Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op het financieel toezicht (Wft)

 

BESLUIT  MARKTMISBRUIK  WFT

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 12 oktober 2006, houdende regels tot uitvoering van diverse bepalingen van hoofdstuk 5.4 van de Wet op het financieel toezicht (Besluit marktmisbruik Wft)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van FinanciŽn van 20 april 2006, nr. FM 2006-00969 M;
     Gelet op Richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96), Richtlijn nr. 2003/124/EG van de Europese Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de definitie en openbaarmaking van voorwetenschap en de definitie van marktmanipulatie betreft (PbEU L 339), Richtlijn nr. 2003/125/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de juiste voorstelling van beleggingsaanbevelingen en de bekendmaking van belangenconflicten betreft (PbEU L 339), Richtlijn nr. 2004/72/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat gebruikelijke marktpraktijken, de definitie van voorwetenschap met betrekking tot van grondstoffen afgeleide instrumenten, het opstellen van lijsten van personen met voorwetenschap, de melding van transacties van leidinggevende personen en de melding van verdachte transacties betreft (PbEU L 162) en Richtlijn nr. 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390), alsmede de artikelen 5:56, zesde lid, 5:57, derde lid, 5:58, derde lid, 5:59, vierde en achtste lid, 5:60, eerste lid, aanhef en onder d, derde, vijfde en zesde lid, 5:62, derde lid, 5:64, eerste lid, 5:65 en 5:68, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;
     De Raad van State gehoord (advies van 3 juli 2006, nr. W06.06.0135/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van FinanciŽn van 9 oktober 2006, nr. FM 2006-01695U;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. wet: Wet op het financieel toezicht;

b. koersgevoelige informatie: informatie als bedoeld in artikel 5:53, eerste lid, van de wet;

c. privť-transactie: transactie in een financieel instrument voor eigen rekening of ten behoeve van een derde op wiens beleggingen de betrokkene, anders dan uit hoofde van het verlenen van een beleggingsdienst, invloed uitoefent.

Artikel 1a

Dit besluit berust mede op de artikelen 3:10, tweede lid, 3:17, tweede lid, 4:11, tweede en derde lid, en 4:14, tweede lid, van de wet, artikel 143, tweede lid, van de Pensioenwet en artikel 138, tweede lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Hoofdstuk 2. Uitzonderingen op de wettelijke verboden

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 5:56 zesde lid, 5:57, derde lid, en 5:58, derde lid, van de wet

Artikel 2

Artikel 5:56, eerste en derde lid, van de wet is niet van toepassing op de volgende categorieŽn transacties:

a. het in het kader van een personeelsregeling aan personen als bedoeld in artikel 5:60, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, of aan werknemers toekennen van financiŽle instrumenten, indien daarbij een bestendige gedragslijn wordt gehanteerd met betrekking tot de voorwaarden en de periodiciteit van de regeling;

b. het in het kader van een personeelsregeling als bedoeld in onderdeel a uitoefenen van toegekende opties, omwisselen van converteerbare obligaties of uitoefenen van uitgegeven warrants dan wel soortgelijke rechten op aandelen of certificaten van aandelen, op de expiratiedatum van het desbetreffende recht, dan wel binnen een periode van vijf werkdagen voorafgaande aan die datum, alsmede het verkopen van de met de uitoefening van deze rechten verworven aandelen of certificaten van aandelen binnen deze periode, indien de rechthebbende in dit laatste geval ten minste vier maanden voor de expiratiedatum schriftelijk aan de uitgevende instelling kenbaar heeft gemaakt tot verkoop te zullen overgaan of een onherroepelijke volmacht tot verkoop aan de uitgevende instelling heeft verleend;

c. een transactie waarvan het verrichten of bewerkstelligen noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan een verplichting tot levering van aandelen of certificaten van aandelen;

d. het aangaan van een overeenkomst waarbij een rechthebbende op financiŽle instrumenten zich onherroepelijk jegens een bieder verplicht om in het kader van een voorgenomen of in voorbereiding zijnd openbaar bod, financiŽle instrumenten waarop het openbaar bod betrekking heeft aan de bieder aan te bieden, indien die rechthebbende het aantal financiŽle instrumenten waarop de overeenkomst betrekking heeft in een schriftelijke verklaring aan de bieder vastlegt;

e. het aangaan van een overeenkomst waarbij een rechthebbende op financiŽle instrumenten of een potentiŽle rechthebbende op financiŽle instrumenten zich voorafgaand aan een uitgifte of herplaatsing van die financiŽle instrumenten onherroepelijk verplicht tot aankoop van een of meer van die financiŽle instrumenten, indien de rechthebbende of de potentiŽle rechthebbende het aantal financiŽle instrumenten of het bedrag waarop de overeenkomst betrekking heeft in een schriftelijke verklaring aan de uitgevende instelling die de financiŽle instrumenten uitgeeft of herplaatst vastlegt;

f. het bij wijze van dividenduitkering uitgeven of, anders dan in de vorm van keuzedividend, verkrijgen van aandelen of certificaten van aandelen;

g. het, slechts beschikkend over voorwetenschap met betrekking tot de handel, te goeder trouw handelen ter bediening van opdrachtgevers door een tussenpersoon;

h. het door werknemers van een rechtspersoon waarbinnen voorwetenschap aanwezig is verrichten of bewerkstelligen van een transactie indien deze werknemers zelf slechts beschikken over koersgevoelige informatie met betrekking tot de handel;

i. het in het kader van een terugkoopprogramma of stabilisatie, als bedoeld in hoofdstuk II onderscheidenlijk hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopprogrammaís en voor de stabilisatie van financiŽle instrumenten betreft (PbEU L 336), verrichten of bewerkstelligen van transacties in financiŽle instrumenten op een markt in financiŽle instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet, voor zover die transacties voldoen aan de in de verordening genoemde voorwaarden, met dien verstande dat onder het begrip ęgereglementeerde marktĽ in de verordening mede wordt verstaan: markt in financiŽle instrumenten, niet zijnde een gereglementeerde markt, waarvan de houder een erkenning heeft als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de wet;

j. het verkopen van in het kader van een personeelsregeling als bedoeld in onderdeel a toegekende aandelen, certificaten van aandelen of soortgelijke effecten onmiddellijk nadat verkoop volgens de voorwaarden van de toekenning voor het eerst mogelijk wordt, waarbij de betrokkene de opbrengst van de verkoop onmiddellijk aanwendt ter voldoening van een uit de toekenning voortvloeiende belastingplicht.

