Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Boek 1 Burgerlijk Wetboek (Boek 1 BW)

 

BESLUIT  BURGERLIJKE  STAND  1994

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 25 februari 1994, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van het bepaalde in titel 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als vastgesteld bij Wet van 14 oktober 1993, Stb. 1993, 555

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 19 oktober 1993, stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 401184/93/6;
     Gelet op de artikelen 16d, 17c, 18, derde lid, 18c, 19j, tweede lid, onderdeel b, 20d, 21, derde lid, en 24b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als vastgesteld bij Wet van 14 oktober 1993, Stb. 1993, 555;
     De Raad van State gehoord (advies van 8 februari 1994, nr. W03.93.0690);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 22 februari 1994, stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 426987/94/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. De ambtenaar van de burgerlijke stand, de registers van de burgerlijke stand, de akten en de dubbelen, de latere vermeldingen, de afschriften en uittreksels en de in verband met het opmaken van bepaalde akten over te leggen bescheiden

Eerste afdeling. De ambtenaar van de burgerlijke stand

Artikel 1

1.De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand verrichten hun ambtsbezigheden in het gemeentehuis.

2.De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen ook elders binnen de gemeente ambtsbezigheden verrichten voor zover daartoe gewichtige redenen bestaan.

Artikel 2

Burgemeester en wethouders wijzen, voor zoveel nodig, de ambtenaar van de burgerlijke stand aan die belast is met de leiding van de dienst.

Artikel 3

De gemeente verschaft de ambtenaren van de burgerlijke stand kantoorruimte alsmede alle materiŽle voorzieningen welke voor een behoorlijke uitoefening van hun taak vereist zijn. Zij bezoldigt voorts het personeel nodig om de ambtenaren van de burgerlijke stand bij te staan.

Artikel 4

Het personeel bedoeld in artikel 3 wordt, de ambtenaren van de burgerlijke stand gehoord, door burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen. Het ontvangt van de ambtenaar van de burgerlijke stand, onder wiens leiding het zijn werkzaamheden verricht, zijn instructie en is aan hem of de ambtenaar die hem vervangt, onmiddellijk ondergeschikt.

Artikel 5

De ambtenaar van de burgerlijke stand verricht, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten, onverwijld de werkzaamheden vereist voor het houden der registers.

Tweede afdeling. De registers van de burgerlijke stand en de dubbelen van de akten

Artikel 6

1.De registers van de burgerlijke stand zijn losbladig.

2.De beschreven losse bladen moeten worden samengevoegd tot een register, telkens wanneer hiervan een deel van de gebruikelijke omvang kan worden samengesteld.

3.De dubbelen van de akten van de burgerlijke stand kunnen, behalve met papier, ook worden vervaardigd door opslag op een door Onze Minister van Justitie te bepalen gegevensdrager.

4.De ambtenaar van de burgerlijke stand bewaart de onder hem berustende bescheiden en andere gegevensdragers zorgvuldig in een afgesloten, tegen brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de dienst dit noodzakelijk maakt, mogen registers, dubbelen of afschriften uit die ruimte worden verwijderd.

Artikel 7

1.De ambtenaar van de burgerlijke stand sluit aan het eind van ieder jaar de registers af door een gedagtekende en ondertekende verklaring, welke onmiddellijk na de laatste akte wordt gesteld.

2.Binnen een maand nadat de losse bladen tot een registerdeel zijn samengevoegd, doch uiterlijk na ieder half jaar worden de dubbelen of afschriften van de akten overgebracht naar de in de achtste afdeling bedoelde centrale bewaarplaats.

3.Indien de dubbelen van de akten van de burgerlijke stand overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, derde lid, op een daar bedoelde gegevensdrager zijn opgeslagen, geschiedt de overbrenging naar de centrale bewaarplaats in deze vorm.

Artikel 8

Van de overbrenging maakt de beheerder van de centrale bewaarplaats een verklaring op, die een specificatie van de overgebrachte stukken dan wel van de andere gegevensdragers inhoudt. Hij bewaart een door hem ondertekend exemplaar van de verklaring.

Artikel 9

1.Ten aanzien van de dubbelen of de afschriften die zijn overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats in de zin van de Archiefwet, is de beheerder van die bewaarplaats belast met het bewaren van de onder hem berustende bescheiden, dan wel andere gegevensdragers.

2.De dubbelen of de afschriften en de daarop betrekking hebbende latere vermeldingen worden op zodanige wijze gearchiveerd, dat het verband tussen de latere vermeldingen en de akten, waarop zij betrekking hebben, kan worden gelegd.

