Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Telecommunicatiewet

 

BESLUIT  UNIVERSELE  DIENSTVERLENING  EN  EINDGEBRUIKERSBELANGEN

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 7 mei 2004, houdende regels met betrekking tot universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen (Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 10 juli 2003, nrs. WJZ 3025210 en WJZ 3025247;
     Gelet op Richtlijn nr. 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten (Universeledienstrichtlijn) (PbEG L 108), Richtlijn nr. 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PbEG L 201) en de artikelen 7.4, derde en vierde lid, 7.5, 7.6, tweede lid, 7.8, 9.1, tweede en vierde lid, 9.2, tweede lid, 9.4, eerste lid, 12.1, 18.2 en 18.12 van de Telecommunicatiewet;
     De Raad van State gehoord (adviezen van 14 augustus 2003, nr. W10.03.0310/II, en 25 september 2003, nr. W10.03.0309/II);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 3 mei 2004, nr. WJZ 4028408;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Definities

 

Artikel 1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. wet: Telecommunicatiewet;

b. woonkern: aaneengesloten bebouwing binnen ťťn gemeente;

c. telefoonnummer: nummer uit een door Onze Minister krachtens artikel 4.1, eerste lid, van de wet vastgesteld nummerplan of uit de Europese telefoonnummeringsruimte dat krachtens zijn bestemming gebruikt mag worden voor de ontvangst van gesprekken en dat, indien de nummergebruiker tevens een aanbieder van elektronische communicatiediensten is, niet wordt gebruikt om toegang tot die elektronische communicatiediensten te verschaffen;

d. standaard telefoongids: algemeen beschikbare abonneelijst waarin uitsluitend telefoonnummers kunnen worden opgezocht aan de hand van gegevens betreffende de naam in combinatie met gegevens betreffende het adres en huisnummer, postcode of de woonplaats van de abonnee;

e. standaard abonnee-informatiedienst: algemeen beschikbare abonnee-informatiedienst waarmee uitsluitend telefoonnummers kunnen worden opgevraagd aan de hand van gegevens betreffende de naam in combinatie met gegevens betreffende het adres en huisnummer, postcode of de woonplaats van de abonnee;

f. semafoondienst: openbare draadloze elektronische communicatiedienst waarbij individuele abonnees of groepen abonnees kunnen worden gealarmeerd of waarmee berichten naar deze abonnees kunnen worden gestuurd;

g. ERMES: systeem voor een openbare pan-Europese semafoondienst te land, zoals omschreven in de bijlage bij aanbeveling nr. 90/543/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 oktober 1990, inzake de gecoŲrdineerde invoering in de Gemeenschap van een openbare pan-Europese semafoondienst te land (PbEG L 310);

h. telexdienst: commerciŽle exploitatie ten behoeve van het publiek van direct transport van telexberichten overeenkomstig de te Melbourne op 25 november 1998 tot stand gekomen aanbeveling I 240 van de Internationale Raadgevende Commissie inzake telegrafie en telefonie (CCITT) van en naar netwerkaansluitpunten van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, waarvan iedere gebruiker van op een dergelijk netwerkaansluitpunt aangesloten apparatuur gebruik kan maken om met een ander netwerkaansluitpunt te communiceren;

i. carrierdienst: elektronische communicatiedienst, niet zijnde de openbare telefoondienst, die voor het publiek beschikbaar is voor uitgaande gesprekken;

j. nummer met bijzondere toegang: nummer uit het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten of een internationaal nummer dat voor toegang gebruik maakt van een voor dat nummer specifieke voorziening in een randapparaat van de eindgebruiker die wordt aangeboden door een aanbieder anders dan de aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst die de eindgebruiker toegang verschaft tot nummers uit het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten of internationale nummers;

k. bemiddelingsdienst: algemeen beschikbare dienst waarmee door omzetting van real-time text of beeld van gebarentaal, eventueel ondersteund door spraak, naar spraak en spraak naar real-time text of beeld van gebarentaal, eventueel ondersteund door spraak, een gesprek kan worden gevoerd tussen enerzijds een eindgebruiker die gebruik maakt van tekst- of beeldtelefonie en anderzijds een eindgebruiker die gebruik maakt van reguliere telefonie;

l. real-time text: teken voor teken verstuurde en ontvangen tekst;

m. gebarentaal: Nederlandse Gebarentaal en Nederlands met Gebaren.

 

Hoofdstuk 2. Universele dienstverlening

 

ß 2.1. Aard en kwaliteit

 

Artikel 2.1

De aansluiting op het openbaar elektronisch communicatienetwerk op een vaste locatie, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, biedt de mogelijkheid van datacommunicatie met datasnelheden die toereikend zijn voor een functionele toegang tot het internet.

 

Artikel 2.2

In een woonkern met meer dan 5000 inwoners is ten minste ťťn openbare betaaltelefoon per 5000 inwoners.

 

Artikel 2.3

1.Onverminderd artikel 11.6 van de wet, bevatten telefoongidsen, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdelen c en d, van de wet, en het abonneebestand dat voor de abonnee-informatiedienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, wordt gebruikt, de gegevens van abonnees waaraan een telefoonnummer is toegekend.

2.De in het eerste lid bedoelde gegevens bestaan in elk geval uit: de naam van de desbetreffende abonnee en diens adres en huisnummer, postcode, woonplaats en telefoonnummers.

3.Voor opname van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, in de telefoongidsen of in het abonneebestand dat voor de abonnee-informatiedienst wordt gebruikt, worden geen kosten in rekening gebracht.

4.De telefoongidsen worden ten minste eenmaal per jaar geactualiseerd.

5.Het voor de abonnee-informatiedienst gebruikte abonneebestand wordt ten minste eenmaal per week geactualiseerd.

 

Artikel 2.3a

1. De in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet genoemde dienst waardoor eindgebruikers met een auditieve beperking of spraakbeperking toegang hebben tot de in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel b en e, van de wet genoemde diensten is de bemiddelingsdienst.

2. De bemiddelingsdienst ondersteunt de bij ministeriŽle regeling aangewezen standaarden.

3. De bemiddelingsdienst treft de voorzieningen die noodzakelijk zijn om oproepen van eindgebruikers met een auditieve beperking of spraakbeperking naar alarmnummers met voorrang te bemiddelen.

4. Bij ministeriŽle regeling kunnen eisen worden gesteld aan de toegankelijkheid van de bemiddelingsdienst, waaronder de te bemiddelen gesprekken, de openingstijden en de wachttijd voor aanvang van een door de dienst te bemiddelen gesprek. Ten aanzien van het bemiddelen van gesprekken in enerzijds real-time text en anderzijds gebarentaal kunnen verschillende eisen worden gesteld.

 

Artikel 2.3b

1. De in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet genoemde dienst waardoor eindgebruikers met een visuele beperking, toegang hebben tot de in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel d, genoemde dienst is de abonnee-informatiedienst.

2. Bij ministeriŽle regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de abonnee-informatiedienst voor eindgebruikers met een visuele beperking.

 

Artikel 2.3c

Bij ministeriŽle regeling kunnen andere dan de in de artikelen 2.1 tot en met 2.3b bedoelde regels worden gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de in artikel 9.1, eerste lid, van de wet genoemde diensten.

 

ß 2.2. Betaalbaarheid

 

Artikel 2.4 [Vervallen per 01-01-2012]

 

Artikel 2.5

1. Het tarief voor de eerste aansluiting op het openbare elektronische communicatienetwerk op een vaste locatie, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is eenmalig en, uitgaande van de kosten, niet hoger dan redelijk.

2. In afwijking van het eerste lid, kunnen bij ministeriŽle regeling voor bepaalde categorieŽn eindgebruikers tarieven worden vastgesteld die aan hen ten hoogste in rekening mogen worden gebracht.

3. Consumenten kunnen met betrekking tot de toegang tot het openbare elektronische communicatienetwerk en de levering van de openbare telefoondienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet via de eerste aansluiting kiezen uit ťťn van de volgende abonnementsvormen:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x