Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet beŽdigde tolken en vertalers

 

BESLUIT  BEňDIGDE  TOLKEN  EN  VERTALERS

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 11 december 2008, houdende regels inzake de kwaliteit en integriteit van beŽdigde tolken en vertalers (Besluit beŽdigde tolken en vertalers)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 15 juli 2008, nr. 5554808/08/6;
     Gelet op de artikelen 2, vierde en vijfde lid, 3, 4, vijfde lid, 8, vierde lid, 16, vierde lid, van de Wet beŽdigde tolken en vertalers;
     De Raad van State gehoord (advies van 20 augustus 2008, nr. W03.08.0302/II);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 4 december 2008, nr. 5576160;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet: de Wet beŽdigde tolken en vertalers;

b. commissie: de commissie beŽdigde tolken en vertalers, bedoeld in artikel 2;

c. klachtencommissie: de klachtencommissie, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet.

Hoofdstuk 2. De commissie beŽdigde tolken en vertalers

Artikel 2

1. Er is een commissie beŽdigde tolken en vertalers.

2. De commissie is belast met de volgende taken:

a. het adviseren over de aanwijzing van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in artikel 8, tweede lid;

b. het adviseren over opleidingen als bedoeld in artikel 11, onderdeel b;

c. het adviseren over de competenties, genoemd in artikel 3 van de wet.

3. De commissie bestaat uit maximaal vijf leden, waaronder de voorzitter.

Artikel 3

1. Onze Minister benoemt de voorzitter en de overige leden van de commissie voor een periode van vier jaren.

2. Een lid kan voor een periode van ten hoogste vier jaren worden herbenoemd.

3. Onze Minister kan een lid op diens schriftelijk verzoek tussentijds ontslag verlenen.

4. Onze Minister kan een lid ontslag verlenen bij ziekte dan wel wegens zwaarwichtige redenen zoals ongeschiktheid voor de functie of onverenigbaarheid van functies en belangen.

5. Van een vacature en van besluiten tot benoeming, herbenoeming of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 4

1. De leden van de commissie ontvangen vacatiegelden op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het ministerie van Justitie geldende bepalingen.

2. De leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.

Hoofdstuk 3. De aanvraag tot inschrijving

Artikel 5

Voor de aanvraag tot inschrijving in het register wordt gebruik gemaakt van een daartoe ter beschikking gesteld formulier.

Artikel 6

1. Bij de aanvraag tot inschrijving of verlenging worden, naast het ingevulde en ondertekende formulier, in elk geval de volgende bescheiden verstrekt:

a. de verklaring omtrent het gedrag, genoemd in artikel 4, tweede lid, van de wet;

b. het getuigschrift, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a;

c. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

d. een goed gelijkende pasfoto; en

e. een document waaruit blijkt dat verzoeker, indien relevant, in Nederland mag verblijven en werken.

2. In plaats van het origineel van het getuigschrift, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a of b, kan ook een gewaarmerkte kopie worden overgelegd.

Artikel 7

1. Voor de behandeling van de aanvraag tot inschrijving in het register is de verzoeker een bedrag van Ä

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x