Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op het financieel toezicht (Wft)

 

BESLUIT  MARKTTOEGANG  FINANCIňLE  ONDERNEMINGEN  WFT

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot de reikwijdte en toegang tot de financiŽle markten (Besluit markttoegang financiŽle ondernemingen  Wft)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van FinanciŽn van 12 juli 2006, nr. FM 2006-01703 M;
     Gelet op de artikelen 1:102, eerste lid, 2:5, tweede lid, 2:6, tweede lid, 2:7, tweede lid, 2:9, eerste lid, 2:12, derde lid, 2:13, tweede lid, 2:17, tweede lid, 2:21, derde lid, 2:22, tweede lid, 2:31, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:36, derde lid, 2:37, tweede lid, 2:39, eerste lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:45, tweede lid, 2:46, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:50, tweede lid, 2:51, tweede lid, 2:53, eerste lid, 2:58, tweede lid, 2:63, tweede lid, 2:67, tweede en vierde lid, 2:68, derde lid, 2:69, tweede lid, 2:78, tweede lid, 2:81, vierde lid, 2:83, tweede lid, 2:89, tweede lid, 2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:110, tweede lid 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, 2:122, tweede lid, 2:127, tweede lid, en 2:130, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht en de Richtlijnen nr. 73/239/EEG, 85/611/EEG, 88/357/EEG, 91/674/EEG, 92/49/EEG, 93/6/EEG, 93/22/EEG, 2000/12/EG, 2000/46/EG, 2002/83/EG en 2002/92/EG;
     De Raad van State gehoord (advies van 17 augustus 2006, nr. W06.06.0335);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van FinanciŽn van 9 oktober 2006, FM 2006-1822 U;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

ß 1.1. Definitie

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

ß 1.2. Procedures

Bepalingen ter uitvoering van artikel 1:102, eerste lid, van de wet

Artikel 2

1. Een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2:3.0d, eerste lid, 2:3.0i, eerste lid, 2:3.0m, eerste lid 2:3b, eerste lid, 2:5, eerste lid, 2:7, eerste lid, 2:10b, eerste lid, 2:12, eerste lid, 2:13, eerste lid, 2:17, eerste lid, 2:21, eerste lid, 2:22, eerste lid, 2:26b, eerste lid, 2:26e, eerste lid, 2:31, eerste lid, 2:32, eerste lid, 2:33, eerste lid, 2:37, eerste lid, 2:41, eerste lid, 2:42, eerste lid, 2:43, eerste lid, 2:49, eerste lid, 2:51, eerste lid, 2:54b, eerste lid, 2:54e, eerste lid, 2:54h, eerste lid, 2:54j, eerste lid, 2:54m, eerste lid, 2:55, tweede lid, 2:58, eerste lid, 2:60, tweede lid, 2:63, eerste lid, 2:67, eerste lid, 2:67b, eerste en vierde lid, 2:68, eerste lid, 2:69c, eerste tot en met derde lid, 2:75, tweede lid, 2:78, eerste lid, 2:80, tweede lid, 2:83, eerste lid, 2:86, tweede lid, 2:89, eerste lid, 2:92, tweede lid, 2:94, eerste lid, 2:96, tweede lid, 2:99, eerste lid, 2:121a, eerste lid, 4:3, vierde lid, van de wet, wordt gedaan met gebruikmaking van het daartoe door de toezichthouder vast te stellen formulier dat op verzoek aan de aanvrager ter beschikking wordt gesteld.

2. Het aanvraagformulier en de daarbij ingevolge dit besluit te verstrekken gegevens worden in enkelvoud ingediend.

Artikel 3

1. De gegevens, bedoeld in dit besluit, worden in een zodanige vorm verstrekt dat een goede beoordeling door de toezichthouder mogelijk is.

2. De opstellers van verklaringen en rapportages ondertekenen of waarmerken deze.

Hoofdstuk 2. Toegang tot de Nederlandse financiŽle markten

ß 2.0a. Uitoefenen van bedrijf van afwikkelonderneming

Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3.0a, tweede lid, 2:3.0b, tweede lid, 2:3.0d, derde lid, 2:3.0g, zesde lid, 2:3.0i, derde lid, 2:3.0k, tweede lid en 2:3.0m, derde lid, van de wet

Artikel 3.0a

De gegevens, bedoeld in de artikelen 2:3.0a, tweede lid, 2:3.0f, tweede lid, en 2:3.0k, tweede lid, van de wet zijn:

a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de afwikkelonderneming;

b. een opgave van de rechtsvorm van de afwikkelonderneming;

c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;

e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten; en

f. een opgave van de activiteiten die de afwikkelonderneming voornemens is te verrichten.

