Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet luchtvaart (Wlv)

 

BESLUIT  BEWIJZEN  VAN  BEVOEGDHEID  VOOR  DE  LUCHTVAART

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 28 juli 1999, houdende regelen omtrent bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen, medische verklaringen, autorisaties, erkenningen, kwalificaties en registraties (Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie van 5 maart 1999, nr. DGRLD/JBZ/L 99 210113, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst;
     Gelet op de artikelen 1.2, tweede lid, 2.2, derde lid, 2.3, tweede, vijfde en zesde lid, 2.4, tweede, derde en vierde lid, 2.7, vierde lid, 2.9, eerste lid, 3.30, 5.11, en 5.16, tweede lid, van de Wet luchtvaart;
     De Raad van State gehoord (advies van 21 mei 1999, nr. W09.99.0097/V);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie van 15 juli 1999, nr. DGRLD/JBZ/L 99.210417, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

AML: bewijs van bevoegdheid voor onderhoudstechnicus (Aircraft Maintenance Licence);

CPL: bewijs van bevoegdheid voor beroepsvlieger (Commercial Pilot Licence);

CSR: bevoegdverklaring voor landbouwvliegen (Crop Spray Rating);

bevoegdverklaring: op een bewijs van bevoegdheid aangebrachte of daarmee samenhangende en van de vergunning deel uitmakende machtiging waarin specifieke aan de vergunning verbonden voorwaarden, rechten of beperkingen zijn aangegeven

LPE: aantekening betreffende de taalvaardigheid (Language Proficiency Endorsement);

luchtschip: luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting;

luchthaveninformatie:

1°. informatie overeenkomend met de betekenis van de in de Regeling seinen opgenomen grondtekens die op de luchthaven zijn uitgelegd,

2°. informatie van windrichting of sterkte, verkregen uit ter beschikking staande middelen, zoals windmeter en windzak,

3°. informatie omtrent omstandigheden die het gebruik van de luchthaven kunnen beperken,

4°. informatie over luchtverkeersactiviteiten op en in de nabijheid van de luchthaven,

5°. informatie over de te volgen taxiprocedures, of

6°. informatie over de te gebruiken parkeerplaatsen;

luchthaveninformatieverstrekker: persoon die op grond van dit besluit bevoegd is luchthaveninformatie te verstrekken;

Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

RFI: bevoegdverklaring recreatief vlieginstructeur (Recreational Flight Instructor);

RPL: bewijs van bevoegdheid voor recreatief vlieger (Recreational Pilot Licence);

RT: bevoegdverklaring radiotelefonie (Radio Telephony);

schermvliegtuig: zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;

TMG: motorzweefvliegtuig met een integraal gemonteerde niet intrekbare motor en een niet intrekbare propeller, dat in staat is om op eigen kracht op te stijgen en te klimmen (Touring Motor Glider);

verdrag: Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);

verordening (EG) nr. 2042/2003: verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 315);

verordening (EU) nr. 805/2011: verordening (EU) nr. 805/2011 van de Commissie van 10 augustus 2011 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vergunningen en bepaalde certificaten van luchtverkeersleiders, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (Pb L 206);

verordening (EU) nr. 1178/2011: verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311);

vliegtuig: gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn vleugels;

vluchtinformatieverstrekker: persoon, bevoegd tot het geven van advies, inlichtingen en alarmering aan luchtverkeer of grondverkeer;

vrije ballon: luchtvaartuig, lichter dan lucht, niet voorzien van een voortstuwingsinstallatie en ingericht en bestemd om ten minste één persoon te vervoeren;

wet: Wet luchtvaart;

zeilvliegtuig: zweeftoestel met starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;

zweeftoestel: luchtvaartuig niet zijnde een TMG, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor;

zweefvliegtuig: zweeftoestel met vaste vleugel.

Artikel 1a

Dit besluit berust tevens op de artikelen 1.5 en 2.9, tweede en vierde lid, van de wet.

Artikel 1b

Van overeenkomstige toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zijn:

a. de basisverordening,

b. verordening (EG) nr. 2042/2003,

c. verordening (EU) nr. 805/2011, en

d. verordening (EU) nr. 1178/2011,

met dien verstande dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld.

Artikel 1c

De aanvraag voor de afgifte van een bewijs van bevoegdheid of gerelateerde certificaten als bedoeld in hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald wordt ingediend bij Onze Minister, tenzij bij of krachtens de basisverordening of de wet een andere instantie is aangewezen.

Hoofdstuk 2. Luchtvarenden, boordwerktuigkundigen en onderhoudstechnici

Paragraaf 1. Bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen

Artikel 2

1. Onze Minister kan de volgende bewijzen van bevoegdheid afgeven:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet luchtvaart | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x