Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-02-2015   Intrekking Stcrt. 2015, 2557 Stb. 2015, 29
01-10-2013 01-06-2011 Nieuwe regeling Stcrt. 2013, 25388 Stcrt. 2013, 25388

 

 

REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 september 2013, 2013-0000117927, tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van een koopkrachttegemoetkoming aan niet-Wmkob-gerechtigden met een AOW-pensioen (Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-Wmkob-gerechtigden met een AOW-pensioen)

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 3, eerste lid, juncto artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies en artikel 34a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. ouderdomspensioen: ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 7 van de Algemene Ouderdomswet;
c. de SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. Uitvoeringsbesluit KOB: Uitvoeringsbesluit koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen;
e. Wmkob: Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.

 

Art. 2. Uitvoering van de regeling
De SVB is belast met de uitvoering van deze regeling. [BbS13] [BbS14]

 

Art. 3. Tegemoetkoming
-1. De persoon die:
a. recht heeft op ouderdomspensioen;
b. woonachtig is op het grondgebied van:
1º. een van de andere lidstaten van de Europese Unie dan Nederland;
2º. een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
3º. Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; of
4º. een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft afgesloten; en
c. geen recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Wmkob;
heeft recht op een tegemoetkoming ter hoogte van het bedrag, genoemd in artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit KOB.
-2. Eveneens recht op een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid heeft de pensioengerechtigde die:
a. op grond van artikel 5, tweede lid, van het Besluit regels export uitkeringen recht heeft op ouderdomspensioen alsof hij in Nederland woont; en
b. geen recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Wmkob.

 

Art. 4. Ontstaan van het recht op tegemoetkoming
-1. Het recht op de tegemoetkoming ontstaat van rechtswege op de eerste dag van de maand waarin aan de voorwaarden, genoemd in artikel 3, is voldaan.
-2. De persoon die met terugwerkende kracht tot en met uiterlijk 1 juni 2011 recht heeft op de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, heeft tevens recht op vergoeding van de wettelijke rente, bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Art. 5. Betaalbaarstelling van de tegemoetkoming
-1. Indien de SVB de beschikking heeft over gegevens op basis waarvan aannemelijk is dat de betrokkene recht heeft op de tegemoetkoming, vindt de betaling van de tegemoetkoming plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld en geschiedt deze als regel maandelijks.
-2. De SVB is bevoegd om de betaling van de tegemoetkoming te schorsen indien zij van oordeel is of vermoedt dat:
a. niet langer aannemelijk is dat betrokkene recht heeft op de tegemoetkoming;
b. betrokkene zijn verplichting op grond van artikel 6 in samenhang met artikel 11 van de Wmkob niet is nagekomen.

 

Art. 6. Van overeenkomstige toepassing
-1. De artikelen 5, tweede tot en met zevende lid, 6 tot en met 8, eerste en tweede lid, en 9 tot en met 11 van de Wmkob zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor "tegemoetkoming" telkens wordt gelezen "tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-Wmkob-gerechtigden met een AOW-pensioen"; voor "belastingplichtige" wordt gelezen "rechthebbende" en voor "geen recht op bestond als bedoeld in artikel 3" wordt gelezen "geen recht op bestond als bedoeld in artikel 3 van de Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-Wmkob-gerechtigden met een AOW-pensioen".
-2. Voor de toepassing van andere wetten dan de Kaderwet SZW-subsidies en de Wmkob en de op die andere wetten berustende bepalingen wordt een tegemoetkoming op grond van deze regeling aangemerkt als een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de Wmkob.

 

Art. 7. Financiering en verantwoording uitvoering door de SVB
-1. De minister verstrekt jaarlijks ten laste van 's Rijks kas aan de SVB een uitkering voor de lasten van de door de SVB betaalde tegemoetkomingen als bedoeld in deze regeling en de daaraan verbonden uitvoeringskosten.
-2. Artikel 13, tweede tot en met vierde lid, van de Wmkob is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor tegemoetkomingen wordt gelezen: tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 3 van de Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-Wmkob-gerechtigden met een AOW-pensioen.
-3. De Regeling bekostiging koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen is van overeenkomstige toepassing op deze regeling, met dien verstande dat onder KOB mede wordt verstaan het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.

 

Art. 8. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2013 en werkt terug tot en met 1 juni 2011.

 

Art. 9. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-Wmkob-gerechtigden met een AOW-pensioen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 5 september 2013.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma
.

