-2002, 27 208 (272a, 273); 2001-2002, 27 208 (8, 8a).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 13 november 2001.

Geschiedenis:
Staatsblad 2001, 568Staatsblad 2001, 692Staatsblad 2002, 613Staatsblad 2014, 565.

 

 

WET van 16 november 2001, Stb. 2001, 568, tot vaststelling van regels voor overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg). Inwerkingtreding: 1 december 2001 (Stb. 2001, 569).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen van overgangs- en invoeringsrecht in verband met de inwerkingtreding van de Wet arbeid en zorg alsmede in verband hiermee enige wetten aan te passen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Overgangs- en invoeringsbepalingen met betrekking tot het zwangerschaps- en bevallingsverlof, de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling en adoptieverlof

 

Art. I. Overgangsbepaling Wet arbeid en zorg voor ZW-verzekerden  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2001, 692Stb. 2014, 565]
-1. In afwijking van hoofdstuk 3, afdeling 1 en afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg is op de vrouw die op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van die wet ziekengeld in verband met haar bevalling ontvangt op grond van artikel 29a, tweede of vijfde lid, van de Ziektewet, de Ziektewet, zoals deze luidde op die dag, van toepassing tot het recht op dat ziekengeld is geëindigd.
-2. Voor de toepassing van artikel 29a van de Ziektewet wordt onder uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg mede verstaan ziekengeld in verband met bevalling op grond van artikel 29a van de Ziektewet, zoals dat artikel luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet.
-3. Voor de toepassing van artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt onder het recht op uitkering, bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, of artikel 3:8 van de Wet arbeid en zorg, mede verstaan het recht op ziekengeld in verband met bevalling op grond van artikel 29a van de Ziektewet.
-4. Artikel 43, tweede lid, van de Werkloosheidswet blijft buiten toepassing voor zover de uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van die wet wordt ontvangen op grond van artikel 29a, eerste lid, van de Ziektewet, zoals dat artikel luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van de Wet arbeid en zorg.
-5. Bij de toepassing van artikel 43, derde lid, van de Werkloosheidswet vormt het ontvangen van ziekengeld op grond van artikel 29a, eerste lid, van de Ziektewet, zoals dat luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van de Wet arbeid en zorg, geen onderbreking van de periode waarover de in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet bedoelde uitkeringen worden ontvangen.

 

Art. II. Overgangsbepaling Wet arbeid en zorg voor WAZ-verzekerden  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
-1. In afwijking van hoofdstuk 3, afdeling 1 en afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg blijft op de vrouw die op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van die wet uitkering in verband met haar bevalling ontvangt op grond van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 2, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, die wet, zoals deze luidde op die dag, van toepassing tot het recht op die uitkering is geëindigd.
-2. Voor de toepassing van de artikelen 37, tweede lid, onderdeel a, en 46, dertiende lid, onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 1, tweede lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt onder de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen verstaan de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, behoudens hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 2, van die wet.

 

Art. III. Invoeringsbepaling adoptieverlof  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
-1. Indien de datum van ingang van het verlof in verband met adoptie, bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg, is gelegen in het tijdvak van drie weken vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van die wet, meldt de werknemer, in afwijking van artikel 3:3, tweede lid, van die wet, het verlof binnen dat tijdvak van drie weken.
-2. Indien de datum van ingang van het verlof respectievelijk de gewenste datum van ingang van de uitkering, bedoeld in de artikelen 3:11, tweede lid, 3:12, tweede lid, en 3:22, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg, gelegen is in het tijdvak van twee weken vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van die wet, doet de werknemer, in afwijking van die artikelen, de aanvraag binnen dat tijdvak van twee weken.

 

 

HOOFDSTUK  2

Wijziging van verschillende wetten

 

Art. IV. Algemene bijstandswet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 14f, vierde lid, van de Algemene bijstandswet wordt "de Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet" vervangen door: de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet of de Wet arbeid en zorg.

 

Art. V. Algemene Kinderbijslagwet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 17g, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg.

 

Art. VI. Algemene nabestaandenwet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 45, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg.

 

Art. VII. Algemene Ouderdomswet  [GeschiedenisMvT versie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 17i, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg.

