Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet voorkeursrecht gemeenten (WVGem)

 

BESLUIT  VOORKEURSRECHT  GEMEENTEN  2010

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 24 juni 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Besluit voorkeursrecht gemeenten 2010)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 maart 2010, BJZ2010006064, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 maart 2010, nr. W08.10.0083/IV);
     Gelet op artikel 28 van de Wet voorkeursrecht gemeenten;
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 juni 2010, BJZ2010015754, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet voorkeursrecht gemeenten;

b. besluit tot aanwijzing: besluit als bedoeld in artikel 2 in samenhang met artikel 3, 4 of 5 van de wet of een besluit als bedoeld in artikel 9a, eerste of tweede lid, in samenhang met artikel 2 en artikel 3, 4 of 5 van de wet;

c. besluit tot voorlopige aanwijzing: besluit als bedoeld in artikel 6 van de wet of een besluit als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, in samenhang met artikel 6 van de wet.

 

Artikel 2

1. Het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing vermeldt ten aanzien van de aangewezen gronden:

a. de kadastrale aanduidingen, bestaande uit achtereenvolgens de naam der kadastrale gemeente, de aanduiding der sectie en het perceelnummer van de in de aanwijzing opgenomen percelen in numerieke volgorde geplaatst;

b. de kadastrale grootte van elk van de in de aanwijzing opgenomen percelen en indien een gedeelte van een perceel in de aanwijzing is opgenomen, de kadastrale grootte van dat gedeelte;

c. de namen van de eigenaren van en de beperkt gerechtigden tot de in de aanwijzing opgenomen percelen en perceelsgedeelten,

een en ander bestaande op een in het besluit aangegeven tijdstip.

2. Het besluit vermeldt tevens ten aanzien van elk tot de aangewezen gronden behorend perceel of perceelsgedeelte de planologische grondslag op basis waarvan het besluit is genomen, alsmede de eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht.

3. Het besluit vermeldt voorts of, en zo ja, wanneer en op welke grondslag het perceel eerder was aangewezen alsmede het tijdstip waarop het bevoegd gezag de vorige aanwijzing heeft doen vervallen.

 

Artikel 3

Het kadastraal overzicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet wordt vervat in een kaart, die is ingericht met inachtneming van de volgende voorschriften:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WVGem | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x