Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Mijnbouwwet

 

MIJNBOUWREGELING

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
     De Staatssecretaris van Economische Zaken;
     Handelende in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Gelet op de op 13 september 1983 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen (Trb. 1983, 159; laatstelijk Trb. 1990, 100), de artikelen 9, derde lid, 11, vierde en vijfde lid, 14, 32, 40, zesde lid, 63, vierde lid, 122, 123, tweede lid, van de Mijnbouwwet, en de artikelen 4, vierde lid, 7, eerste lid, 12, tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 23, tweede lid, 29, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 51, vijfde en zesde lid, 52, zesde en achtste lid, 53, derde lid, 66, eerste lid, 73, 77, 80, tweede en vierde lid, 81, derde lid, 82, vierde lid, 83, eerste en derde lid, 93, derde lid, 114 en 144 van het Mijnbouwbesluit;

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen, vergunningen en ontheffingen en overige bepalingen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit: Mijnbouwbesluit;

b. minister: Minister van Economische Zaken;

c. DIN: door het Deutsche Institut für Normaliserung uitgegeven norm;

d. NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;

e. hydraulische eenheid: een hydraulisch verbonden poriënruimte waar drukdoorgave met technische middelen kan worden gemeten en die is afgebakend door stromingsbarrières zoals storingen, zoutkoepels, lithologische grenzen, of door wigvormige uitloop of dagzomende aardlagen van de formatie;

f. richtlijn nr. 2009/31/EG: richtlijn nr. 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en verordening (EG) nr. 1013/2006 (PbEG L 140) van het Europese Parlement en de Raad;

g. ETRS89 systeem: European Terrestrial Reference System 1989, bedoeld in bijlage II, onder 1.2, van Verordening (EU) nr. 1089/2010 van de Commissie van 23 november 2010 ter uitvoering van Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens (PbEU 2010, L 323);

h. EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen: verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PbEU 2007, L 136);

i. EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PbEU L353);

j. biocidenverordening: verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PbEU 2012, L 167).

Artikel 1.1.2

Waar in deze regeling producten dienen te voldoen aan een bepaalde norm of eis, worden daaraan gelijkgesteld producten die voldoen aan normen of eisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die tenminste een gelijkwaardig niveau waarborgen.

§ 1.2. Vergunningen en ontheffingen

Artikel 1.2.1

1. Aanvragen om vergunningen, ontheffingen of andere besluiten bij of krachtens de wet en aanvragen om wijziging daarvan, worden ingediend bij de minister, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald. De aanvraag kan langs elektronische weg als bedoeld in artikel 2:15 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingediend.

2. De bij de aanvraag behorende stukken worden door of namens de aanvrager gekenmerkt als behorende tot de aanvraag.

3. Indien de aanvrager gegevens eerder heeft verstrekt, of indien gegevens reeds op andere wijze in bezit zijn van de minister, kan daar naar worden verwezen, tenzij deze gegevens gewijzigd zijn.

4. Op verzoek van de minister worden, in aanvulling op de gegevens die in dit hoofdstuk worden vermeld, tevens andere gegevens verstrekt of ter inzage gegeven, indien dat voor beoordeling van de aanvraag van belang is.

Artikel 1.2.2

1. Indien bij een aanvraag ingevolge dit hoofdstuk een plaats, traject of gebied moet worden vermeld, wordt dit uitgedrukt in:

a. het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoeksmeting, indien de plaats, het traject of het gebied zich aan de landzijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn bevindt, en

b. geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem, indien de plaats, het traject of het gebied zich aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn bevindt.

2. Van een gebied wordt het oppervlak vermeld, uitgedrukt in km2.

3. Een plaats of een traject wordt, onder vermelding van de coördinaten daarvan, aangegeven op een kaart.

4. De ligging van een gebied wordt, onder vermelding van de coördinaten van de hoekpunten daarvan, aangegeven op een kaart.

5. De kaarten, bedoeld in het derde en vierde lid, worden in viervoud overgelegd en zijn getekend op een schaal van 1:50.000.

6. Het eerste lid tot en met vijfde lid geldt niet voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 1.3.2 en 1.3.3, tweede lid.

§ 1.3. Opsporings-, winnings- en opslagvergunning

Artikel 1.3.1

1. Bij de aanvraag om een opsporingsvergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 25 van de wet vermeldt de aanvrager:

a. voor welk tijdvak de vergunning wordt gevraagd;

b. voor welk gebied de vergunning wordt gevraagd, en

c. of de aanvraag betrekking heeft op de opsporing van delfstoffen onder vermelding van de delfstof, waarop de aanvraag betrekking heeft, de opsporing van aardwarmte dan wel de opsporing van een CO2-opslagcomplex.

2. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag voorts:

a. de gegevens, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;

b. indien de aanvraag betrekking heeft op koolwaterstoffen, tevens de gegevens, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;

c. een programma waarin is aangegeven welke verkenningsonderzoeken en opsporingsactiviteiten de aanvrager voornemens is uit te voeren, het daarbij behorende tijdschema en welke technieken daarbij worden gebruikt;

d. een geologisch rapport, dat ten minste bevat:

1°. een opgave van de voor de onderbouwing van de aanvraag gebruikte verkenningsonderzoeken en andere geologische gegevens, de interpretatie van deze gegevens en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyse;

2°. een beschrijving van de locale en regionale geologie;

3°. indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft: een beschrijving van de verwachte hoeveelheid aanwezige delfstof per mogelijk aanwezig voorkomen;

e. andere gegevens die de aanvrager heeft gebruikt bij de onderbouwing van de aanvraag.

3. Indien de aanvraag wordt ingediend door meerdere aanvragers gezamenlijk, worden de in het tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens ten aanzien van iedere aanvrager afzonderlijk verstrekt. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarden de samenwerking tussen de aanvragers plaatsvindt.

Artikel 1.3.2

1.In een aanvraag om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor een gebied aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn wordt opgegeven voor welk gebied, bestaande uit een of meer blokken als

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Mijnbouwwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x