Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet milieubeheer (Wm)

 

REGELING  BODEMKWALITEIT

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem

     De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
     Gelet op artikel 11.2, zesde lid, van de Wet milieubeheer en de artikelen 1, 9, tweede lid, 11, vierde lid, 17, eerste en tweede lid, 26, eerste en tweede lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, 30, eerste lid, 31, tweede lid, 32, vierde lid, 34, eerste en vierde lid, 37, tweede lid, 38, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 39, 40, eerste lid, 41, 42, vijfde en zesde lid, 46, tweede lid, 47, 55, tweede en derde lid, 57, eerste lid, 58, eerste lid, 59, eerste lid, 60, eerste lid, 63, eerste, tweede en derde lid, en 64, eerste en tweede lid van het Besluit bodemkwaliteit;

     Besluiten:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Aantoonbaarheidsgrens: laagste gehalte van een parameter waarbij de aanwezigheid daarvan aantoonbaar is volgens AP 04, bedoeld in bijlage C voor bouwstoffen en volgens bijlage L voor bodem, grond en baggerspecie;

ASTM-norm: normdocument uitgegeven door de American Society for Testing and Materials, waarvan de uitgave is weergegeven in bijlage D ;

Bepalingsgrens: laagste kwantificeerbare gehalte van een parameter, dat voor bouwstoffen overeenkomt met driemaal de aantoonbaarheidsgrens en voor bodem, grond en baggerspecie is opgenomen in bijlage L ;

Besluit: Besluit bodemkwaliteit;

Bodem+: onderdeel van Rijkswaterstaat;

Bodemkwaliteitszone: aaneengesloten deel of meerdere niet aaneengesloten delen van een beheersgebied met een gelijke ontstaans- en gebruiksgeschiedenis, als gevolg waarvan sprake is van een vergelijkbare actuele kwaliteit van de bodem;

BRL: beoordelingsrichtlijn, zijnde een door het college van deskundigen bindend verklaard document dat wordt gehanteerd als grondslag voor de afgifte en instandhouding van certificaten;

CAS-nr: uniek identificatienummer dat is toegekend aan alle chemische stoffen die zijn geregistreerd door de Chemical Abstracts Service, die onderdeel is van de American Chemical Society.

College van deskundigen: door de Raad voor Accreditatie geaccepteerd college dat een of meer BRLíen onder beheer heeft en waarin de bij certificatie belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd;

CROW: kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte te Ede;

CROW publicatie: publicatie van het CROW, waarvan de uitgave is opgenomen in bijlage D;

Deelpartij: partij die is afgezonderd van een gekeurde partij;

Gestandaardiseerde gehalten: volgens onderdeel III in bijlage G naar standaardbodem gecorrigeerde gehalten in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, grond of baggerspecie;

HG3: het rekenkundig gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden per hydrologisch jaar;

Hydrologisch jaar: hydrologisch jaar als gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van het Stortbesluit bodembescherming;

K-waarde: waarde die een maat vormt voor de keuringsfrequentie bij erkende kwaliteitsverklaringen en een criterium geeft voor het afgeven van een fabrikant-eigenverklaring;

Kengetal: statistische maat voor de verdeling van de gemeten gehalten binnen een bodemkwaliteitszone;

Lutum: gewichtspercentage minerale bestanddelen met een diameter kleiner dan 2 Ķm, betrokken op het totale drooggewicht van grond of baggerspecie;

MsPAF: Meer stoffen-Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen, zijnde een aanduiding voor ecologische risicoís als gevolg van bodemverontreiniging;

Nationale BRL: door de Harmonisatie Commissie Bouw aanvaarde BRL voor het afgeven van kwaliteitsverklaringen;

NEN: Nederlandse Norm, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, waarvan de uitgave is opgenomen in bijlage D;

NEN-EN: Europese Norm, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, waarvan de uitgave is opgenomen in bijlage D;

NEN-ISO: Internationale Norm, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, waarvan de uitgave is opgenomen in bijlage D;

NPR: Nederlandse Praktijkrichtlijn van het Nederlands Normalisatie-instituut, waarvan de uitgave is opgenomen in bijlage D;

NVN: Nederlandse Voornorm, vooruitlopend op een NEN-norm, waarvan de uitgave is opgenomen in bijlage D;

P95: 95-percentielwaarde, zijnde een kengetal van de kwaliteit van de bodem binnen een bodemkwaliteitszone, welke per stof wordt uitgedrukt in een gehalte (mg/kg droge stof), betreffende de waarde waarvoor geldt dat ten minste 95% van de meetwaarden voor de stof binnen de bodemkwaliteitszone een waarde heeft die kleiner dan of gelijk is aan deze waarde, berekend met de ĎEmpirical distribution function with interpolation (MS Excel) methodí];

Sanering van de bodem: beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van verontreiniging en de directe gevolgen daarvan of van dreigende verontreiniging van de bodem, alsmede de nazorg daarvan;

Standaardbodem: bodem met 25% lutum en 10% organische stof;

zoet oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een zout oppervlaktewaterlichaam;

zout oppervlaktewaterlichaam: Zeeuwse Delta, Waddenzee of Noordzee, inclusief de havens die hiermee in open verbinding staan en die geen open verbinding hebben met hun achterland.