Artikel 3.0b

Het aantal verrichte girale betalingstransacties waarboven een vergunning als bedoeld in artikel 2:3.0b, eerste lid, van de wet is vereist, is 120 miljoen per kalenderjaar.

Artikel 3.0c

1. De gegevens, bedoeld in de artikelen 2:3.0d, derde lid, 2:3.0i, derde lid, en 2:3.0m, derde lid, van de wet zijn:

a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de afwikkelonderneming;

b. een opgave van de rechtsvorm van de afwikkelonderneming;

c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;

e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;

g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;

h. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;

i. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet;

j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;

k. een beschrijving van de criteria, bedoeld in artikel 4:76a, eerste lid, van de wet, op basis waarvan de afwikkelonderneming eerlijke en vrije toegang biedt tot haar diensten en systemen;

l. een beschrijving van de mechanismen waarmee periodiek het kostenniveau, prijsniveau en serviceniveau en de efficiŽntie, bedoeld in artikel 4:76b, tweede lid, van de wet wordt beoordeeld;

m. een beschrijving van de communcatieprocedures en standaarden als bedoeld in artikel 4:76c, eerste lid, van de wet waarvan de afwikkelonderneming voornemens is gebruik te maken; en

n. een beschrijving van de wijze waarop de afwikkelonderneming inzicht als bedoeld in artikel 4:76d, eerste lid, van de wet in de financiŽle risicoís en de kosten die zijn verbonden aan de afwikkeldiensten biedt aan betaaldienstverleners.

2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, zijn:

a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privť-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;

b. een curriculum vitae;

c. een opgave van de relevante diplomaís;

d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en

e. een opgave van referenten.

3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:

a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privť-adres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;

b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;

c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en

d. een opgave van referenten.

4. Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

Artikel 3.0d

Onze Minister kan op grond van artikel 2:3.0g, vierde lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen, indien:

a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van afwikkelonderneming en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:

1į. deskundigheid en betrouwbaarheid;

2į. financiŽle waarborgen;

3į. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en

4į. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;

b. de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en de Autoriteit FinanciŽle Markten enerzijds en het bevoegde gezag in die staat anderzijds is gewaarborgd;

c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.

ß 2.0. Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling

Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3b, tweede lid, 2:3c, eerste lid, 2:10b, tweede lid en 2:10c, eerste lid, van de wet

Artikel 3a. Bepalingen ter uitvoering van artikelen 2:3b, tweede lid, en 2:3c, eerste lid, van de wet

1. De gegevens, bedoeld in artikel 2:3b, tweede lid, en artikel 2:10b, tweede lid, van de wet zijn:

a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;

b. een opgave van de rechtsvorm van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;

c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister;

e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

f. een opgave van de activiteiten die de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling voornemens is te verrichten;

g. een bedrijfsplan met inbegrip van een budgetprognose voor de eerste drie boekjaren waarmee wordt aangetoond dat de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling in staat is gebruik te maken van passende en evenredige systemen, middelen en procedures om op een gezonde basis te opereren;

h. een beschrijving van de interne controlemechanismen die de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling heeft opgezet om de in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de in Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 (Pb EU L 345) betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler, neergelegde verplichtingen in verband met het witwassen van geld en terrorismefinanciering na te komen;

i. een beschrijving van de organisatiestructuur, met inbegrip van, voor zover van toepassing, een beschrijving van het voorgenomen gebruik van agenten en bijkantoren en van de regelingen voor uitbesteding, alsmede van zijn deelname in een betalingssysteem;

j. een opgave van de identiteit van personen die een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 1:1 van de wet in de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling bezitten, alsmede de omvang van hun deelneming en het bewijs van hun geschiktheid, gelet op de noodzaak de gezonde en prudente bedrijfsvoering van de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling te garanderen;

k. een opgave van de accountantsorganisatie of, indien van toepassing, het auditkantoor, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a onderscheidenlijk c, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, belast met de wettelijke controle als bedoeld in artikel 2 van die richtlijn van de jaarrekening van de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling;

l. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de deskundigheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen;

m. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;

n. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;

o. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de wet;

p. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, van de wet;

q. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a, eerste lid bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaaldienstverleners;

r. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en

s. bescheiden waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het ingevolge artikel 3:29a, tweede lid, bepaalde met betrekking tot de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld dat is uitgegeven.

2. Bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdelen i, p, q en s, geeft de betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling een beschrijving van de regelingen voor accountantscontrole en de organisatorische regelingen die zij heeft getroffen voor het nemen van alle redelijke maatregelen om de belangen van betaaldienstgebruikers of houders van elektronisch geld te beschermen en om de continuÔteit en betrouwbaarheid bij het uitvoeren van betaaldiensten dan wel de uitgifte van elektronisch geld te garanderen.

3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel l, zijn:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wft | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x