Nadere regelgeving:
- Geen

 

 

WET van 15 mei 1829, Stb. 1829, 28, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk. Inwerkingtreding: 1 oktober 1938 (Stb. 1830, 41, jº Stb. 1938, 12).

 

     WIJ WILLEM, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

     Allen den genen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
     Alzoo Wij hebben in overweging genomen, dat de algemeene bepalingen, vervat bij de wet van den 14den Juni 1822 (staatsblad nº. 10), niet bij uitsluiting toepasselijk zijn op het burgerlijk wetboek;
     Dat daarenboven artikel 1 over eene stoffe handelt, welke hare plaats zal behooren te vinden in eene afzonderlijke wet;
     Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
     Hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan te bepalen hetgeen volgt:

 

 

Klik hier voor de geconsolideerde tekst van deze regeling (alleen voor abonnees).