Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet milieubeheer (Wm)

 

BESLUIT  KWALITEITSEISEN  EN  MONITORING  WATER  2009

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 30 november 2009, houdende regels ter uitvoering van de milieudoelstellingen van de kaderrichtlijn water (Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 30 maart 2009, nr. BJZ2009022292, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
     Gelet op:
– Richtlijn nr. 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327);
– Richtlijn nr. 2006/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PbEU L 64);
– Richtlijn nr. 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PbEU L 372), en
– Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG; en
– de artikelen 5.1, eerste en derde lid, 5.2, eerste lid, 5.2b, derde en vierde lid, en 5.3, eerste en derde lid, van de Wet milieubeheer;
     De Raad van State gehoord (advies van 3 september 2009, nr. W08.09.0109/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 november 2009, nr. BJZ2009063271, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

§ 1. Algemeen

 

Artikel 1

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

beheerplan voor de rijkswateren: plan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet dat op rijkswateren betrekking heeft;

beheerplan voor de regionale wateren: plan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Waterwet dat op regionale wateren betrekking heeft;

grondwaterlichaam: grondwaterlichaam als bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn water, dat krachtens artikel 4.10 van het Waterbesluit is aangewezen in het regionale waterplan;

grondwaterrichtlijn:richtlijn nr. 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PbEU L 372);

kunstmatig oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat als zodanig krachtens artikel 4.5 of 4.10 van het Waterbesluit is aangewezen in het nationale waterplan of het regionale waterplan;

milieukwaliteitseis: milieudoelstelling, vastgesteld als eis als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet;

monitoringsprogramma: monitoringsprogramma als bedoeld in artikel 5.3, derde lid, van de wet;

nationaal waterplan: plan als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van de Waterwet;

oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 2 van de kaderrichtlijn water, dat krachtens artikel 4.5 of 4.10 van het Waterbesluit is aangewezen in het nationale waterplan of het regionale waterplan;

Onze Ministers: Onze Minister tezamen met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ieder voor zover het aangelegenheden betreft, die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren;

regionale wateren: regionale wateren als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;

regionaal waterplan: plan als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Waterwet;

richtlijn prioritaire stoffen:Richtlijn 2008/105/EGvan het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG,84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging vanRichtlijn 2000/60/EG;

richtwaarde: als richtwaarde aangemerkte milieukwaliteitseis als bedoeld in artikel 5.1, derde lid, van de wet;

rijkswateren: rijkswateren als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;

sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat als zodanig krachtens artikel 4.5 of 4.10 van het Waterbesluit is aangewezen in het nationale waterplan of het regionale waterplan;

stroomgebieddistrict: stroomgebieddistrict als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, gevormd door een of meer stroomgebieden en daarvan deel uitmakende deelstroomgebieden;

typen natuurlijk oppervlaktewaterlichaam: rivieren, meren, overgangswateren of kustwateren als omschreven in bijlage II, punt 1.2 bij de kaderrichtlijn water, waarvoor de typespecifieke referentieomstandigheden voor Nederland zijn uitgewerkt in de ministeriële regeling op grond van artikel 15 en in het monitoringsprogramma overeenkomstig bijlage II, punt 1.3, bij de kaderrichtlijn water;

verontreinigende stof: verontreinigende stof als bedoeld in artikel 1, onder 31, van de kaderrichtlijn water, met name de stoffen, bedoeld in bijlage VIII bij die richtlijn;

waterlichaam: oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam;

waterwinlocatie: onttrekkingspunt van oppervlaktewater of grondwater dat wordt gebruikt voor de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water, of een samenstel van dergelijke onttrekkingspunten;

wet: Wet milieubeheer.

2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de volgende begrippen verstaan wat daaronder in artikel 2 van de kaderrichtlijn water wordt verstaan: beschikbare grondwatervoorraad, binnenwateren, deelstroomgebied, ecologische toestand, gevaarlijke stoffen, goede ecologische toestand, goed ecologisch potentieel, goede chemische toestand van oppervlaktewater, goede chemische toestand van grondwater, goede grondwatertoestand, goede kwantitatieve grondwatertoestand, goede oppervlaktewatertoestand, grondwater, grondwatertoestand, kustwateren, kwantitatieve grondwatertoestand, meer, milieudoelstelling, milieukwaliteitsnorm, oppervlaktewater, oppervlaktewatertoestand, overgangswater, prioritaire stoffen, rivier, stroomgebied, verontreiniging, voor menselijke consumptie bestemd water.

3. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder de volgende begrippen verstaan wat daaronder in artikel 2 van de grondwaterrichtlijn wordt verstaan: drempelwaarde, significante en aanhoudend stijgende trend.

 

Artikel 2

1. Van een ingevolge dit besluit geldende richtwaarde kan uitsluitend worden afgeweken in de gevallen waarin en volgens de voorwaarden waaronder dit is toegestaan volgens de bepalingen van de kaderrichtlijn water, waarnaar in dit besluit wordt verwezen.

2. Indien voor een waterlichaam ingevolge dit besluit of andere regelgeving meer dan een milieudoelstelling geldt, is de strengste van toepassing.

3. Van een ingevolge dit besluit geldende richtwaarde kan met betrekking tot de daarbij behorende termijn worden afgeweken indien:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet milieubeheer | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x