Artikel 1.2

Deze regeling berust mede op artikel 11A.2, zesde lid, van de Wet milieubeheeren artikel 11, derde lid, van het besluit.

Hoofdstuk 2. Kwaliteit van de uitvoering

Artikel 2.1. Aanwijzing van werkzaamheden

1. Als werkzaamheden als bedoeld in het besluit worden aangewezen de werkzaamheden die behoren tot de volgende categorieŽn:

a. aanleg van bodembeschermende voorzieningen;

b. afgeven van kwaliteitsverklaringen op grond van een nationale BRL;

c. analyse van bouwstoffen, grond of baggerspecie ter voldoening aan een verplichting die geldt bij of krachtens het besluit;

d. analyse voor milieuhygiŽnisch bodemonderzoek bij een verkennend onderzoek, een orienterend onderzoek, een nader onderzoek of een saneringsonderzoek als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming of een vergelijkbaar onderzoek van de bodem, dan wel bij een onderzoek in het kader van een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;

e. bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, zijnde de procesmatige ex situ reiniging en bewerking daarvan, met uitzondering van het ontwateren van baggerspecie waarvoor op grond van de Wet milieubeheer geen vergunning is vereist;

f. certificering van personen voor werkzaamheden die in de uitoefening van een bedrijf worden uitgevoerd;

g. periodieke inspectie van bodembeschermende voorzieningen;

h. milieukundige begeleiding die bestaat uit verificatie en processturing bij een sanering van bodem of uit processturing bij een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1. van de Waterwet, waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam de interventiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, overschrijdt;

i. monsterneming bij partijkeuringen ter voldoening aan een verplichting die geldt bij of krachtens het besluit;

j. produceren van bouwstoffen, grond of baggerspecie die is bestemd voor toepassing in Nederland en waarvoor een kwaliteitsverklaring is afgegeven die erkend is volgens de eisen van de desbetreffende bij categorie 10 in bijlage C aangewezen nationale BRL en de eisen in het document HCB/2009-200 van de Harmonisatie Commissie Bouw, dat is opgenomen in bijlage D;

k. uitvoering van een sanering van de bodem, dan wel een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem of oever van dat oppervlaktewaterlichaam de interventiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, overschrijdt;

l. veldwerk, dat bestaat uit het plaatsen van boringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters, het nemen van grond- en grondwatermonsters, locatie-inspectie en monsterneming van asbest in de bodem of het uitvoeren van vergelijkbare onderzoeken in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;

m. verwijderen, onklaar maken, repareren en installeren van ondergrondse opslagtanks, leidingen en appendages;

n. beoordeling en keuring van ondergrondse opslagtanks, leidingen en appendages en daarbij behorende voorzieningen;

o. het inspecteren van de aanleg van een werk met isolerende voorzieningen als bedoeld in artikel 3.9.6, eerste lid;

p. aanbrengen van isolerende voorzieningen als bedoeld in artikel 3.9.6, eerste lid;

q. controle van de staat van een werk, als bedoeld in artikel 3.9.8, eerste lid, onder c;

r. samenvoegen van verschillende partijen grond of baggerspecie in de zin van artikel 4.3.2;

s. mechanisch boren als beschreven in BRL SIKB 2100 en Protocol 2101;

t. keuren van mestbassins en afdekkingen;

u. ontwerpen, installeren, beheren en onderhouden van het ondergrondse deel van bodemenergiesystemen;

v. ontwerpen, installeren en beheren van het bovengrondse deel van bodemenergiesystemen.

2. De handelingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, d, g, h, k, l, m, n en u, zijn alleen aangemerkt als werkzaamheid voor zover ze worden uitgevoerd:

a. ter verkrijging van een beschikking die op grond van een bij of krachtens een in artikel 21, tweede lid, van het besluit genoemd wettelijk voorschrift wordt gegeven;

b. ter voldoening aan een bij of krachtens artikel 22, tweede lid, van het besluit geldende verplichting, artikel 13 van de Wet bodembescherming of artikel 6.8 van de Waterwet;

c. ter voorbereiding van het opstellen van een beheerplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Waterwet of een projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van die wet, of ter uitvoering van bedoeld beheerplan of projectplan, of

d. ter voldoening aan een wettelijk voorschrift voorzover bij of krachtens dat voorschrift is bepaald dat de werkzaamheid wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het besluit daartoe is erkend.

3. De handeling, bedoeld in het eerste lid, onder k, wordt niet aangemerkt als werkzaamheid, indien artikel 27 of 30 van de Wet bodembescherming of artikel 5.15 of 6.9 van de Waterwet daarop van toepassing is en onverwijld maatregelen moeten worden genomen om de verontreiniging of de aantasting van de bodem en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken.

4. De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn beschreven in de normdocumenten, aangewezen in artikel 2.7.

Artikel 2.2. Basis erkenning

1. De erkenning voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdelen a, e, h, j, k, m, p, s, u en v wordt gebaseerd op een certificaat. De erkenning voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, c, d, f, g, n, o en q, wordt gebaseerd op een accreditatie. De erkenning voor de werkzaamheid, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, l en t, kan zowel op een certificaat als een accreditatie worden gebaseerd.

2. Een erkenning voor de werkzaamheid bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, wordt

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet milieubeheer | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x