 

Art. VIII. Beroepswet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
Onderdeel C van de bijlage van de Beroepswet wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel 2 worden twee nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:
2a. Hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg.
2b. Hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
2. Onderdeel 24a vervalt.

 

Art. IX. Burgerlijk Wetboek  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 629 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de eerste zin van het eerste lid wordt "omdat hij daartoe door ziekte of door zwangerschap of bevalling verhinderd was" vervangen door: omdat hij in verband met ongeschiktheid tengevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling daartoe verhinderd was.
2. Onder vernummering van het vierde tot en met het negende lid tot het vijfde tot en met het tiende lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-4. In afwijking van het eerste lid heeft de vrouwelijke werknemer het in dat lid bedoelde recht niet gedurende de periode dat zij zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg.
3. Het tot tiende lid vernummerde negende lid komt te luiden:
-10. Voor de toepassing van het eerste, tweede en negende lid worden perioden waarin de werknemer in verband met ongeschiktheid tengevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
B. [MvT]
Artikel 629b vervalt.
C. [MvT]
Artikel 635 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel d, wordt "tweede en derde lid" vervangen door: het tweede tot en met vierde lid.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. In afwijking van artikel 634 verwerft de vrouwelijke werknemer die wegens zwangerschap of bevalling niet gedurende een geheel jaar aanspraak op loon verwerft, over de volledige overeengekomen arbeidsduur aanspraak op vakantie over het tijdvak dat zij recht heeft op een uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg.
3. Onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot vierde tot en met zesde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-3. In afwijking van artikel 634 verwerft de werknemer die wegens adoptieverlof niet gedurende een geheel jaar aanspraak op loon verwerft, over de volledige overeengekomen arbeidsduur aanspraak op vakantie over het tijdvak dat hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg.
D. [MvT]
In artikel 636 vervalt "artikel 629b, en".
E. [MvT]
In artikel 637 wordt "artikel 635, derde lid" vervangen door: artikel 635, vierde lid.
F. [MvT]
Artikel 644 vervalt.
G. [MvT]
Artikel 645 komt te luiden:
Art. 645.
Van de artikelen 634 tot en met 643 kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken, tenzij zodanige afwijking bij die artikelen is toegelaten.
H. [MvT]
Artikel 670 wordt als volgt gewijzigd:
1. De derde zin van het tweede lid komt te luiden:
Voorts kan de werkgever de arbeidsovereenkomst van de werkneemster niet opzeggen gedurende de periode waarin zij bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, van de Wet arbeid en zorg geniet en na werkhervatting, gedurende het tijdvak van zes weken aansluitend op dat bevallingsverlof, dan wel aansluitend op een periode van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid die haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap en die aansluit op dat bevallingsverlof.
2. In het zevende lid wordt na "recht op ouderschapsverlof" ingevoegd: als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg.
I. [MvT]
De tweede zin van artikel 670b, tweede lid, komt te luiden:
De opzegging wegens beëindiging van de werkzaamheden kan evenwel niet betreffen de werkneemster die zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet als bedoeld in artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg.

 

