Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Visserijwet 1963

 

UITVOERINGSREGELING  VISSERIJ

Tekst zoals deze geldt op 24 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 september 2008, nr. TRCJZ/2007/3190, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de visserij (Uitvoeringsregeling visserij)

     De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
     Gelet op de artikelen 1, tweede lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, 2c, eerste lid, 17, eerste en derde lid, en 24 van de Visserijwet 1963;
     Gelet op de artikelen 3, 4 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;
     Gelet op de artikelen 1, eerste lid, onderdeel g, tweede en derde lid, 6, derde lid, 8, 10a, eerste en tweede lid, 11, 12 en 13 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Minister: de Minister van Economische Zaken;

b. visserijzone: in artikel 1, vierde lid, onder a, van de wet (Stb. 312) bedoelde zone;

c. zeegebied: als zodanig in artikel 1 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 (Stb. 176) aangewezen wateren;

d. kustwateren: als zodanig in artikel 2 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 aangewezen wateren;

e. binnenwateren: overige Nederlandse wateren, niet behorende tot het zeegebied en de kustwateren;

f. riviervisserij: visserij die op de Westerschelde ten oosten van de lijn van de lichtopstand de Nolle nabij Vlissingen naar de lichtopstand Nieuwe Sluis in Zeeuws Vlaanderen wordt uitgeoefend;

g. rapen: vergaren, niet zijnde het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van schelpdieren;

h. handmatig: met de hand, zonder gebruikmaking van enig hulpmiddel, dan wel louter met gebruikmaking van een riek of een spade;

i. merkje: door of vanwege de Minister verstrekt, bij een vergunning behorend merkteken;

j. verordening: verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten en produkten van de aquacultuur (Pb EG L 17);

k. producentenorganisatie: organisatie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening;

l. aangeslotene: aangeslotene bij een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer;

m. grote fuik: aalfuik die met behulp van stokken of palen wordt uitgezet en verbonden is aan schutwant, al dan niet deeluitmakend van een fuikregel;

n. schietfuik binnenvisserij: aalfuik die door een vleugel met een tweede aalfuik wordt verbonden, welke beide fuiken paarsgewijs worden uitgezet;

o. bordennet: vistuig dat bestaat uit één net dat bij het vissen wordt opengehouden door twee aan het net verbonden visborden;

p. handzeef: zeef met een lengte en breedte van ten minste 80 centimeter respectievelijk 60 centimeter, in de lengterichting voorzien van gladde draadvormige spijlen, die op gelijke hoogte en met een onderlinge afstand van ten minste 7 millimeter zijn aangebracht;

q. functionaris: functionaris als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;

r. visvak: in een tussen het Rijk en de huurder gesloten overeenkomst tot verhuur van het visrecht nader aangeduid visgebied, waarin op grond van deze overeenkomst met een aalfuik, staand want, hoekwant, aalkistje, ankerkuil of enig ander vast vistuig mag worden gevist;

s. staatswateren: wateren waarvan de Staat der Nederlanden de eigendom heeft van de grond eronder;

t. IJsselmeer: IJsselmeer zoals afgebakend in artikel 1, tweede en derde lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;

u. garnaal: noordzeegarnaal (Crangon crangon).

v. spieringdrijfnet: ieder een- of meerwandig wargaren, hetwelk bij gebruik door de stroom wordt voortbewogen, met een maaswijdte van 45 mm of minder;

w. recreatieve visserij: het vissen met vaste vistuigen, waarbij de vangst uitsluitend bestemd is voor eigen gebruik;

x. mosselzaadinvanginstallatie: al dan niet drijvend, aan de bodem verankerd of bevestigd vistuig, bestaande uit verbindingsmateriaal waaraan met het oogmerk om periodiek mosselzaad te oogsten invangsubstraat is bevestigd waaraan mossellarven zich kunnen hechten;

y. vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie: vergunning als bedoeld in artikel 36 voor het vissen met een mosselzaadinvanginstallatie;

z. mosselkweekperceel: perceel dat zich bevindt in een kustwater en dat bestemd is voor het kweken van mosselen;

aa. wet: Visserijwet 1963;

bb. vistuig van het type staand want: kieuwnetten en warrelnetten als bedoeld in bijlage I, tabel 3, van verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 december 2003 betreffende de communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (PbEU L5).

Artikel 1a

Deze regeling berust op:

a. de artikelen 1, tweede lid, onderdelen a en b, 2c, eerste lid, 3a, 17, eerste en derde lid, 24 en 54c van de wet;

b. de artikelen 3, 4 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977, en

c. de artikelen 1, eerste lid, onderdeel g, tweede en derde lid, 6, derde lid, 7a, 8, 10a, 10b, 11, 12 en 13 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985.

Hoofdstuk 2. Aanwijzingsbepalingen en administratieverplichtingen

§ 2.1. Aanwijzingen op grond van de Visserijwet 1963

Artikel 2

Als vissen, onderscheidenlijk schaal- en schelpdieren als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet, worden aangewezen de in de bijlage 1 opgenomen soorten.

Artikel 3 [Vervallen per 18-10-2012]

Artikel 4

Als middelen, bedoeld in artikel 2c, eerste lid, van de wet, waarmee het verboden is vis te bedwelmen, te verwonden of te doden, worden aangewezen:

a. kokkelbonen;

b. tjoekvisje;

c. ongebluste kalk;

d. dynamiet, en

e. andere vergiftigende, bedwelmende en ontplofbare stoffen.

Artikel 5

Als water waarvoor de bepalingen van paragraaf 5 van de wet betreffende de huur en verhuur van visrecht niet gelden, wordt aangewezen: het Grevelingenmeer.

Artikel 5a

Als vissoort als bedoeld in artikel 54c, derde lid, onderdeel a, van de wet, worden aangewezen: de aal en de wolhandkrab.

Artikel 5b

De afmeting, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Visserijwet 1963, bedraagt:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Visserijwet 1963 | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x