Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  OP  HET  FINANCIEEL  TOEZICHT  (Wft)

Artikelen 4:1 t/m 7:3 en bijlagen

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

Artikelen 1:1 t/m 2:130
Artikelen 3:1 t/m 3:299

 

 

 

4. Deel Gedragstoezicht financiŽle ondernemingen

Hoofdstuk 4.1. Inleidende bepalingen

Afdeling 4.1.1. Reikwijdte

Artikel 4:1

1. Dit deel is, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op:

a. financiŽledienstverleners waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan in Nederland financiŽle diensten te verlenen of die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 hebben, en hebben voldaan aan artikel 3:110, vierde of vijfde lid;

b. beleggingsondernemingen met zetel in Nederland of in een staat die geen lidstaat is waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten;

c. beheerders van beleggingsinstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland beleggingsinstellingen te beheren dan wel rechten van deelneming in een beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden en de aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders van die beleggingsinstellingen;

d. icbeís waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland rechten van deelneming aan te bieden, de beheerders van die icbeís en de eventueel aan die icbeís verbonden bewaarders;

e. clearinginstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.1 is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen voorzover ze optreden voor cliŽnten met zetel in Nederland;

f. betaaldienstverleners; en

g. pensioenbewaarders.

2. De artikelen 4:4a, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19, 4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b, 4:90c, 4:90d, 4:90e, paragraaf 4.3.7.3. en paragraaf 4.3.7.4. zijn van toepassing op beleggingsondernemingen met een bijkantoor in Nederland waaraan het ingevolge paragraaf 2.2.12.2. is toegestaan in Nederland beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten.

3. Het ingevolgde dit deel bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:9, 4:10, 4:37e en 4:37g, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.

4. Het ingevolge dit deel bepaalde, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die via het verrichten van diensten Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.

5. Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 2:66a, eerste en tweede lid, tenzij de beheerder op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 heeft verkregen.

Artikel 4:2

1. Met uitzondering van de artikelen 4:36 en 4:37 is dit deel niet van toepassing op het aanbieden van krediet door een gemeentelijke kredietbank indien voor de bedrijfsvoering van die gemeentelijke kredietbank op grond van artikel 4:37, eerste lid, een reglement is vastgesteld.

2. De artikelen 4:9, eerste lid, en 4:10 zijn niet van toepassing op personen die het dagelijks beleid van een gemeentelijke kredietbank bepalen, die het beleid van een gemeentelijke kredietbank bepalen of mede bepalen of die onderdeel zijn van een orgaan dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een gemeentelijke kredietbank en tevens lid of voorzitter zijn van een gemeenteraad dan wel deel uitmaken van een college van burgemeester en wethouders.

Artikel 4:2a

Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf als gevolmachtigde of ondergevolmachtigde van een herverzekeraar voor diens rekening sluiten van een herverzekering met een natura-uitvaartverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of andere herverzekeraar.

Artikel 4:2b

Het ingevolge dit deel bepaalde met betrekking tot het verlenen van betaaldiensten is uitsluitend van toepassing op betaaldiensten, verleend in euroís of in andere valuta van lidstaten.

Artikel 4:2c

Met uitzondering van afdeling 4.2.4, paragraaf 4.3.8.1 en de artikelen 4:17, 4:19, eerste, tot en met derde lid, en 4:22 is het ingevolge dit deel bepaalde niet van toepassing op het aanbieden van financiele producten als bedoeld in onderdeel b van de definitie van financieel product in artikel 1:1.

Artikel 4:2d

Met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22, 4:33, 4:34 en 4:35 is dit deel niet van toepassing op financiŽle diensten met betrekking tot een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen drie maanden af te lossen.

Afdeling 4.1.2. Bijzondere bepalingen

Artikel 4:3

1. Het is een ieder verboden in Nederland of vanuit Nederland in een andere lidstaat als dienst van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in de uitoefening van een beroep of bedrijf als tussenpersoon werkzaamheden te verrichten ten behoeve van het buiten besloten kring aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op:

a. banken die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, eerste lid, hebben en banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan het in artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden, genoemd onder 1 in bijlage I van de herziene richtlijn banken;

b. banken met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van hun bedrijf en die hebben voldaan aan de in die andere lidstaat geldende verplichtingen voor het verrichten van diensten naar een andere lidstaat;

c. de lidstaten, alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten;

d. beleggingsondernemingen die een door de Autoriteit FinanciŽle Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:96 hebben;

e. beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, die hebben voldaan aan artikel 2:102; en

f. bemiddelaars die voor het bemiddelen in een betaalrekening of spaarrekening een door de Autoriteit FinanciŽle Markten verleende vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, hebben.

3. Bij ministeriŽle regeling kan vrijstelling worden geregeld van het eerste lid.

4. De Autoriteit FinanciŽle Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waaraan de houder van een ontheffing dient te voldoen en met betrekking tot het verlenen van een ontheffing.

Artikel 4:4

1. Indien een financiŽle onderneming die geen door de Autoriteit FinanciŽle Markten verleende vergunning heeft de ingevolge dit deel gestelde regels die op haar van toepassing zijn niet naleeft, kan de Autoriteit FinanciŽle Markten aan die financiŽle onderneming een verbod opleggen de met die regels strijdige activiteiten te verrichten.

2. Het eerste lid heeft geen betrekking op de afwikkeling van overeenkomsten die gesloten zijn voor het tijdstip waarop het verbod wordt opgelegd.

3. Indien de in het eerste lid bedoelde financiŽle onderneming haar zetel heeft in een andere staat stelt de Autoriteit FinanciŽle Markten de toezichthoudende instantie van die andere staat in kennis van het door haar opgelegde verbod.

4. Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op:

a. buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat of beheerders van icbeís met zetel in een andere lidstaat;

b. bemiddelaars als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid;

c. verbonden agenten als bedoeld in artikel 2:97, vijfde lid en artikel 2:98, tweede lid;

d. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;

e. financiŽledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van financiŽle instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en

f. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat.

Artikel 4:4a

De Autoriteit FinanciŽle Markten kan aan een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling een verbod opleggen tot het uitoefenen van het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling, indien de beleggingsonderneming de ingevolge paragraaf

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

Artikelen 1:1 t/m 2:130
Artikelen 3:1 t/m 3:299

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x