Art. X. Coördinatiewet Sociale Verzekering  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 3a wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. De werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, aan wie uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van die wet, wordt tijdens de duur van die uitkering geacht in dienstbetrekking te staan tot het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
B. [MvT]
In artikel 6, eerste lid, onderdeel bb, wordt "de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XI. Organisatiewet sociale verzekeringen 1997  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, onderdeel l, wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten of hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg.
B. [MvT]
In artikel 38, eerste lid, onderdeel a en b, wordt "de Wet financiering loopbaanonderbreking" telkens vervangen door: de Wet arbeid en zorg.
C. [MvT]
In artikel 84, tweede lid, wordt "de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XII. Toeslagenwet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 14g, tweede lid, van de Toeslagenwet wordt "of een loondervingsuitkering ontvangt" vervangen door: of een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XIII. Werkloosheidswet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-4. Als werkgever wordt beschouwd in de gevallen waarin uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
2. In het tot vijfde lid vernummerde vierde lid wordt "het eerste tot en met derde lid" telkens vervangen door: het eerste tot en met vierde lid.
B. [MvT]
In artikel 17a, eerste lid, wordt, onder het vervallen van "of" na onderdeel c en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door "; of", een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. geen arbeid heeft verricht maar wel recht op uitkering heeft op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
C. [MvT]
Aan artikel 19, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
n. een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeid en zorg.
D. [MvT]
In artikel 27g, tweede lid, wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg.
E. [MvT]
In artikel 34a, eerste lid, wordt na "artikel 7 van die wet" toegevoegd: , of naast een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg indien de werknemer gelijkgestelde was als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, van die wet op grond van een ziekengeldverzekering die is ontleend aan artikel 7 van de Ziektewet.
F. [MvT]
In artikel 43 vervalt in het tweede en derde lid telkens de tweede zin.
G. [MvT]
In artikel 61, tweede lid, wordt na "ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid" ingevoegd: of een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg.
H. [MvT]
In artikel 85, derde lid, wordt na "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering," ingevoegd: hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet,.
I. [MvT]
Artikel 92 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel g wordt "de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
2. In onderdeel h wordt "de artikelen 6, derde lid, en 7 van de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: de artikelen 7:11, derde lid, en 7:13 van de Wet arbeid en zorg.
3. In onderdeel i wordt "in artikel 1, onderdeel c, van de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: in artikel 7:3, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg.
J. [MvT]
Artikel 93 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel i wordt "de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
j. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 97f, onderdeel o, ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
K.
In artikel 97e, onderdeel j, wordt "de artikelen 6, derde lid, en 7 van de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: de artikelen 7:11, derde lid, en 7:13 van de Wet arbeid en zorg.
L.
Artikel 97f wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel i wordt "artikel 11 van de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: artikel 7:6 van de Wet arbeid en zorg.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel n door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
o. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
M. [MvT]
In artikel 100, tweede lid, onderdeel d, wordt na "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten" ingevoegd: , de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XIV. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3, tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:
f. die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg.
B. [MvT]
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot het vierde tot en met zesde lid.
3. In het tot zesde lid vernummerde zevende lid wordt "het eerste tot en met vijfde lid" vervangen door: het eerste tot en met vierde lid.
4. Aan het tot zesde lid vernummerde zevende lid wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: alsmede de verzekerde die een uitkering geniet als bedoeld in het derde lid.
C. [MvT]
In artikel 7a, derde en vierde lid, wordt "Artikel 7, zevende lid," vervangen door: artikel 7, zesde lid,.
D. [MvT]
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het dertiende en zestiende lid wordt na "ziekengeld op grond van de Ziektewet" telkens ingevoegd: , uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
