Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Telecommunicatiewet

 

BESLUIT  VERSTREKKING  GEGEVENS  TELECOMMUNICATIE

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 26 januari 2000, houdende regels voor de verstrekking van gegevens door aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten met het oog op het onderzoek van telecommunicatie (Besluit  verstrekking gegevens telecommunicatie)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 mei 1998, nr. HDTP/98/1553/HW, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post in overeenstemming met Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
     Gelet op de artikelen 13.1, tweede lid, 13.2, derde lid, 13.4, derde lid, en 20.18 van de Telecommunicatiewet;
     De Raad van State gehoord (advies van 19 augustus 1998, nr. W09.98.0215);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 januari 2000, nr. DGTP/99/3602/JdJ, Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet: Telecommunicatiewet;

b. informatiepunt: het Centraal informatiepunt onderzoek telecommunicatie, bedoeld in artikel 2;

c. aanbieder: de aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst;

d. bevoegde autoriteit:

1. de rechter-commissaris in strafzaken, de officier van justitie, de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, of het hoofd van een opsporingsdienst, dan wel de door de korpschef voor zijn korps of door het hoofd voor zijn dienst aangewezen opsporingsambtenaar,

2. het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar,

3. het hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, of de door hem aangewezen ambtenaar;

e. informatie: de informatie, bedoeld in artikel 13.4, eerste lid, van de wet, voor zover deze informatie geen betrekking heeft op een ander nummer dan het aansluitnummer voor vaste of mobiele openbare telefoonnetwerken, en geen betrekking heeft op een ander nummer dan de inlognaam of gebruikersnaam, een e-mail adres, identificatienummers van randapparaten of een toegewezen Internet-protocol-nummer voor openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten die uitsluitend bestaan in de verlening van toegang tot Internet of de door middel van Internet te leveren of te verrichten diensten;

f. gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon die met de aanbieder een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het gebruik van een netwerk of de levering van een openbare telecommunicatiedienst, alsmede de natuurlijke of rechtspersoon die daadwerkelijk gebruik maakt van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst;

g. aansluitnummer:

1. bij vaste openbare telefoonnetwerken, onderscheidenlijk vaste openbare telefoondiensten: het bij een netwerkaansluitpunt behorende nummer;

2. bij mobiele openbare telefoonnetwerken, onderscheidenlijk, openbare mobiele telefoondiensten: het Mobile Station Integrated Systems Digital Network Number.

 

Artikel 2

Onze Minister van Veiligheid en Justitie is belast met het langs geautomatiseerde weg doorgeleiden van verzoeken om en verstrekkingen van informatie. Hij voert deze taak uit door middel van het Centraal informatiepunt onderzoek telecommunicatie.

 

Artikel 3

1.Het informatiepunt, de bevoegde autoriteit en de aanbieder treffen ieder de technische voorzieningen die nodig zijn teneinde uitvoering te geven aan het tweede, derde en vierde lid. De technische voorzieningen voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4 en 5 en aan de specificaties die zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

2.De bevoegde autoriteit verzoekt om verstrekking van informatie die is opgenomen in het bestand, bedoeld in artikel 4, door tussenkomst van het informatiepunt. De bevoegde autoriteit doet het verzoek langs geautomatiseerde weg.

3.De aanbieder verstrekt de informatie door tussenkomst van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x