Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet luchtvaart (Wlv)

 

BESLUIT  BURGERLUCHTHAVENS

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 30 september 2009, houdende regels voor burgerluchthavens (Besluit burgerluchthavens)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 februari 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/120 sector LUV, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Gelet op:
- bijlage 14 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;
- de artikelen 8.1a, derde lid, 8.41, tweede lid, 8.44, derde lid, 8.47, derde lid, 8.54, derde lid, 8.64, vijfde lid, 8a.38, vierde lid, 8a.42, tweede lid, 8a.50, eerste lid, en 8a.51 van de Wet luchtvaart;
- artikel 76, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet;
- artikel 23, onderdeel a, van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;
     De Raad van State gehoord (advies van 19 maart 2009, nr. W09.09.0030/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 september 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/1009 sector LUV, Hoofddirectie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

bedrijfswoning: woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, slechts bestemd voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is;

beperkt kwetsbaar gebouw: gebouw met een kantoor-, cel-, industrie-, sport- of logiesfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;

gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet;

geluidsgevoelig gebouw: gebouw met een onderwijs-of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;

handhavingspunt: locatie waar de geluidbelasting van het luchthavenluchtverkeer niet hoger mag zijn dan de in het luchthavenbesluit of de luchthavenregeling vastgestelde waarde;

instrumentbaan categorie I, II, of III: landingsbaan van het type zoals omschreven in de onderdelen b, c en d van de definitie van het begrip Instrument runway in bijlage 14 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 2009, 48);

kwetsbaar gebouw: gebouw met een onderwijs-of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012;

Lden: geluidbelasting van luchtvaartuigen uitgedrukt in Lden dB(A) en berekend op de wijze, bedoeld in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a;

micro light aeroplane: MLA als bedoeld in het Besluit luchtvaartuigen 2008;

obstakel: object dat zich boven het maaiveld bevindt en zich niet voortbeweegt;

overig gebouw: gebouw niet zijnde een woning, een beperkt kwetsbaar gebouw of een kwetsbaar gebouw;

valscherm: scherm dat dient om de daalsnelheid van een persoon zodanig te beperken dat hij veilig de begane grond kan bereiken;

watervliegtuig: een luchtvaartuig dat zich te water als schip kan verplaatsen;

wet: Wet luchtvaart;

woning: gebouw dat geheel of gedeeltelijk voor bewoning is bestemd.

2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder woning tevens verstaan woonboot of woonwagen.

3. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder helikopter, luchtschip, vliegtuig, vrije ballon en zweeftoestel verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Luchtverkeersreglement.

 

Hoofdstuk 2. Burgerluchthavens van regionale betekenis en burgerluchthavens van nationale betekenis

 

Artikel 2

Dit hoofdstuk is van toepassing op overige burgerluchthavens als bedoeld in artikel 8.1 van de wet.

 

Artikel 3

1. Het beperkingengebied met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer wordt uitgedrukt in plaatsgebonden risicocontouren. De grenswaarde met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico wordt uitgedrukt in een totaal risicogewicht.

2. De Lden wordt gebruikt voor het berekenen van de geluidbelasting.

3. Bij het berekenen van de geluidbelasting van het luchthavenluchtverkeer wordt onderscheid gemaakt tussen luchthavens met en zonder naderingsluchtverkeersleiding.

4. Bij ministeriŽle regeling worden regels gesteld omtrent:

a. het berekenen van Lden-grenswaarden, van de geluidbelasting in handhavingspunten en van het totaal risicogewicht;

b. het berekenen en bepalen van de Lden-contouren en de contouren voor het plaatsgebonden risico;

c. het registreren van de milieubelasting waarvoor grenswaarden en regels in het luchthavenbesluit of de luchthavenregeling zijn opgenomen en omtrent de gegevensverstrekking bedoeld in artikel 8.54, vierde lid, van de wet.

 

Artikel 4

De in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling opgenomen grenswaarden worden berekend over een in het besluit of de regeling aangeduide periode van twaalf aaneengesloten kalendermaanden.

 

Artikel 5

1. Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien een contour van het plaatsgebonden risico van 10-6 of een geluidcontour van 56 dB(A) Lden buiten het luchthavengebied valt.

2. Vaststelling van een luchthavenregeling volstaat in ieder geval bij:

a. een luchthaven met uitsluitend opstijgingen met ballonnen bestemd en ingericht voor het vervoer van bemande vluchten;

b. een luchthaven die uitsluitend wordt gebruikt door zweeftoestellen;

c. een luchthaven die uitsluitend wordt gebruikt door micro light aeroplanes;

d. een luchthaven met uitsluitend een combinatie van het onder a, b of c bedoelde luchthavenluchtverkeer.

3. Dit artikel is niet van toepassing op burgerluchthavens van nationale betekenis die buiten de provinciegrenzen zijn gelegen als bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, onderdeel a, van de wet.

 

Hoofdstuk 3. Burgerluchthavens van regionale betekenis

 

Titel 1. Reikwijdte

 

Artikel 6

Dit hoofdstuk is van toepassing op burgerluchthavens van regionale betekenis als bedoeld in artikel 8.1 van de wet.

 

Titel 2. Gebruik luchthaven van regionale betekenis bij bovenprovinciaal belang

 

Artikel 7

1. Indien bovenprovinciale belangen vorderen dat gebruik van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet luchtvaart | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x