2. In het dertiende en veertiende lid wordt na "de Ziektewet" ingevoegd: , de Wet arbeid en zorg.
3. Het zeventiende lid wordt als volgt gewijzigd:
a. De term "arbeidsongeschiktheidsuitkering" wordt vervangen door: uitkering.
b. Er wordt een zin toegevoegd, luidende:
Het dertiende en veertiende lid is evenmin van toepassing op de persoon die op grond van artikel 3:6, tweede lid, van de Wet arbeid en zorg een uitkering ontvangt.
E. [MvT]
In artikel 21a wordt "De artikelen 7, zevende lid, 36, en 37, eerste lid," vervangen door: De artikelen 7, zesde lid, 36 en 37, eerste lid,.
F. [MvT]
Paragraaf 2 van hoofdstuk 3, afdeling 1, vervalt.
G. [MvT]
In artikel 25 vervalt de zinsnede "of een uitkering in verband met bevalling".
H. [MvT]
In artikel 26, eerste lid, vervalt de zinsnede "dan wel het bedrag aan uitkering in verband met bevalling".
I. [MvT]
De artikelen 34 en 39 vervallen.
J. [MvT]
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt onderdeel d, onder verlettering van onderdeel e tot onderdeel d.
2. In het tweede lid wordt "het eerste lid, onderdeel a, b, c en e," vervangen door: het eerste lid.
3. In het derde lid vervalt "behoudens de persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d,".
K. [MvT]
In artikel 43 wordt "artikel 41, eerste lid, onderdeel a, b, c en e," vervangen door: artikel 41, eerste lid,.
L. [MvT]
In artikel 46, onderdeel f, wordt "artikel 35, vierde lid, of artikel 39, tweede lid" vervangen door: artikel 35, vierde lid.
M. [MvT]
In artikel 47, tweede lid, vervalt "of 39, tweede lid,".
N. [MvT + bis]
In artikel 54, tweede lid, wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg.
O. [MvT]
Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede "De arbeidsongeschiktheidsuitkering en de uitkering in verband met bevalling worden betaalbaar gesteld" vervangen door: De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaalbaar gesteld.
2. In de aanhef van het derde lid en in het vierde lid vervalt "of de uitkering in verband met bevalling".
3. In het vijfde lid vervalt "of uitkering in verband met bevalling".
4. Het zesde lid vervalt.
P. [MvT]
In artikel 55a, eerste en tweede lid, vervalt "of een uitkering in verband met bevalling".
Q. [MvT]
In artikel 56 vervalt de zinsnede "op de uitkering in verband met bevalling met uitzondering van de uitkering in verband met bevalling in de vorm van een uitkering ter zake van vervanging,".
R. [MvT]
Artikel 57 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid en tweede lid vervalt "of een uitkering in verband met bevalling".
2. In het tweede en derde lid vervalt "of de uitkering in verband met bevalling".
S. [MvT]
Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift van het artikel komt te luiden: Samenloop met andere uitkeringen.
2. Onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot derde tot en met zesde lid vervallen het derde en vierde lid.
3. In het tot derde lid vernummerde vijfde lid wordt "het eerste tot en met het vierde lid" vervangen door "het eerste en tweede lid" en wordt "arbeidsongeschiktheidsuitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en uitkering in verband met bevalling" vervangen door: arbeidsongeschiktheidsuitkering en arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
4. In het tot vierde lid vernummerde zesde lid vervalt de tweede zin.
5. Het zevende lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In onderdeel a wordt "het eerste tot en met vijfde lid" vervangen door: het eerste tot en met derde lid.
b. In de onderdelen b en c vervalt "of uitkering in verband met bevalling".
T. [MvT]
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "of een uitkering in verband met bevalling".
2. In het vierde lid wordt de zinsnede "zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdeel a, en 22, vierde lid" vervangen door: is artikel 19, eerste lid, onderdeel a.
3. In het zevende lid vervalt "of uitkering in verband met bevalling".
4. Het achtste lid vervalt.
U. [MvT]
Artikel 63, zesde lid, vervalt, onder vernummering van het zevende en achtste lid tot zesde en zevende lid.
V. [MvT]
In artikel 65, tweede lid, wordt "63, eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid" vervangen door: 63, eerste, vierde, vijfde en zesde lid.
W. [MvT]
In artikel 66, eerste lid, vervalt ",de uitkering in verband met bevalling".
X. [MvT]
Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt de zinsnede "of op een uitkering in verband met bevalling als bedoeld in artikel 22".
2. Het derde lid vervalt.
Y. [MvT]
Aan artikel 80 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
f. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
Z. [MvT]
Artikel 83 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt "of in verband met bevalling".
2. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.
3. In het tot vierde lid vernummerde vijfde lid vervalt "of uitkering in verband met bevalling".
AA. [MvT]
In artikel 85 wordt "artikel 83, tweede en derde lid," vervangen door: artikel 83, tweede lid,.
BB. [MvT]
In artikel 102 wordt "de artikelen 7, derde en vijfde lid," vervangen door: de artikelen 7, derde en vierde lid,.
CC. [MvT]
Aan artikel 13, vierde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
DD. [MvT]
Aan de artikelen 14, derde lid, 16, tweede lid, en 20, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
EE. [MvT]
Aan artikel 33, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

