Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Algemene douanewet (Adw)

 

ALGEMENE  DOUANEREGELING

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
     De Staatssecretaris van FinanciŽn, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Economische Zaken;
     Gelet op de artikelen 1:3, eerste lid, onderdeel c, 1:19, tweede lid, 1:28, zesde lid, 1:35, 1:37, derde lid, 2:1, aanhef en onder a tot en met h, j, k en m, 6:1, eerste lid, 6:2, 6:3, 7:1, aanhef en onder b, 7:6, vierde lid, 7:9, aanhef en onder a tot en met c, 9:5, 10:11, 11:13, eerste lid, en artikel 11:14, eerste lid, van de Algemene douanewet en de artikelen 1:5, vijfde lid, 2:1, eerste lid, 2:2, eerste en tweede lid, 3:2, derde lid, 3:3, aanhef en onder c, 3:4, eerste lid, en 5:1, tweede en vierde lid, van het Algemeen douanebesluit;

     Besluiten:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Afdeling 1.1. Basisdefinities en overige inleidende bepalingen

Artikel 1:1

Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 1:3, eerste lid, onderdeel c, 1:19, tweede lid, 1:28, zesde lid, 1:35, 1:37, derde lid, 2:1, aanhef en onder a tot en met h, j, k en m, 6:1, eerste lid, 6:2, 6:3, 7:1, aanhef en onder b, 7:6, vierde lid, 7:9, aanhef en onder a tot en met c, 9:5, 10:11, 11:13, eerste lid, artikel 11:14, eerste lid, en artikel 11:15 van de Algemene douanewet, de artikelen 1:5, vijfde lid, 2:1, eerste lid, 2:2, eerste en tweede lid, 3:2, derde lid, 3:3, aanhef en onder c, 3:4, eerste lid, en 5:1, tweede en vierde lid, van het Algemeen douanebesluit, de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i, 3, vierde lid, en artikel 5, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, artikel 21 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 63, eerste lid, en 69 van de Wet op de accijns en aan de artikelen 27, eerste lid, en 31 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

Artikel 1:2

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet: Algemene douanewet;

b. besluit: Algemeen douanebesluit;

c. binnenkomend schip: schip waarvoor de in artikel 40 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld;

d. binnenkomend luchtvaartuig: luchtvaartuig waarvoor de in artikel 40 van het Communautair douanewetboek bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld;

e. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken;

f. verordening 1301/2006: Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (PbEU 2006, L 238);

g. Verordening 1186/2009: Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PbEU 2009, L 324);

h. Verordening 376/2008: Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PbEU 2008, L 114);

i. Verordening 612/2009: Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEU 2009, L 186);

j. de Post: het postvervoersbedrijf dat belast is met de universele postdienst als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Postwet 2009;

k. brieven en postzendingen: brieven en poststukken als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Postwet 2009, voor zover zij vallen onder de verplichting, bedoeld in artikel 18 van die wet;

l. bier: bier als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de accijns;

m. minerale oliŽn: minerale oliŽn als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van de Wet op de accijns;

n. tabaksproducten: tabaksproducten als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de accijns;

o. sigaretten: sigaretten als bedoeld in artikel 31 van de Wet op de accijns;

p. sigaren: sigaren als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de accijns;

q. cigarilloís: sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk;

r. rooktabak: rooktabak als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de accijns;

s. kanselarijbenodigdheden: officiŽle emblemen en documenten alsmede kantoormeubilair en kantoorbenodigdheden bestemd voor een kanselarij;

t. verordening 412/2008: Verordening (EG) nr. 412/2008 van de Commissie van 8 mei 2008 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van voor verwerking bestemd bevroren rundvlees (PbEU 2008, L 125);

u. verordening 507/2008: Verordening (EG) nr. 507/2008 van de Commissie van 6 juni 2008 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1673/2000 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vezelvlas en -hennep (PbEU 2008, L 149);

v. verordening 1234/2007: Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (ĎIntegrale-GMO-verordeningí) (PbEU 2007, L 299);

w. kentekenregister: het kentekenregister, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1:3

Douanekantoren zijn gevestigd in de plaatsen genoemd in bijlage I.

Afdeling 1.2. Aanwijzing inspecteur en ontvanger

Artikel 1:4

1. De algemeen directeur Douane, de landelijk directeuren en de directeuren, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

2. De directeur-generaal Belastingdienst is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet, voor zover het de belastingaangelegenheden betreft die verband houden met het Koninklijk Huis.

Artikel 1:5

1. De algemeen directeur Douane, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 en de landelijk directeuren en directeuren, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zijn ambtenaar als bedoeld in artikel 11:7 van de wet.

2. Als functionarissen als bedoeld in artikel 10:15 van de wet worden aangewezen de ambtenaren van de Belastingdienst (contactambtenaren) die door de in het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn aangewezen om namens hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 11:7 van de wet, uit te oefenen.

3. De algemeen directeur Douane, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Uitvoeringsregeling belastingdienst 2003, is op grond van artikel 1:28, zesde lid, van de wet bevoegd tot het geven van toestemming voor het vorderen van gehele ontkleding dan wel het onderzoek van het onderlichaam van degene die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen.

Artikel 1:6

De verplichtingen die ingevolge artikel 1:32 van de wet bestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de directeur van de FIOD alsmede jegens de door deze directeur aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

Artikel 1:7

1. De directeur-generaal van het directoraat-generaal Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken is inspecteur als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen voor de toepassing van artikel 78, tweede lid, van het Communautair douanewetboek.

3. De directeur-generaal, bedoeld in het eerste lid, kan bij het uitoefenen van de hem bij dat lid opgedragen taken alleen de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1:23, 1:24, 1:25, 1:27, 1:31 tot en met 1:34 van de wet, toepassen.

Artikel 1:8

1. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is inspecteur als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen voor de bij of krachtens in het derde lid bedoelde wettelijke voorschriften vastgestelde taken. Hierbij kunnen de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1:23, 1:24, 1:25, 1:27, 1:31 tot en met 1:34 van de wet, worden toegepast.

3. De in het tweede lid bedoelde wettelijke voorschriften zijn de in de bijlage bij de artikelen 1:1 en 1:3 van de wet, onder A, bedoelde voorschriften voor zover het voorschriften aangaande onderwerpen betreft die vallen onder de reikwijdte van de volgende wettelijke voorschriften en deze wettelijke voorschriften zelf, voor zover deze betrekking hebben op goederen en goederenverkeer:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Adw | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x