Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Spoorwegwet

 

REGELING  SPOORVERKEER

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
REGELING ter uitvoering van de artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer (Regeling spoorverkeer)

     De Minister van Verkeer en Waterstaat;
     Gelet op artikelen 1, onderdeel e, 2, 9, 20, 26 en 38 van het Besluit spoorverkeer;

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. krachtvoertuig: spoorvoertuig met eigen voortbewegingsinrichting;

b. rijtuig: spoorvoertuig hoofdzakelijk bestemd voor het vervoer van personen, zonder eigen voortbewegingsinrichting;

c. wagen: spoorvoertuig zonder eigen voortbewegingsinrichting, bestemd voor het vervoer van goederen;

d. het remgewicht van de trein: de som van de remgewichten van de spoorvoertuigen;

e. het totale gewicht: de som van het eigen gewicht van het spoorvoertuig en het gewicht van de reizigers of van de lading;

f. het treingewicht: de som van de totale gewichten van de spoorvoertuigen;

g. ETCS: European Train Control System;

h. ETCS-cabinesein: sein, getoond op de ETCS-bestuurdersinterface, bedoeld in paragraaf 4.3 van de bijlage behorende bij beschikking nr. 2006/679/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 maart 2006 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem ‘Besturing en Seingeving’ van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEU L 284) dan wel op de bestuurdersinterface, bedoeld in paragraaf 4.3 van de bijlage behorende bij beschikking nr. 2006/860/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 7 november 2006 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem ‘Besturing en Seingeving’ van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem en tot wijziging van bijlage A bij Beschikking 2006/679/EG betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem ‘Besturing en Seingeving’ van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PbEU L 342);

i. bijlage A: bijlage A van de bijlage behorende bij beschikking nr. 2008/231/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 2008 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem ‘Exploitatie’ van het trans-Europese hogesnelheidsspoorwegsysteem overeenkomstig artikel 6, lid, 1, van richtlijn 96/48/EG van de Raad en houdende intrekking van Beschikking nr. 2002/734/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 mei 2002 (PbEU L 84);

j. vast sein: niet verplaatsbaar sein;

k. lichtsein: vast sein dat groen, geel, rood of wit licht kan uitstralen;

l. hoofdsein: lichtsein dat rood licht kan uitstralen;

m. voorsein: lichtsein dat aan een hoofdsein voorafgaat en geen rood licht kan uitstralen;

n. P-sein: lichtsein voorzien van een onderbord met het opschrift ‘P’;

o. AKI: automatische knipperlichtinstallatie;

p. AHOB: automatische halve overwegbomen;

q. AOB: automatische overpadbomen.

 

Hoofdstuk 2. Onderzoek treinen

 

§ 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 2

1.Het onderzoek, bedoeld in artikel 2 van het Besluit spoorverkeer, wordt met betrekking tot voor treinen bestemde krachtvoertuigen en rijtuigen als een periodieke controle uitgevoerd.

2.De periodieke controle omvat in elk geval:

a. een controle van de inventaris die voor de veiligheid van belang is;

b. een functietest van apparatuur in de cabine;

c. een controle van de verzegelingen van apparatuur in de cabine en in de technische ruimten; en

d. een visuele inspectie aan de buitenzijde van het spoorvoertuig van de mechanische onderdelen en de deuren.

3.De spoorwegonderneming stelt voor ieder type krachtvoertuig en rijtuig een plan op waarin de inhoud, de plaats, alsmede de frequentie van de periodieke controle worden vastgelegd.

4.De spoorwegonderneming draagt zorg voor de administratie van de uitgevoerde periodieke controles.

 

Artikel 3

1.Het onderzoek, bedoeld in artikel 2 van het Besluit spoorverkeer, wordt met betrekking tot voor treinen bestemde wagens en hun eventuele lading als een technische controle uitgevoerd.

2.De technische controle omvat een controle:

a. op kenbare technische gebreken;

b. van aan slijtage onderhevige onderdelen;

c. op kenbare gebreken in de wijze van belading;

d. van de stand van kranen en krukken; en

e. van de revisiedatum.

3.De spoorwegonderneming stelt vast waar en wanneer de technische controle zal plaatsvinden en draagt zorg voor de administratie van de uitgevoerde technische controles.

 

Artikel 4 [Vervallen per 03-12-2009]

 

Artikel 5

De in artikel 3 bedoelde technische controle wordt uitgevoerd aan de hand van de gebrekencatalogus van bijlage 9, annex 1, van het General Contract of Use for Wagons.

 

§ 2. Rembeproeving

 

Artikel 6

1. Onverminderd de artikelen 2 en3 worden treinen onderworpen aan een rembeproeving.

2. De spoorwegondernemer stelt voor iedere soort of type trein een plan op waarin de inhoud, de plaats en het tijdstip van de rembeproeving worden vastgelegd.

3. In het plan van rembeproeving wordt tenminste rekening gehouden met de volgende omstandigheden:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Spoorwegwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x