 

Art. XV. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
2. Aan het vijfde lid wordt een zinsnede ingevoegd, luidende: alsmede de verzekerde die een uitkering geniet als bedoeld in het tweede lid.
B.
Aan artikel 12, vierde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
C.
Aan de artikelen 13, derde lid, 15, tweede lid, en 19, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
D.
Aan artikel 27, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
E. [MvT]
In artikel 46, tweede lid, wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XVa. Wetboek van Koophandel  [Geschiedenisversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In de artikelen 391, 450b en 452p van het Wetboek van Koophandel wordt "artikel 629, negende lid" telkens vervangen door: artikel 629, tiende lid.

 

Art. XVI. Wet brutering overhevelingstoeslag lonen  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 3, vierde lid, onderdeel a, van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen wordt na "de Ziektewet," ingevoegd: de Wet arbeid en zorg,.

 

Art. XVII. Wet financiering volksverzekeringen  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 30, tweede lid, onderdeel c, van de Wet financiering volksverzekeringen wordt "artikel 1, onderdeel c, van de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: artikel 7:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XVIII. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 20f, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XIX. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In artikel 20f, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XX. Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
In de artikelen 15, eerste lid, 16, derde, vierde en zevende lid, en artikel 17, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt "de Ziektewet en de Werkloosheidswet" telkens vervangen door: de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet.

 

Art. XXI. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 7b wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 7c.
Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd:
a. de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, aan wie uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van die wet;
b. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen, degene die in verband met zwangerschap en bevalling niet werkt, anders dan bedoeld in artikel 29a van de Ziektewet, doch aan wie geen uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
B. [MvT]
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, artikel 7a, onderdeel a, artikel 7b en artikel 7c, onderdeel a.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. In de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel b en c, artikel 7a, onderdeel b, en artikel 7c, onderdeel b, wordt als werkgever beschouwd degene die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen.
3. In het derde lid wordt "het eerste en tweede lid" telkens vervangen door: het eerste lid.
C. [MvT]
In artikel 29g, tweede lid, wordt "de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg.
D. [MvT]
Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "artikel 7, onderdeel a, of 7a" vervangen door: artikel 7, onderdeel a, artikel 7a, onderdeel a, of artikel 7c, onderdeel a,.
2. In het vierde lid wordt "artikel 7, onderdeel b en c" vervangen door: artikel 7, onderdeel b of c, artikel 7a, onderdeel b, of artikel 7c, onderdeel b,.
E. [MvT]
Artikel 71a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na de tweede zin wordt een zin ingevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
2. In het tweede lid wordt "het recht op ziekengeld in verband met bevalling" vervangen door: het recht op uitkering, bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, of artikel 3:8 van de Wet arbeid en zorg.
3. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, of artikel 3:8, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
F. [MvT]
In de artikelen 75a, derde lid, en 76f, vierde lid, wordt "de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
G. [MvT]
In artikel 78, zevende lid, wordt na "de Ziektewet," ingevoegd: hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg,.
H.
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
2. Aan het vierde lid wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: alsmede de verzekerde die een uitkering geniet als bedoeld in het tweede lid.
I.
Aan artikel 37, derde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
J.
Aan de artikelen 38, derde lid, 39a, tweede lid, en 43a, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
K.
Aan artikel 75d, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van acht maanden als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

 

Art. XXII. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]

 

Art. XXIII. Wet op de loonbelasting 1964  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
A. [MvT]
In artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt na "de Ziektewet," ingevoegd: de Wet arbeid en zorg,.
B. [MvT]
Artikel 22a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, onderdeel b, wordt "de Wet financiering loopbaanonderbreking" vervangen door: de Wet arbeid en zorg.
2. In het vierde lid, onderdeel b, vervalt de zinsnede ", tenzij het uitkeringen in verband met bevalling betreft".

 

Art. XXIIIa. Wet terugdringing ziekteverzuim  [Geschiedenisversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
Artikel XV van de Wet terugdringing ziekteverzuim wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd.
a. In de eerste volzin wordt de zinsnede "Bij verhindering wegens ziekte" vervangen door: Bij verhindering wegens ongeschiktheid tengevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling.
b. In de derde volzin worden de woorden "in verband met ziekte" vervangen door: in verband met ziekte, zwangerschap of bevalling.
2. Onder vernummering van het vijfde tot en met twaalfde lid tot zesde tot en met dertiende lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-5. In afwijking van het tweede lid heeft de vrouwelijke werknemer de in dat lid bedoelde aanspraak niet gedurende de periode dat zij zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg.
3. Het tot zesde lid vernummerde lid komt te luiden:
-6. Voor de toepassing van het tweede en vierde lid worden perioden waarin betrokkene wegens ongeschiktheid tengevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling verhinderd is om zijn dienst te verrichten of zijn ambt te vervullen, samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.