Artikel 3

Van meedelen in het kader van de normale uitoefening van werk, beroep of functie als bedoeld in artikel 5:57, eerste lid, onderdeel a, van de wet is in elk geval sprake voorzover:

a. degene die voornemens is een openbaar bod op financiŽle instrumenten uit te brengen, aan rechthebbenden op die financiŽle instrumenten, waarvan bekendheid met hun bereidheid om hun financiŽle instrumenten aan hem aan te bieden redelijkerwijs noodzakelijk is voor de beslissing tot het uitbrengen van het openbaar bod, informatie verschaft die zij nodig hebben om zich over hun bereidheid uit te kunnen spreken; of

b. degene die voornemens is financiŽle instrumenten uit te geven of te herplaatsen, aan rechthebbenden op financiŽle instrumenten of potentiŽle rechthebbenden op financiŽle instrumenten, waarvan bekendheid met hun bereidheid om financiŽle instrumenten aan te kopen redelijkerwijs noodzakelijk is voor de beslissing tot het uitgeven of herplaatsen van financiŽle instrumenten, informatie verschaft die zij nodig hebben om zich over hun bereidheid uit te kunnen spreken.

Artikel 4

1. De Autoriteit FinanciŽle Markten onderzoekt regelmatig of bepaalde categorieŽn transacties of handelsorders uitgezonderd zouden moeten zijn van de verboden, bedoeld in artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de wet. Zij brengt daarover advies uit aan Onze Minister. Bij haar onderzoek neemt zij in ieder geval de volgende factoren in acht:

a. de mate van transparantie van de categorie transacties of handelsorders voor de relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten markten in financiŽle instrumenten;

b. de noodzaak om de werking van de marktkrachten en de goede wisselwerking tussen vraag en aanbod op de relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten markten in financiŽle instrumenten te waarborgen;

c. het effect van het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders op de marktliquiditeit en de marktefficiŽntie van de relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten markten in financiŽle instrumenten;

d. de mate waarin het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders aansluit bij het handelsmechanisme van de relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten markten in financiŽle instrumenten en beleggers in staat stelt passend en tijdig te reageren op de nieuwe marktsituatie die door deze categorie transacties of handelsorders ontstaat;

e. het risico dat voortvloeit uit het verrichten of bewerkstelligen van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders voor de integriteit van direct of indirect gelieerde relevante gereglementeerde markten en andere direct of indirect gelieerde relevante van overheidswege toegelaten markten in financiŽle instrumenten voor het betrokken soort financieel instrument binnen de Europese Unie;

f. het resultaat van enigerlei onderzoek naar de desbetreffende categorie transacties of handelsorders door een bevoegde autoriteit in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);

g. de structurele kenmerken van de relevante gereglementeerde markten en andere relevante van overheidswege toegelaten markten in financiŽle instrumenten.

2. De Autoriteit FinanciŽle Markten draagt er zorg voor dat:

a. zij alvorens tot vaststelling van haar advies over te gaan, vertegenwoordigende organisaties van belanghebbenden raadpleegt, alsmede andere bevoegde autoriteiten in de zin van richtlijn nr. 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 april 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (PbEU L 96);

b. zij haar advies openbaar maakt, waarbij zij tevens een beschrijving geeft van de desbetreffende categorie transacties of handelsorders en van de factoren die in aanmerking zijn genomen bij haar advies;

c. zij zo spoedig mogelijk van haar advies kennis geeft aan het Comitť van Europese effectenregelgevers, ingesteld bij Besluit nr. 2001/527/EG van de Europese Commissie van 6 juni 2001 (PbEG L191).

3. Indien bepaalde categorieŽn transacties of handelsorders bij ministeriŽle regeling van de verboden, bedoeld in artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de wet, zijn uitgezonderd, onderzoekt de Autoriteit FinanciŽle Markten regelmatig of de uitzondering nog gerechtvaardigd is. Daarbij neemt zij de factoren, bedoeld in het eerste lid, en de procedures, bedoeld in het tweede lid, in acht. Indien zij van oordeel is dat haar advies gewijzigd of aangepast zou moeten worden, brengt zij dienovereenkomstig advies uit aan Onze Minister.

4. De categorieŽn transacties of handelsorders waarop artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de wet niet van toepassing zijn, worden met inachtneming van het advies van de Autoriteit FinanciŽle Markten, bedoeld in het eerste lid, aangewezen bij ministeriŽle regeling.

Hoofdstuk 3. Meldingsveprlichtingen, lijsten van personen die toegang hebben tot koersgevoelige informatie en het reglement

ß 3.1. Melding van transacties

Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 5:60, eerste lid, aanhef en onderdeel d, derde, vijfde en zesde lid, en 5:62, derde lid, van de wet

Artikel 5

De in artikel 5:60, eerste lid, onderdeel d, van de wet bedoelde categorieŽn van personen zijn:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wft | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x