Artikel 10

Onze Minister van Justitie geeft voorschriften betreffende het voor de akten en de dubbelen of de afschriften te gebruiken papier, de voor het opmaken van deze stukken te hanteren middelen alsmede betreffende de voor de dubbelen te gebruiken gegevensdrager als bedoeld in artikel 6, derde lid.

Derde afdeling. De klappers op de akten

Artikel 11

De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt jaarlijks per registersoort klappers samen van de akten die gedurende het afgelopen jaar zijn ingeschreven in de registers van geboorten, van huwelijken, geregistreerde partnerschappen en van overlijden, alsmede van het register, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 12

1.De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt tienjaarlijkse klappers in dubbel op.

2.Hij bewaart deze klappers zorgvuldig in een afgesloten, tegen brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de dienst dit noodzakelijk maakt, mogen de klappers uit die ruimte worden verwijderd.

3.Hij zendt het dubbel van de klapper binnen een jaar na afloop van de in het eerste lid genoemde periode toe aan de centrale bewaarplaats.

Artikel 13

In de tienjaarlijkse klappers worden ten minste opgenomen:

a. alfabetisch-lexicografisch geordend de geslachtsnaam van hen op wie de akten betrekking hebben;

b. de eerste voornaam en de voorletters van de overige voornamen van de onder a bedoelde personen;

c. achter de namen van de gehuwden, dan wel van degenen die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, de geslachtsnaam van degene met wie het huwelijk is gesloten, dan wel het geregistreerd partnerschap is aangegaan;

d. de dagtekening van de akten of, voor zover het de akten van geboorte of overlijden betreft, de dag van de geboorte of van het overlijden;

e. het codenummer van de akte.

Artikel 14

Onze Minister kan nadere voorschriften geven omtrent de inrichting van de klappers en de daarbij te hanteren middelen.

Vierde afdeling. De akten en de latere vermeldingen

Artikel 15

1.De akten bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn vermeld in hoofdstuk 2 van dit besluit.

2.Niettemin kunnen latere gegevens, bij wege van latere vermelding, aan de akten worden toegevoegd. Ook de latere vermeldingen bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn vermeld in hoofdstuk 2 van dit besluit.

Artikel 16

1.De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt de akten doorlopend genummerd in de registers op.

2.Hij neemt latere vermeldingen afzonderlijk op.

3.Bevindt een akte waaraan een latere vermelding dient te worden toegevoegd, zich in een ingebonden register, dan kan deze latere vermelding aan de kant of de voet van de akte worden opgemaakt dan wel op een afzonderlijk blad, dat in een daarvoor bestemd supplement bij het register wordt opgenomen. Dat supplement wordt geacht deel uit te maken van het register.

4.In het geval, bedoeld in het derde lid, wordt, indien de latere vermelding op een afzonderlijk blad wordt opgemaakt, aan de kant of de voet van de akte een verwijzing naar de latere vermelding opgenomen.

Artikel 17

1.De ambtenaar van de burgerlijke stand zorgt ervoor dat de akten duidelijk leesbaar zijn en in de Nederlandse taal gesteld, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, derde lid, van de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer.

2.Hij haalt gedeelten van een voorgedrukte tekst, die niet van toepassing zijn, door, en waarmerkt de doorhalingen.

3.In staatakten geeft hij vermeldingen die niet van toepassing zijn, aan door een liggend streepje.

4.Hij ondertekent iedere akte en iedere latere vermelding.

Artikel 18

1.In de akten mag, behoudens het navolgende, niets bij verkorting worden uitgedrukt.

2.In de akten en de latere vermeldingen worden data in cijfers aangegeven door achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar te vermelden. De eerste negen dagen van de maand en de eerste negen maanden van het jaar worden aangegeven door de cijfers 01 tot en met 09.

3.De dag van geboorte in een geboorteakte en de dag van overlijden in een overlijdensakte worden tevens in letters uitgedrukt. Voor zover latere vermeldingen een verbetering inhouden van een dag van geboorte of overlijden, wordt ook deze tevens in letters uitgedrukt.

4.Wanneer in een akte of een latere vermelding het uur wordt uitgedrukt, geschiedt dit naar een dagindeling in vierentwintig uren.

5.Het geslacht wordt aangegeven door de tekst "F (vrouwelijk)" en "M (mannelijk)".

6.De aanduiding van een plaats omvat in elk geval de vermelding van de gemeente.

Artikel 19

Bijvoegingen en doorhalingen bij het opmaken van akten of latere vermeldingen worden duidelijk aan de voet van de akte aangegeven en worden goedgekeurd en ondertekend door degenen die de akte of de latere vermelding ondertekenen.

Artikel 20

1.De verschijnende partijen en de ambtenaar

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Boek 1 BW | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x