Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wetboek van Strafrecht (Sr)

 

RECLASSERINGSREGELING  1995

Tekst zoals deze geldt op 23 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 15 december 1994, houdende nieuwe regels inzake de reclassering

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie a.i. van 7 september 1994, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 455985/94/6;
     Gelet op de artikelen 14d , tweede lid, 16 en 22e van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 147, 177, tweede lid, en 310 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 19, eerste lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen en artikel 15, eerste lid, van de Gratiewet;
     Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing (advies van 24 juni 1994, nr. SR 45/94);
     De Raad van State gehoord (advies van 29 november 1994, nr. W03.94.0564);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 14 december 1994, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 471960/94/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

b. reclasseringsinstelling: een erkende instelling als bedoeld in artikel 4;

c. penitentiaire inrichting: een gevangenis, huis van bewaring of inrichting voor de opvang van verslaafden;

d. taakstraf: de taakstraf, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht;

e. klachtencommissie: de commissie, bedoeld in artikel 29.

Artikel 2

1.De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden berust bij één of meer door Onze Minister erkende reclasseringsinstellingen.

2.Een reclasseringsinstelling neemt de bij en krachtens dit besluit gestelde regels in acht.

3.Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld:

a. ter zake van de prioriteiten die een reclasseringsinstelling bij haar werkzaamheden in acht neemt,

b. ter zake van de eisen die aan de uitvoering van de werkzaamheden kunnen worden gesteld,

c. ter zake van de informatie die een reclasseringsinstelling periodiek aan Onze Minister verstrekt aangaande de uitvoering van de werkzaamheden, en

d. ter bevordering van een goede uitvoering van reclasseringswerkzaamheden.

Artikel 3

1. Een reclasseringsinstelling stelt voor haar personeelsleden een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vast.

2. Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

3. Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de jeugdzorg.

4. Een reclasseringsinstelling bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.

5. De meldcode, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de bij artikel 2 van het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgestelde elementen.

Hoofdstuk 2. Degenen die reclasseringswerkzaamheden kunnen verrichten

Artikel 4

1.Reclasseringswerkzaamheden worden uitsluitend verricht door instellingen die zich blijkens hun statuten of reglementen ten doel of mede ten doel stellen, op bijzondere wijze of ten behoeve van één of meer bijzondere categorieën van personen, reclasseringswerkzaamheden te verrichten en die daartoe door Onze Minister zijn erkend als reclasseringsinstelling.

2.De erkenning kan onder beperkingen worden verleend; aan de erkenning kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en voorschriften kunnen na overleg met de betrokken instelling worden gewijzigd.

3.De erkenning kan worden geschorst of ingetrokken. Intrekking van de erkenning geschiedt niet eerder dan nadat dertien weken zijn verstreken na een waarschuwing, waarbij is vermeld welke maatregelen moeten worden genomen om de intrekking te voorkomen.

Artikel 5

1.In afwijking van artikel 4 kunnen onder verantwoordelijkheid van een reclasseringsinstelling bepaalde, door het bestuur van de reclasseringsinstelling vast te stellen, reclasseringswerkzaamheden worden verricht door:

a. instellingen van maatschappelijke dienstverlening en

b. personen die zich als vrijwilliger aanbieden.

2.De vaststelling van reclasseringswerkzaamheden die door een instelling van maatschappelijke dienstverlening kunnen worden verricht, behoeft de instemming van Onze Minister.

Artikel 6

1.Reclasseringswerkers zijn de door het bestuur van een reclasseringsinstelling als zodanig aangewezen personeelsleden van de reclasseringsinstelling.

2.Alvorens zijn werkzaamheden aan te vangen, legt de reclasseringswerker de eed of belofte af dat hij zijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen.

3.Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de eisen voor aanwijzing als reclasseringswerker en ter uitvoering van het tweede lid.

Artikel 7

Reclasseringswerkers hebben voor de uitoefening van hun werkzaamheden vrije toegang:

a. tot degenen die zijn ingesloten in politiebureaus, voor zover de normale taakuitvoering van de politie dat redelijkerwijs toelaat, en

b. in penitentiaire inrichtingen, met inachtneming van de aldaar geldende huisregels.

Hoofdstuk 3. De reclasseringswerkzaamheden

Artikel 8

1. Onze Minister draagt er zorg voor dat in ieder arrondissement in ieder geval en zoveel mogelijk in onderlinge samenhang, de volgende reclasseringswerkzaamheden worden uitgevoerd:

a. het uit eigen beweging, in opdracht van de bevoegde autoriteiten of op verzoek van betrokkenen zelf verlenen van hulp en steun - rechtsbijstand uitgezonderd - aan personen die worden verdacht van of die zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit;

b. het doen van onderzoek naar zodanige personen, waaronder begrepen het opstellen van een indicatiestellingsadvies, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Interimbesluit forensische zorg, ten behoeve van de beslissingen die te hunnen aanzien moeten worden genomen over de vervolging, de berechting of de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen, en het geven van voorlichting daarover;

c. het voorbereiden en begeleiden van de uitvoering van de taakstraf en, voor zover daarvoor in aanmerking komend, van de uitvoering van andere rechterlijke beslissingen, waaronder begrepen het namens Onze Minister toeleiden naar forensische zorg als bedoeld in artikel 6, eerste lid, tweede volzin, ten aanzien van personen die worden verdacht van of die zijn veroordeeld wegens een strafbaar feit, alsmede het houden van toezicht daarop en het verschaffen van inlichtingen daarover aan de bevoegde autoriteiten.

2. Een reclasseringsinstelling dient op verzoek of uit eigen beweging autoriteiten van advies omtrent onderwerpen die voor de reclassering van belang zijn.

Artikel 9

1.Voorlichtingsrapporten, waartoe met

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Sr | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x