 

Art. XXIV. Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid, onderdeel g, komt te luiden:
g. ouderschapsverlof: het ouderschapsverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg;
2. In het tweede lid vervalt "behoudens uitkeringen in verband met bevalling".
B. [MvT]
In artikel 16b, eerste lid, wordt "op grond van een wettelijk voorschrift" vervangen door: op grond van artikel 6:2 van de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XXV. Ziekenfondswet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
Artikel 3 van de Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, ten tweede, wordt "artikel 8 van de Ziektewet" vervangen door: artikel 8 of 8c van de Ziektewet.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt de zin na het vierde liggende streepje vervangen door:
een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg indien betrokkene op de dag voorafgaande aan de dag waarop haar recht op die uitkering ingaat, verzekerde was;.
3. Aan het vierde lid, onderdeel a, wordt toegevoegd:
- een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet;.
4. Het zesde lid komt te luiden:
-6. Voor de toepassing van het bepaalde bij het eerste lid, onderdeel a, onder 2e, wordt, wanneer uitkering wordt ontvangen op grond van:
a. artikel 46 van de Ziektewet, als dag voorafgaande aan die waarop artikel 8 van die wet van toepassing werd, aangemerkt de dag waarop de verzekering eindigde ter zake waarvan artikel 46 is toegepast;
b. artikel 3:10 van de Wet arbeid en zorg, als dag voorafgaande aan die waarop artikel 8c van de Ziektewet van toepassing werd, de dag waarop de verzekering op de artikelen 3 tot en met 8 van de Ziektewet eindigde laatstelijk voorafgaande aan de toepassing van artikel 3:10 van de Wet arbeid en zorg.

 

Art. XXVI. Ziektewet  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Na artikel 8b wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 8c.
Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd:
a. de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, aan wie uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van die wet;
b. in door Onze Minister aan te wijzen gevallen, degene die in verband met zwangerschap en bevalling niet werkt, anders dan bedoeld in artikel 29a, doch aan wie geen uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
B. [MvT]
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel a, artikel 8, onderdeel a, artikel 8a en artikel 8c, onderdeel a.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. In de gevallen, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, artikel 8, onderdeel b, en artikel 8c, onderdeel b, wordt als werkgever beschouwd degene die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen.
3. In het derde lid wordt "het eerste en het tweede lid" vervangen door "het eerste lid" en wordt "het eerste tot en met het tweede lid" vervangen door: het eerste lid.
C. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "in verband met haar zwangerschap of bevalling" vervangen door: bij ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid die haar oorzaak vindt in zwangerschap of bevalling.
2. Onder vernummering van het derde tot het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg.
D. [MvT]
In artikel 19a, derde lid, en artikel 19b, tweede lid, wordt "artikel 29a, eerste lid, dan wel artikel 29a, zevende lid," vervangen door: dan wel artikel 29a, vierde lid,.
E. [MvT]
Artikel 29, vijfde lid, tweede volzin, komt te luiden: Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
F. [MvT]
Artikel 29a komt te luiden:
Art. 29a.
-1. De vrouwelijke verzekerde heeft, indien zij voorafgaand aan de dag waarop zij recht heeft op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, ongeschikt wordt tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap, behoudens over de zaterdagen en de zondagen, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon vanaf de eerste dag waarop die ongeschiktheid bestaat.
-2. De vrouwelijke verzekerde die in de periode waarin zij recht had kunnen hebben op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg doch die uitkering nog niet is aangevangen, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, heeft recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-3. De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld over perioden waarover zij uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, eerste lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg geniet.
-4. Nadat het recht op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, derde lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 52 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op uitkering, bedoeld in de eerste zin, is geëindigd.
-5. Artikel 29, vijfde lid, blijft buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die op grond van het tweede of vierde lid van dit artikel recht heeft op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon.
-6. Artikel 30 blijft buiten toepassing ten aanzien van de vrouwelijke verzekerde die op grond van dit artikel recht heeft op ziekengeld.
G. [MvT]
In artikel 31, derde lid, wordt de zinsnede "het ziekengeld in verband met bevalling" vervangen door: de uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg.
H.
Aan artikel 38, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
I. [MvT]
In artikel 45g, tweede lid, wordt "de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen" vervangen door: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg.
J. [MvT]
Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "artikel 7, onderdeel a," vervangen door: artikel 7, onderdeel a, artikel 8, onderdeel a, of artikel 8c, onderdeel a,.
2. In het derde lid wordt "artikel 7, onderdeel b," vervangen door: artikel 7, onderdeel b, artikel 8, onderdeel b, of artikel 8c, onderdeel b.
3. Onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot vierde tot en met zesde lid vervalt het vierde lid.
K. [MvT]
Artikel 69 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na "ziekte" ingevoegd: , zwangerschap of bevalling.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. De vrouwelijke verzekerde heeft geen recht op ziekengeld gedurende de periode dat zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg.