 

 

 

TOELICHTING
[5 september 2013]

 

1. Aanleiding


     Op 1 juni 2011 is de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Wmkob) in werking getreden. De Wmkob geeft binnenlandse belastingplichtigen en buitenlandse belastingplichtigen met een wereldinkomen waarvan ten minste 90%, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, in Nederland aan de belastingheffing naar het inkomen is onderworpen, recht op een koopkrachttegemoetkoming. De koopkrachttegemoetkoming is in juni 2011 als alternatief geïntroduceerd voor de tegemoetkoming die was geregeld in de Algemene Ouderdomswet (hierna: AOW-tegemoetkoming). Het doel van dit alternatief was tweeledig: de export (uitbetaling buiten Nederland) van de AOW-tegemoetkoming zoveel mogelijk beëindigen en een bezuiniging.
     Het niet exporteren van de koopkrachttegemoetkoming heeft in Nederland tot rechtszaken geleid. Daarnaast heeft de Europese Commissie op 21 februari 2013 bekend gemaakt een infractieprocedure tegen Nederland te starten bij het Hof van Justitie van de Europese Unie wegens mogelijke strijdigheid van de Wmkob met Verordening (EG) nr. 883/2004.¹ Bij zowel de rechtszaken als de infractieprocedure wordt bestreden dat de Wmkob een fiscale maatregel is. In plaats daarvan wordt gesteld dat sprake is van een uitkering bij ouderdom die valt onder de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bilaterale socialezekerheidsverdragen. Als dit het geval zou zijn, betekent het dat de koopkrachttegemoetkoming ook uitbetaald moet worden aan AOW-gerechtigden van wie niet ten minste 90% van het wereldinkomen, na toepassing van regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, in Nederland aan de belastingheffing naar het inkomen is onderworpen en die wonen in de Europese Unie/Europese Economische Ruimte/Zwitserland (hierna: EU/EER/Zwitserland) of een verdragsland.

1. Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEG 2004, L 166).

 

2. Doel en uitgangspunten


     De kans dat de hoogste (Europese) rechter tot het oordeel zal komen dat de koopkrachttegemoetkoming geëxporteerd moet worden, is zeker aanwezig, in aanmerking nemend dat de Rechtbank Haarlem in een aantal uitspraken al heeft beslist dat de koopkrachttegemoetkoming een uitkering bij ouderdom is die valt onder de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bilaterale socialezekerheidsverdragen.¹ Vanwege de tijd die verstrijkt alvorens de hoogste (Europese) rechter uitsluitsel zal geven of de koopkrachttegemoetkoming geëxporteerd moet worden en de financiële risico's die dit met zich meebrengt, ziet het kabinet zich genoodzaakt alle AOW-gerechtigden die woonachtig zijn in de EU/EER/Zwitserland en verdragslanden en die niet Wmkob-gerechtigd zijn alsnog met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2011 - de datum van inwerkingtreding van de Wmkob - recht te geven op een bedrag ter hoogte van de koopkrachttegemoetkoming. Over het met terugwerkende kracht uit te betalen bedrag zal de toepasselijke wettelijke rente, bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, worden vergoed. De onderhavige regeling voorziet in het voorgaande. De reden hiervoor is dat het kabinet het oplopende financiële risico dat gepaard gaat met het voeren van de procedures rondom het niet exporteren van de koopkrachttegemoetkoming onwenselijk acht.

1. Zie onder meer de uitspraken van 3 april 2012, LJN BW0665, BW0666, BW0677 en BW0678.

 

3. Doelgroepen


     Voor de sociale zekerheid geldt het beleid dat geen uitkeringen worden geëxporteerd tenzij met het desbetreffende land afspraken over gegevensuitwisseling zijn gemaakt, waardoor de controle adequaat is geregeld. Tot de doelgroep van de onderhavige behoren daarom AOW-gerechtigden woonachtig in de EU/EER/Zwitserland, verdragslanden, Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten die niet recht hebben op de koopkrachttegemoetkoming op grond van de Wmkob. Onder verdragsland wordt verstaan een derde land waar Nederland een bilateraal socialezekerheidsverdrag mee heeft gesloten waarin de export van uitkeringen bij ouderdom is geregeld.
     Omdat de regeling met terugwerkende kracht zal gelden, kan het voorkomen dat de regeling ook geldt voor AOW-gerechtigden die overleden zijn in de periode tussen 1 juni 2011 en de datum van inwerkingtreding van de regeling. De Sociale verzekeringsbank (SVB) kent de tegemoetkoming toe aan nabestaanden, voor zover de SVB beschikt over de benodigde gegevens. Indien de SVB niet over gegevens beschikt, kan de nabestaande zelf een verzoek indienen.

