Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Penitentiaire beginselenwet (Pbw)

 

PENITENTIAIRE  MAATREGEL

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 23 februari 1998, houdende vaststelling van de Penitentiaire maatregel en daarmee verband houdende wijziging van enige andere regelingen (Penitentiaire maatregel)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Onze Minister van Justitie, van 8 juli 1997, nr. 640008/97/6;
     Gelet op artikel 89 van de Grondwet, artikel 13 van het Wetboek van Strafrecht en voorts de artikelen 3, vijfde lid, 4, tweede lid, 7, vierde lid, 32, tweede lid, 41, vierde lid, 42, vijfde lid, 45, derde lid, 59, 61, vierde lid, 65, tweede lid, 67, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet en artikel 40, vierde lid, van de Beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden;
     Gezien de adviezen van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 11 november 1996, nr. RA/98/96, 25 maart 1997, nr. RA 20/97 en 6 juni 1997, nr. 631365/97, en het advies van de Registratiekamer van 23 oktober 1996, nr. 96.A.495/1;
     De Raad van State gehoord (advies van 26 november 1997, nr. W03.97 0476);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 16 februari 1998, nr. 680358/98/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

 

Artikel 1

In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. de wet: de Penitentiaire beginselenwet;

b. reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995;

c. executie-indicator: de aantekening van het openbaar ministerie bij het aanbieden van een vonnis ter executie aan Onze Minister waarin wordt aangegeven dat het openbaar ministerie wil adviseren over te nemen besluiten inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden aan de betreffende gedetineerde.

 

Hoofdstuk 2. Opperbeheer inrichtingen en regime

 

Artikel 2

1.De directeur brengt jaarlijks vr 1 oktober aan Onze Minister een jaarplan voor het volgende jaar uit. Het jaarplan omvat in ieder geval een begroting van de kosten en opbrengsten voor dat jaar.

2.De directeur brengt jaarlijks vr 1 maart aan Onze Minister een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. Bij dit verslag wordt een jaarrekening gevoegd.

3.Onze Minister kan regels stellen aan de vorm en de inhoud van de in het eerste en tweede lid genoemde stukken.

 

Artikel 3

1.Het dagprogramma voor een inrichting of afdeling wordt bepaald in de huisregels en beslaat de periode tussen uitsluiting van de gedetineerden in de ochtend en de insluiting van de gedetineerden voor de nacht.

2.In het regime van algehele gemeenschap, bedoeld in artikel 20 van de wet, duurt het dagprogramma minimaal 59 uren per week en worden daarin tussen 18 uren en 63 uren per week aan activiteiten en bezoek geboden.

3.In het regime van beperkte gemeenschap, bedoeld in artikel 21 van de wet, worden tussen 18 uren en 63 uren per week aan activiteiten en bezoek geboden.

4.Onze Minister stelt nadere regels omtrent de verschillende regimes die in de daarbij aangeduide inrichtingen gelden.

 

Artikel 4 [Vervallen per 17-12-2008]

 

Hoofdstuk 3. Penitentiair programma

 

Artikel 5

1.Een penitentiair programma omvat minimaal 26 uur per week aan activiteiten waaraan door de deelnemer aan dat penitentiair programma wordt deelgenomen.

2.De activiteiten in een penitentiair programma zijn gericht op het aanleren van bepaalde sociale vaardigheden, het vergroten van de kans op arbeid na invrijheidstelling, het bieden van onderwijs, het bieden van bijzondere zorg aan de deelnemer zoals verslavingszorg of geestelijke gezondheidszorg, of geven op andere wijze invulling aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij.

3.Van een penitentiair programma wordt een schriftelijke omschrijving gemaakt. Deze omvat in ieder geval een beschrijving van de activiteiten, een regeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma, de begeleiding van en het toezicht op de deelnemer aan het penitentiair programma, de melding van bijzondere voorvallen en de wijze en de frequentie van rapporteren over de deelnemer aan het penitentiair programma.

4.Onze Minister kan nadere regels stellen over de procedure tot erkenning van een penitentiair programma en over de kwaliteitseisen waaraan een penitentiair programma moet voldoen.

5.De noodzakelijke kosten van bestaan tijdens deelname aan een penitentiair programma komen niet ten laste van Onze Minister.

 

Artikel 6

Voor deelname aan een penitentiair programma komen niet in aanmerking:

a. gedetineerden ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een tevens opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege nog moet aanvangen;

b. gedetineerden die na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf gevolg dienen te geven aan de op hen rustende vertrekplicht of die uitgeleverd zullen worden;

c. gedetineerden die in een extra beveiligde inrichting verblijven.

 

Artikel 7

1.Indien de directeur het verantwoord acht dat een gedetineerde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma doet hij een daartoe strekkende voordracht aan de selectiefunctionaris.

2.De directeur voegt bij zijn voordracht het advies van het openbaar ministerie indien het openbaar ministerie ten aanzien van de gedetineerde een executie-indicator heeft gegeven dan wel indien het een gedetineerde betreft ten aanzien van wie een veroordeling tot vrijheidsstraf nog niet onherroepelijk is geworden. Hij voegt daarbij tevens het advies van de reclassering.

3.Bij zijn beslissing om een gedetineerde in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan een penitentiair programma betrekt de selectiefunctionaris in ieder geval de volgende aspecten:

a. de aard, zwaarte en achtergronden van het gepleegde delict;

b. het huidige detentieverloop, waaronder het gedrag van de gedetineerde, het nakomen van afspraken door de gedetineerde en diens gemotiveerdheid;

c. het gevaar voor recidive;

d. de mate waarin de gedetineerde in staat zal zijn de met de grotere vrijheden gepaard gaande verantwoordelijkheid te kunnen dragen;

e. een aanvaardbaar verblijfadres;

f. de geschiktheid van de gedetineerde voor een penitentiair programma;

g. de mate van onzekerheid over de datum van invrijheidstelling.

4.De selectiefunctionaris neemt zijn beslissing over deelname aan een penitentiair programma slechts indien de gedetineerde zich bereid heeft verklaard tot deelname aan het programma en de daaraan verbonden voorwaarden.

 

Artikel 7a

1.De deelnemer aan een penitentiair programma staat gedurende het eerste derde deel van de totale duur van het programma onder elektronisch toezicht. Voor het einde van deze periode wordt bezien of het elektronisch toezicht kan vervallen. Op grond van het gedrag van de deelnemer kan worden besloten dat het elektronisch toezicht wordt voortgezet gedurende het tweede derde deel van het penitentiair programma. In dat geval wordt voor het einde van het tweede deel bezien of het elektronisch toezicht kan vervallen. Op grond van het gedrag van de deelnemer kan worden besloten dat het elektronisch toezicht wordt voortgezet gedurende het laatste deel van het penitentiair programma. Indien het elektronisch toezicht is vervallen kan de deelnemer wederom onder elektronisch toezicht worden gesteld, indien het gedrag van de deelnemer daartoe aanleiding geeft.

2.De selectiefunctionaris is belast met de beslissingen, bedoeld in het eerste lid. Hij kan bepalen dat geen elektronisch toezicht wordt toegepast indien:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Pbw | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x