 

 

HOOFDSTUK  3

Intrekking wetten

 

Art. XXVII. Wet op het ouderschapsverlof  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
-1. De Wet op het ouderschapsverlof wordt ingetrokken.
-2. In afwijking van hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg blijft op een verzoek van de werknemer om ouderschapsverlof dat is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van de Wet arbeid en zorg, de Wet op het ouderschapsverlof, zoals deze luidde op de dag vóór die datum, van toepassing.

 

Art. XXVIII. Wet van 6 juni 1991 (Stb. 1991, 347)  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
-1. De Wet van 6 juni 1991, houdende regels betreffende de aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof van overheidspersoneel (Stb. 1991, 347), wordt ingetrokken.
-2. In afwijking van hoofdstuk 3, afdeling 1 en afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg blijft op de vrouw die op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van die wet zwangerschaps- of bevallingsverlof geniet op grond van de Wet van 6 juni 1991, houdende regels betreffende de aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof van overheidspersoneel (Stb. 1991, 347), laatstbedoelde wet, zoals deze luidde op die dag, van toepassing tot het bevallingsverlof op grond van die wet is geëindigd.

 

Art. XXIX. Wet financiering loopbaanonderbreking  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
-1. De Wet financiering loopbaanonderbreking wordt ingetrokken.
-2. In afwijking van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg blijft op een aanvraag van de verlofganger om een financiële tegemoetkoming die is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van de Wet arbeid en zorg, de Wet financiering loopbaanonderbreking, zoals deze luidde op de dag vóór die datum, van toepassing.

 

 

HOOFDSTUK  4

Slotbepalingen

 

Art. XXX. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]

 

Art. XXXI. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]

 

Art. XXXII. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]

 

Art. XXXIII. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2002, 613Stb. 2014, 565]

 

Art. XXXIV. Vervallen[GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]

 

Art. XXXV. Overgangsbepaling Wet arbeid en zorg en het recht op uitkering in verband met zwangerschap en bevalling bij het niet in Nederland wonen  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
-1. Artikel 19a van de Ziektewet is niet van overeenkomstige toepassing op het recht op uitkering in verband met zwangerschap en bevalling, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg, van de persoon die op 31 december 1999 op grond van artikel 19 van de Ziektewet recht had op ziekengeld en die op die datum niet in Nederland woonde.
-2. De artikelen 7a, 19a en 21a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen zijn in de jaren 2000 tot en met 2002 niet van overeenkomstige toepassing op het recht op uitkering in verband met zwangerschap en bevalling, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg, van de persoon die op 31 december 1999 op grond van artikel 18 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering en die op die datum niet in Nederland woonde.

 

Art. XXXVI. Inwerkingtreding  [GeschiedenisMvTversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen verschillend kan worden vastgesteld.¹

1. Bij Besluit van 20 november 2001, Stb. 2001, 569, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 december 2001, red.

 

Art. XXXVII. Citeertitel  [Geschiedenisversie 16 november 2001Stb. 2014, 565]
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet arbeid en zorg.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 16 november 2001

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.E. Verstand-Bogaert

De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries

 

Uitgegeven de negenentwintigste november 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals