Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet milieugevaarlijke stoffen (Wms)

 

VUURWERKBESLUIT

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 september 2001, nr. MJZ2001102504, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op de artikelen 24, 32, tweede en vierde lid, en artikel 39, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, artikel 3 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, artikel 2c, derde lid, van de Wet rampen en zware ongevallen, de artikelen 16 en 20 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, artikel 74c van het Wetboek van Strafrecht, artikel 18, derde lid, van de Wet politieregisters en artikel 9, vijfde lid, onderdeel b, van de Wet wapens en munitie, voor zover het betreft artikel 5.1.3, gelet op de artikelen 8.2, tweede lid, 8.5 en 8.7 van de Wet milieubeheer, voor zover het betreft de artikelen 1.1.4, 1.2.2, eerste lid, onderdeel b, 1.4.3, 2.1.2, 2.2.1, 2.2.3, 2.2.4 en 5.1.9 tot en met 5.1.14, gelet op de artikelen 8.19, 8.40 en 8.41 van de Wet milieubeheer, voor zover het betreft de artikelen 1.1.4, 1.2.2, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, 1.4.3, 2.1.2, 2.2.2, 2.2.3, 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3, gelet op artikel 8.44 van de Wet milieubeheer, voor zover het betreft de artikelen 4.1 tot en met 4.4, gelet op de artikelen 5.1 en 5.3 van de Wet milieubeheer, en voor zover het betreft artikel 5.1.6, gelet op artikel 18.4 van de Wet milieubeheer;
     De Raad van State gehoord (advies van 13 december 2001, nr. W08.01.0495/V);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 januari 2002, nr. MJZ2002005975, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemeen

 

§ 1. Begripsomschrijvingen en reikwijdte

 

Artikel 1.1.1

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

ADR: de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171);

bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;

bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;

beperkt kwetsbaar object:

a.

1°. woning, woonschip of woonwagen van een derde, gelegen op een locatie met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, of

2°. dienst- of bedrijfswoning van een derde;

b. kantoorgebouw, niet zijnde een kwetsbaar object;

c. hotel of restaurant, niet zijnde een kwetsbaar object;

d. winkel, niet zijnde een kwetsbaar object;

e. sporthal, sportterrein, zwembad of speeltuin;

f. kampeerterrein of ander terrein, niet zijnde een kwetsbaar object, bestemd voor recreatieve doeleinden;

g. bedrijfsgebouw, niet zijnde een kwetsbaar object;

h. object dat met een van de onder a tot en met e en g genoemde categorieën beperkt kwetsbare objecten gelijkgesteld kan worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval;

i. object met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, dat wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdient tegen de gevolgen van dat ongeval;

bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening geëffectueerd of toelaatbaar is;

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen, waar consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden opgeslagen of bewerkt;

bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening voor de bouw van een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object is bestemd;

categorie 1, 2, 3 en 4: categorie 1, 2, 3 onderscheidenlijk 4 als bedoeld in artikel 1A.1.3;

categorie T1 en T2: categorie T1 onderscheidenlijk T2 als bedoeld in artikel 1A.1.3;

CE-markering: CE-markering, bedoeld in artikel 11 en bijlage IV van de EG-richtlijn pyrotechnische artikelen;

consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 1, 2 of 3 en dat bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

distributeur: natuurlijke of rechtspersoon in de leveringsketen die in de uitoefening van zijn bedrijf een pyrotechnisch artikel op de markt beschikbaar maakt;

EG-richtlijn pyrotechnische artikelen: richtlijn nr. 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154);

fabrikant: natuurlijke of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel ontwerpt, fabriceert of laat ontwerpen of fabriceren, met de bedoeling het in de handel brengen, onder zijn eigen naam of handelsmerk;

fop- en schertsvuurwerk: consumentenvuurwerk dat is ingedeeld in categorie 1 alsmede ander, als zodanig bij ministeriële regeling aangewezen consumentenvuurwerk;

geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object: nog niet aanwezig beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening toelaatbaar is;

grondgebied van de Europese Unie: gebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;

importeur: op het grondgebied van de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn bedrijf een uit een derde land afkomstig pyrotechnisch artikel voor het eerst op de gemeenschapsmarkt beschikbaar maakt;

in de handel brengen: voor de eerste keer op het grondgebied van de Europese Unie in de handel beschikbaar stellen, al dan niet tegen betaling, van een afzonderlijk product, met het oog op distributie of gebruik ervan;

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;

kwetsbaar object:

a. woning, woonschip of woonwagen, niet zijnde een beperkt kwetsbaar object;

b. gebouw bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, waartoe in ieder geval behoren:

1°. een ziekenhuis, bejaardenhuis of verpleeghuis,

2°. een school of

3°. een gebouw of een gedeelte daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;

c. gebouw waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren, waartoe in ieder geval behoren:

1°. een kantoorgebouw of hotel met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2,

2°. een complex waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd, waaronder in ieder geval een supermarkt, hypermarkt of warenhuis, met een gezamenlijk bruto vloeroppervlak van meer dan 1000 m2, of

3°. een winkel, zijnde een supermarkt, hypermarkt of warenhuis, met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2;

d. kampeer- of ander recreatieterrein bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

e. rijksweg of hoofdspoorweg als bedoeld in de Spoorwegwet;

lidstaat van de Europese Unie: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

luchthaven: luchthaven als bedoeld in de Wet luchtvaart;

NEM: netto explosieve massa, zijnde de totale hoeveelheid pyrotechnische stof of preparaat, met eventuele toevoegingen, in vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

ontbrandingstoestemming: toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a;

persoon met gespecialiseerde kennis: persoon, aangewezen bijartikel 1.1.2a;

primaire verpakking: verpakking waarin zich meer dan één exemplaar bevindt van eenzelfde type vuurwerk, bedoeld om in zijn geheel aan de particulier ter beschikking te worden gesteld;

professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 4 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie 2 of 3 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;

pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;

pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor binnenshuis of buitenshuis plaatsvindend podiumgebruik, met inbegrip van film- en TV-producties of soortgelijke vormen van gebruik;

theatervuurwerk: met het oog op de opslag ervan door Onze Minister aangewezen pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, ingedeeld in categorie T1 of categorie T2;

toepassingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;

veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid ten minste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1 en 3A.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening verlening van een vergunning voor het bouwen daarvan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toelaat enerzijds en beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten en geprojecteerde beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten anderzijds;

vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak;

werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag in de zin van de Algemene termijnenwet;

woning: gebouw of gedeelte van een gebouw dat voor bewoning is bestemd;

woonschip: schip dat voor bewoning is bestemd;

woonwagen: woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.

2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. bewerken van professioneel vuurwerk: bewerken, verwerken, verpakken, herverpakken, voormonteren, monteren en assembleren;

b. bewerken van consumentenvuurwerk: handelingen gericht op het positief beïnvloeden van de stabiliteit, waardoor de kans op omvallen of afbreken tijdens het afsteken wordt verkleind, waarbij geen pyrotechnische stof wordt verwijderd of toegevoegd.

3. Onder professioneel vuurwerk wordt mede verstaan: een door Onze Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dan wel een stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door Onze Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat, dat voorwerp of dat onderdeel van een voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen.

4. Voor de toepassing van de artikelen 1.2.2, eerste tot en met derde lid, 2.1.2, eerste lid 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4 wordt onder het begrip particulier mede verstaan een exploitant van een bedrijf zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoon die:

a. geen inrichting drijft als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1;

b. geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;

c. in het buitenland is gevestigd en wiens bedrijfsmatige activiteit niet bestaat uit het verhandelen van of het tot ontbranding brengen van vuurwerk.

5. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. verpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking en inclusief de transportverpakking als bedoeld in het ADR;

b. onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking doch exclusief de transportverpakking als bedoeld in het ADR;

c. hoeveelheid consumentenvuurwerk in de bewaarplaats: massa verpakt consumenten-vuurwerk, uitgedrukt in kilogrammen;

d. hoeveelheid consumentenvuurwerk in de bufferbewaarplaats of verkoopruimte: massa verpakt en onverpakt vuurwerk, uitgedrukt in kilogrammen onverpakt vuurwerk;

e. hoeveelheid consumentenvuurwerk in de inrichting: sommatie van de aanwezige hoeveelheid consumentenvuurwerk in de bewaarplaats, de bufferbewaarplaats en de verkoopruimte, uitgedrukt in kilogrammen;

f. maatwerkvoorschrift: maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

6. Door de fabrikant voor eigen gebruik vervaardigd vuurwerk waarvan het gebruik op zijn grondgebied door een lidstaat van de Europese Unie is goedgekeurd, wordt niet geacht in de handel te zijn gebracht.

 

Artikel 1.1.2a

1. Als een persoon met gespecialiseerde kennis worden aangewezen:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wms | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x