Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Rijkswet geweldgebruik bewakers militaire objecten

 

BESLUIT  GEWELDGEBRUIK  DEFENSIEPERSONEEL  IN  DE  UITOEFENING  VAN  DE  BEWAKINGS-  EN  BEVEILIGINGSTAAK

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 22 juli 2000, houdende regels inzake het gebruik van geweld door defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak (Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van  de bewakings- en beveiligingstaak)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 19 juli 1999, nr. CWW88/014, directie juridische zaken, afdeling wet- en regelgeving;
     Gelet op artikel 1, zesde lid, van de Rijkswet geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak;
     De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 18 oktober 1999, nr. W07.99.0370/II/K);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie van 14 juli 2000, nr. CWW88/014/2000003070;
     De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Paragraaf 1. Algemeen

 

Artikel 1

Dit besluit berust op artikel 3, derde lid, van de Rijkswet geweldgebruik bewakers militaire objecten.

 

Artikel 1a

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

a. bewaker: de met het uitvoeren van de bewakings- en beveiligingstaak belaste:

1°. militair;

2°. burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie;

b. meerdere:

1°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door militairen behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk wordt uitgevoerd: degene die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht de meerdere is;

2°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door burgerambtenaren in dienst van het Ministerie van Defensie wordt uitgevoerd: de burgerambtenaar die de hoogste rang bezit dan wel bij gelijkheid in rang, de burgerambtenaar die de meeste ouderdom daarin bezit;

3°. in andere gevallen dan bedoeld onder 1° of 2°: de militair, behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk, onderscheidenlijk de burgerambtenaar, in dienst van het Ministerie van Defensie, die als zodanig is aangewezen;

c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis, uitgeoefend op personen of zaken;

d. geweldmiddel: een geweldmiddel als bedoeld in artikel 6, eerste lid;

e. gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.

2. Onder het gebruiken van geweld wordt mede verstaan:

a. het dreigen met geweld;

b. het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.

 

Artikel 2

Dit besluit is niet van toepassing op het gebruik van geweld door bewakers in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak tijdens een internationaal gewapend conflict of een intern gewapend conflict als bedoeld in de gemeenschappelijke artikelen 2 en 3 van de op 12 augustus 1949 tot stand gekomen Verdragen van Genève (Trb. 1951, 72 t/m 75), alsmede de op 12 december 1977 te Bern tot stand gekomen Aanvullende Protocollen (Trb. 1980, 87 en 88).

 

Paragraaf 2. Algemene geweldsbepalingen

 

Artikel 3

Het gebruik van een geweldmiddel ter uitvoering van de bewakings- en beveiligingstaak is uitsluitend toegestaan aan een bewaker:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x