 

4. Financiële paragraaf


4.1. Uitkeringslasten


     De SVB heeft onderzocht hoeveel personen met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2011 aanspraak hebben op een tegemoetkoming op grond van de onderhavige regeling. Dit betreft ongeveer 307 000 personen in de EU/EER/Zwitserland of een verdragsland. De uitkeringslasten van de regeling in 2013, inclusief terugwerkende kracht tot en met 1 juni 2011 en inclusief wettelijke rente, zullen circa €|300 mln bedragen.

     In 2014 zal de tegemoetkoming op grond van deze regeling aan zo'n 315 000 personen worden uitbetaald en bedragen de uitkeringslasten €|90 mln per jaar. Door toename van het aantal AOW-gerechtigden stijgt ook het aantal buitenlandse AOW-ers. De tegemoetkoming op grond van deze regeling zal daarom in de structurele situatie aan circa 400 000 buitenlandse AOW-ers toekomen. De uitkeringslasten bedragen dan €|120 mln per jaar.


4.2. Uitvoeringskosten


     De eenmalige uitvoeringskosten om de tegemoetkoming op basis van deze regeling met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2011 toe te kennen, worden geraamd op €|501 000,-.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx 2013 2014 2015 2016 2017 2018 Structureel
Uitkeringslasten (x mln €) 300xrr 90xr 90xr 95xr 95xr 95xr 120xxx
Uitvoeringskosten (x mln €) 0,5r 0xr 0xr 0xr 0xr 0xr 0xxx
Totaal (x mln €) 300,5r 90xr 90xr 95xr 95xr 95xr 120xxx

 

4.3. Financiering en verantwoording uitvoering door de SVB


     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt jaarlijks ten laste van het Rijk aan de SVB een uitkering voor de lasten van de door hem [lees: door de SVB, red.] uitbetaalde uitkeringen op basis van de onderhavige regeling en voor de daaraan verbonden uitvoeringskosten. Er zal geen aparte financiële verantwoording worden afgelegd, omdat deze zal plaatsvinden samen met de verantwoording over de Wmkob. De financiering van de regeling vindt rechtstreeks uit de algemene middelen plaats.


4.4. Administratieve lasten


     De onderhavige regeling voorziet in de ambtshalve toekenning en betaling van een tegemoetkoming aan de rechthebbende. Hier zijn geen administratieve lasten mee gemoeid.

 

5. Uitvoering


     De SVB voert de regeling uit. De SVB voert voor de uitvoering van de regeling geen aparte administratie, maar zal de administratie van de uitvoering van deze regeling combineren met de administratie voor de Wmkob. Alle gerechtigden worden in oktober geïnformeerd over de toekenning met terugwerkende kracht en vanaf oktober 2013 ontvangen de gerechtigden de tegemoetkoming naast hun AOW. De nabetaling over de periode vóór oktober 2013 vindt begin november plaats.

 

6. Ontvangen commentaren


Sociale verzekeringsbank

     De SVB acht de regeling uitvoerbaar per 1 oktober 2013, waarbij de SVB ervan uitgaat dat de toekenning binnen de huidige uitvoeringssystematiek van de Wmkob kan plaatsvinden. Dit houdt in dat er geen aparte financiële verantwoording wordt afgelegd en de klantproducten beperkt worden aangepast. Hierdoor kan de SVB een vereenvoudiging realiseren waardoor er een besparing op de uitvoeringskosten plaatsvindt van €|400 000,-. De eenmalige uitvoeringskosten worden geraamd op €|501 000,-.
     De SVB heeft daarnaast nog een aantal juridische opmerkingen gemaakt. Dit heeft ertoe geleid dat de regeling en de toelichting op de regeling op enkele punten zijn verduidelijkt.


Inspectie SZW

     De regeling geeft de Inspectie geen aanleiding tot opmerkingen over de toezichtbaarheid.

 

7. Einde regeling


     Zo spoedig mogelijk zal een wetsvoorstel worden ingediend waarin een tegemoetkoming is uitgewerkt die voor AOW-gerechtigden woonachtig in Nederland, de EU/EER/Zwitserland, verdragslanden, Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten geldt en waarin de Wmkob wordt ingetrokken. Bij het inwerkingtreden van dit wetsvoorstel zal ook deze regeling worden ingetrokken.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 3. Tegemoetkoming

     Als aan de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met c, gestelde voorwaarden is voldaan, bestaat recht op een tegemoetkoming ter hoogte van het bedrag, genoemd in artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit KOB. Door de verwijzing naar het Uitvoeringsbesluit KOB is expliciet aangegeven dat dit artikel recht geeft op dezelfde uitkering als de Wmkob. Dit bedrag bedraagt met ingang van 1 juli 2013 €|25,16 per kalendermaand. Gezien de terugwerkende kracht tot en met uiterlijk 1 juni 2011 is het van belang erop te wijzen dat voor de toepassing van deze regeling steeds de bedragen gelden zoals die in de betreffende periode van toepassing waren. Van 1 juni 2011 tot 1 januari 2012 gold het bedrag van €|33,09 per kalendermaand. Van 1 januari 2012 tot 1 januari 2013 gold het bedrag van €|33,65 per kalendermaand en van 1 januari 2013 tot 1 juli 2013 een bedrag van €|28,14.
     Recht op een tegemoetkoming dient er ook te zijn voor de pensioengerechtigde die naast het bestaande recht op ouderdomspensioen werkzaamheden in het algemeen belang verricht. Dit mag niet worden beperkt als gevolg van het niet in Nederland wonen. Het tweede lid voorziet hierin.

 

Artikel 4. Ontstaan van het recht op tegemoetkoming

     De onderhavige regeling is qua opzet zoveel mogelijk gelijk aan die van de Wmkob. Artikel 4, eerste lid, komt inhoudelijk overeen met artikel 4 van de Wmkob.
     Ingevolge het tweede lid heeft de persoon die met terugwerkende kracht tot en met uiterlijk 1 juni 2011 recht heeft op de tegemoetkoming op grond van deze regeling tevens recht op vergoeding van de wettelijke rente, bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Recht op vergoeding van de wettelijke rente bestaat alleen over tegemoetkomingen die worden betaald over de maanden die zijn gelegen tussen 1 juni 2011 en het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, te weten 1 november 2013. De wettelijke rente bedraagt thans 3% (zie artikel 1 van het Besluit wettelijke rente). De wettelijke rente bedroeg per 1 juni 2011 3%, per 1 juli 2011 4% en per 1 juli 2012 weer 3%.

 

Artikelen 5 en 6. Betaalbaarstelling van de tegemoetkoming en van overeenkomstige toepassing zijnde bepalingen

     Artikel 5 is vergelijkbaar met artikel 5, eerste en achtste lid, van de Wmkob. De overige bepalingen van artikel 5 en de verdere relevante bepalingen van de Wmkob zijn van overeenkomstige toepassing verklaard in artikel 6, eerste lid.
     Artikel 19 Wmkob, dat de aparte fiscale beroepsgang regelt, is niet van overeenkomstige toepassing. Dit vloeit voort uit bijlage 2, artikel 9, bij de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat tegen besluiten op grond van de Kaderwet SZW-subsidies, de rechtsbasis van de onderhavige regeling, hoger beroep openstaat bij de Centrale Raad van Beroep.
     Een tegemoetkoming op grond van deze regeling wordt op grond van het tweede lid aangemerkt als een tegemoetkoming op grond van de Wmkob.

 

Artikel 7. Financiering en verantwoording door de SVB

     Met artikel 7, dat een zelfde inhoud kent als artikel 13 Wmkob, wordt bewerkstelligd dat qua financiering, verantwoording en bekostiging zoveel mogelijk sprake van één bekostigingsprocedure.

 

Artikel 8. Inwerkingtreding

     In paragraaf 2 van de algemene toelichting is aangegeven dat de tegemoetkoming wordt uitbetaald met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wmkob. Dit betekent dat aan de onderhavige regeling terugwerkende kracht wordt verleend tot en met 1 juni 2011. De regeling zal in werking treden met ingang van 1 oktober 2013. Dit is in overeenstemming met de geldende systematiek van vier vaste verandermomenten (VVM) voor ministeriële regelingen. Onderdeel van deze systematiek is echter ook het hanteren van een minimale invoeringstermijn van twee maanden. Van deze minimale invoeringstermijn wordt in deze ministeriële regeling afgeweken. Deze afwijking wordt in dit geval gerechtvaardigd door een aantal uitzonderingsgronden. Zo is de doelgroep gebaat met een snelle inwerkingtreding en heeft de regeling het karakter van reparatiewetgeving waarmee aan rechterlijke uitspraken wordt tegemoetgekomen en bovendien een infractieprocedure van de Europese Commissie tegen Nederland wordt voorkomen.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma
.