Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994)

 

REGELING  BLOED-  EN  URINEONDERZOEK

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Justitie van 5 september 2005, nr. 5373439/505, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot bloed- en urineonderzoek

     De Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 163, vijfde, achtste, negende en tiende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, zesde, negende tot en met elfde lid van de Scheepvaartwet, artikel 11.6, vijfde, achtste tot en met tiende lid, van de Wet luchtvaart, artikel 89, vijfde, achtste tot en met tiende lid van de Spoorwegwet en de artikelen 13, 18, 19, 21 en 22 van het Besluit alcoholonderzoeken;

     Besluit:

 

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. het besluit: het Besluit alcoholonderzoeken;

b. bloedafname: het afnemen van een hoeveelheid bloed ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b en derde lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet Luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet;

c. politie: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012, en de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen c, en d, van de Politiewet 2012, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Onder de politie wordt voor de toepassing van deze regeling mede verstaan een ambtenaar van het Wapen der Koninklijke Marechaussee.

Artikel 2

1. Als ambtenaren, bedoeld in artikel 163, vijfde, achtste en negende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, zesde, negende en tiende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 11.6, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet luchtvaart en artikel 89, vijfde, achtste en negende lid van de Spoorwegwet, worden aangewezen de ambtenaren van politie, benoemd in schaal 8 of hoger.

2. Zij oefenen, voor zover zij geen hulpofficier van justitie zijn, de hun toegekende bevoegdheid niet uit indien een hulpofficier van justitie beschikbaar is.

Artikel 3

1. Het afnemen van bloed geschiedt met een gesteriliseerde, eenmalig te gebruiken injectiespuit met naald, van een type dat is aangewezen door het

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wvw 1994 | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x