Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd)

 

BESLUIT  DODEN  VAN  DIEREN

Tekst zoals deze geldt op 22 januari 2014

Vervallen m.i.v. 1 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 16 mei 1997, houdende regelen ter zake van het doden van dieren (Besluit doden van dieren)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 3 februari 1997, nr. J. 971007, Directie Juridische Zaken;
     Gelet op Richtlijn nr. 93/119/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden (PbEG L 340), alsmede op de artikelen 1, tweede lid, 38 en 44, eerste en tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
     De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 1997, nr. W11.97.0054);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 6 mei 1997, nr. J. 973847, Directie Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

ß 1. Algemeen

 

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Ė pluimvee: pluimvee als bedoeld in artikel 2, onderdeel o, van Verordening (EG) nr. 1099/2009;

Ė slachten: slachten als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van Verordening (EG) nr. 1099/2009;

Ė slachthuis: slachthuis als bedoeld in artikel 2, onderdeel k, van Verordening (EG) nr. 1099/2009;

Ė Verordening (EG) nr. 1099/2009: Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (PbEU 2009, L 303);

Ė wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

 

Artikel 1a

De artikelen 2 tot en met 6 zijn niet van toepassing op het doden van dieren en op met het doden verband houdende activiteiten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1099/2009, met uitzondering van pluimvee, konijnen en hazen die door hun eigenaar voor particulier huishoudelijk verbruik buiten een slachthuis worden geslacht.

 

Artikel 2

1.Als soorten en categorieŽn van dieren als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet worden aangewezen zoogdieren, reptielen, amfibieŽn en vogels.

2.Dit besluit is niet van toepassing op:

a. dieren die worden geslacht overeenkomstig de lsraŽlitische of islamitische ritus;

b. technische of wetenschappelijke experimenten die met betrekking tot de procedures voor het doden van dieren in geval van bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht;

c. vrij wild dat wordt gedood overeenkomstig sectie IV van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiŽnevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139).

 

Artikel 3

Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt de dieren elke vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden bespaard.

 

Artikel 4

1. Het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten wordt uitgevoerd door personen die de nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en doeltreffend uit te voeren.

2. Onze Minister kan bij ministeriŽle regeling nadere regelen stellen ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde kennis en vaardigheden.

 

Artikel 5

Een dier wordt gedood door toepassing van een:

a. dodingsmethode die onmiddellijk na aanvang van de dodingshandeling leidt tot de dood van het dier,

b. dodingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid, gevolgd door de dood vůůrdat de bewusteloosheid is geweken, of

c. bedwelmingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid, gevolgd door een dodingshandeling die leidt tot de dood vůůrdat de bewusteloosheid is geweken.

 

Artikel 6

Artikel 5 is niet van toepassing indien een dier gedood moet worden:

a. ter beŽindiging of voorkoming van onmiddellijk gevaar voor mens of dier;

b. ter beŽindiging van ondraaglijk lijden van het dier.

 

ß 2. Uitvoering EU-verordening doden van dieren

 

Artikel 7

Het is verboden te handelen in strijd met bij ministeriŽle regeling aan te wijzen artikelen van Verordening (EG) nr. 1099/2009.

 

Artikel 8

1. Bij ministeriŽle regeling worden regels gesteld voor een goede uitvoering van Verordening (EG) nr. 1099/2009.

2. De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op:

a. het aanwijzen van een bevoegde autoriteit;

b. het verstrekken, schorsen en intrekken van getuigschriften van vakbekwaamheid;

c. het goedkeuren van opleidingsprogrammaís en de inhoud en uitvoeringsbepalingen van examens;

d. het uitvoeren van controles en inspectie die relevant zijn voor de bescherming van dieren bij het doden en met het doden verband houdende activiteiten;

e. gidsen voor goede praktijken;

f. het doden, en daarmee verband houdende activiteiten, van dieren buiten een slachthuis.

 

Artikel 9

1. Het is verboden buiten het slachthuis rundvee, eenhoevigen of loopvogels te slachten of te doden.

2. Varkens, geiten en schapen worden buiten het slachthuis uitsluitend gedood na voorafgaande bedwelming met een penschiettoestel.

 

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2013]

 

ß 3 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2013]

 

ß 4. Slotbepalingen

 

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2013]

 

Artikel 18

[Wijzigt het Besluit dierenvervoer 1994]

 

Artikel 19

[Wijzigt het Vleeskeuringsbesluit]

 

Artikel 20

[Wijzigt het Besluit produktie en handel vers vlees]

 

Artikel 21

Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat vier weken zijn verstreken nadat het onderhavige besluit is voorgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat de inwerkingtreding van dit besluit bij wet wordt geregeld.

 

Artikel 22

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit doden van dieren.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 16 mei 1997

 

BEATRIX

 

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen

 

Uitgegeven de zeventiende juni 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Gwwd | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x