Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wetboek van Militair Strafrecht (WvMS)

 

RIJKSBESLUIT  UITVOERINGSBEPALINGEN  MILITAIR  STRAF-  EN  TUCHTRECHT

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
RIJKSBESLUIT van 25 november 1999, houdende regels met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen ingevolge het Wetboek van Militair Strafrecht, de Wet militair tuchtrecht en de Wet militaire strafrechtspraak (Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 14 juli 1999, nr. CST99/0117/016 99002114, directie juridische zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
     Gelet op de artikelen 21, 36b, 44a, 59, 71 en 135 van het Wetboek van Militair Strafrecht, de artikelen 46, 65, 80p, 92, 98, 103 en 105 van de Wet militair tuchtrecht en de artikelen 6, 9, 11, 17, 18, 23, 33 en 61 van de Wet militaire strafrechtspraak;
     De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 18 oktober 1999);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 24 november 1999, nr. CST 99/0117/016 99.003153 uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;
     De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk I. Nadere bepalingen met betrekking tot het Wetboek van militair strafrecht

 

§ 1. Tenuitvoerlegging buiten het Europese deel van Nederland en buiten het Koninkrijk

 

Artikel 1

1. Tenuitvoerlegging in strafinrichtingen in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in Bonaire, Sint Eustatius of Saba als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Wetboek van Militair Strafrecht, kan plaatsvinden, indien:

a. het feitelijk onmogelijk is om gebruik te maken van een daartoe bestemde inrichting of bestemd gebouw in Nederland, of

b. de veroordeelde in een van deze landen is geboren, terwijl zulks dienstbaar is aan de voorbereiding van de terugkeer van de veroordeelde in het maatschappelijk leven, dan wel

c. de veroordeelde zich op het tijdstip waarop de straf uitvoerbaar is geworden, in een van deze landen bevindt, met dien verstande, dat hij, anders dan met zijn schriftelijke toestemming ten hoogste zes maanden van de straf in zulk een inrichting of gebouw ondergaat.

2. De straf wordt ten uitvoer gelegd, indien zij bestaat uit:

a. gevangenisstraf: in een gevangenis;

b. militaire detentie: in een huis van bewaring;

c. hechtenis: in een huis van bewaring.

 

Artikel 2

1.Tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het Wetboek van Militair Strafrecht, kan plaatsvinden in een strafinrichting buiten het Koninkrijk, die naar het oordeel van het met de tenuitvoerlegging belaste gezag daarvoor genoegzaam geschikt is, of, doch voor ten hoogste vier weken, op een plaats bestemd of geschikt voor het ondergaan van een tuchtrechtelijke straf. Tenzij het feitelijk onmogelijk is de veroordeelde zijn verdere straf in een strafinrichting binnen het Koninkrijk te doen ondergaan, vindt, zonder diens schriftelijke toestemming, de tenuitvoerlegging voor ten hoogste zes maanden in een strafinrichting buiten het Koninkrijk plaats.

2.Is een strafinrichting buiten het Koninkrijk niet of niet meer beschikbaar, dan kan de gehele straf of het gehele verdere deel van de straf worden ondergaan op een plaats bestemd of geschikt voor het ondergaan van een tuchtrechtelijke straf.

3.Bij de aanwijzing van die plaatsen ziet het met de tenuitvoerlegging belaste gezag erop toe dat de vrijheid van de veroordeelde ten gevolge van die aanwijzing niet anders wordt beperkt dan uit de aard van de opgelegde straf noodzakelijk voortvloeit.

 

§ 2. Tijdstip van ingang bijkomende straf

 

Artikel 3

1. Met betrekking tot het tijdstip van ingang van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, genoemd in artikel 36 van het Wetboek van Militair Strafrecht, of de luchtvaart uit te oefenen, genoemd in artikel 36a van die wet, en de daaraan verbonden administratieve gevolgen wordt die straf gelijkgesteld met de overeenkomstige straf van het burgerlijk strafrecht van het rijksdeel, waar de veroordeelde op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak woont, of, zo hij op dat tijdstip militair is, is gestationeerd. Is de veroordeelde buiten het Koninkrijk woonachtig onderscheidenlijk gestationeerd, dan vindt gelijkstelling met de overeenkomstige straf in het Wetboek van Strafrecht van het Europese deel van Nederland plaats.

2. Indien met toepassing van het eerste lid het tijdstip van ingang van de daar genoemde bijkomende straffen niet kan worden bepaald, gaan zij in zodra de rechterlijke uitspraak uitvoerbaar is geworden.

3. Bij de oplegging van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, verliest een aan de veroordeelde door Onze Minister van Defensie afgegeven militair rijbewijs zijn geldigheid voor de duur van de ontzegging, zodra de rechterlijke uitspraak uitvoerbaar is geworden.

4. De veroordeelde is verplicht het betrokken rijbewijs binnen acht dagen nadat het zijn geldigheid heeft verloren, op eerste vordering over te geven aan een door het met de tenuitvoerlegging belaste gezag aangewezen opsporingsambtenaar. De ambtenaar zendt het bewijs onverwijld naar dat gezag.

5. Indien een militair de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is opgelegd, geeft het openbaar ministerie daarvan kennis aan Onze Minister van Defensie. De datum waarop deze bijkomende straf onherroepelijk wordt of is geworden, wordt eveneens medegedeeld.

 

§ 3. Verpleging in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in Bonaire, Sint Eustatius of Saba

 

Artikel 4

1. De verpleging van personen, bedoeld in artikel 44a van het Wetboek van Militair Strafrecht, kan plaatsvinden in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, indien

a. de gelegenheid ontbreekt gebruik te maken van een daartoe bestemd psychiatrisch ziekenhuis of een daartoe bestemde inrichting in Nederland, of

b. de ter beschikking gestelde in één van deze landen is geboren.

2. De verpleging kan slechts plaatsvinden in een psychiatrisch ziekenhuis of een inrichting welke naar het oordeel van het met de tenuitvoerlegging belaste gezag daartoe, mede met het oog op de persoon van de ter beschikking gestelde, genoegzaam geschikt is.

 

§ 4. Transactie

 

Artikel 5

1. De uitoefening van de bevoegdheid tot het stellen van voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging, bestaande uit de betaling van een bepaalde geldsom aan de staat of in de gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade, dan wel beide, wordt in de bij het tweede lid aangewezen zaken toegekend aan de krachtens artikel 59 van de Wet militaire strafrechtspraak aangewezen bevelvoerende militairen.

2. De bevoegdheid tot het stellen van voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging kan slechts worden uitgeoefend in zaken, betrekking hebbend op de strafbare feiten omschreven in de artikelen 141, 142, 266, 267, 300, eerste lid, 310, 311, eerste lid, aanhef en onder 4 en 5, 321, 350, 424, 426 en 453 van het Wetboek van Strafrecht van het Europese deel van Nederland.

3. De officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket bij het in artikel 3, tweede lid, van de Wet militaire strafrechtspraak aangewezen gerecht, stelt een richtlijn vast, waarin per delictscategorie de bedragen worden aangegeven, tegen betaling waarvan de verdachte, op een daartoe strekkend aanbod van de bevelvoerende militair, de strafvervolging terzake van de strafbare feiten, bedoeld in

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WvMS | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x