Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wetboek van Strafrecht

 

BESLUIT  BUITENGEWOON  STRAFRECHT  (BBS)

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 22 december 1943, houdende vaststelling van het Besluit Buitengewoon Strafrecht

 

     WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Ministers voor Algemeene Oorlogvoering van het Koninkrijk, van Algemeene Zaken, van Buitenlandsche Zaken, van Justitie, van Binnenlandsche Zaken, van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van Financiën, van Oorlog, van Marine, van Waterstaat, van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, van Landbouw en Visscherij, van Sociale Zaken, van Koloniën en van Onze Ministers zonder Portefeuille van 10 December 1943, N°. 2722/G.92(a);
     Overwegende, dat de veiligheid van den Staat het dringend noodzakelijk maakt buitengewone bepalingen van strafrecht vast te stellen voor de berechting van zekere gedurende den tijd van den huidigen oorlog begane feiten, welke in zoo ernstige mate strafwaardig zijn, dat hun strafbaarheid daarmede in overeenstemming dient te worden gebracht, zonder dat een beroep op het bepaalde in artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht bij die berechting dient te worden toegelaten;
     Den Buitengewonen Raad van Advies gehoord;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de misdrijven, gedurende den tijd van den huidigen oorlog vóór 15 Mei 1945 begaan, welke zijn omschreven in:

1°. een der Titels I en II van het Tweede Boek of een der artikelen 137a , 137 b, 205 en 278 van het Wetboek van Strafrecht, een der Titels I en II van het Tweede Boek of artikel 150 van het Wetboek van Militair Strafrecht of een der artikelen 26, 27 en 27a van dit besluit;

2°. een der artikelen 141, 145, 148-151, 157, 159, 161, 161bis, 162, 164, 166, 168, 170, 172, 179, 242-250, 250ter, 279, 281-283, 284, eerste lid, onder 1°., 285, 287-289; 300-304, 363 en 365 van het Wetboek van Strafrecht, indien de schuldige gebruik heeft gemaakt of heeft gedreigd te maken van macht, gelegenheid of middel, hem door den vijand of door het feit der vijandelijke bezetting geboden;

3°. een der artikelen 131 tot en met 134, 189 en 416-417bis van het Wetboek van Strafrecht of een der artikelen 143 en 146 van het Wetboek van Militair Strafrecht, met dien verstande, dat, waar in die artikelen van strafbaar feit of misdrijf wordt gesproken, daaronder ten deze alleen wordt verstaan een misdrijf, als hiervoor onder 1°. of 2°. bedoeld.

Artikel 2

Voor zoover in dit besluit niet anders wordt bepaald, vinden ten aanzien van de in het voorgaande artikel bedoelde misdrijven de bepalingen van het Wetboek van Militair Strafrecht en die ter uitvoering daarvan, alsmede, behoudens de afwijkingen bij dat Wetboek vastgesteld, de bepalingen van het gemeene strafrecht toepassing, met dien verstande, dat, waar in het Wetboek van Militair Strafrecht gesproken wordt van den militairen rechter of de militaire rechtsmacht, daaronder de bij het Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven aangewezen rechter onderscheidenlijk diens rechtsmacht wordt begrepen.

Artikel 3

Het bepaalde in artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht blijft voor de werking van dit besluit buiten toepassing.

Artikel 4

1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2-8 van het Wetboek van Strafrecht en in de artikelen 4 en 5 van het Wetboek van Militair Strafrecht is de Nederlandsche strafwet toepasselijk op een ieder, die zich buiten het Rijk in Europa schuldig heeft gemaakt of maakt aan:

1°. een misdrijf, omschreven in artikel 278 van het Wetboek van Strafrecht of een der artikelen 26, 27 en 27a van dit besluit, of een misdrijf, als bedoeld in artikel 1, onder 2°., van dit besluit, indien het feit is gepleegd tegen of met betrekking tot een Nederlander of een Nederlandsch rechtspersoon of indien eenig Nederlandsch belang daardoor is of kon worden geschaad;

2°. een misdrijf, omschreven in een der artikelen 131-134bis, 189 en 416-417bis van het Wetboek van Strafrecht, met dien verstande, dat, waar in die artikelen van strafbaar feit of misdrijf wordt gesproken, daaronder ten deze alleen wordt verstaan een misdrijf, omschreven in een der artikelen 92-96, 97a, onder 1°., 105 en 108-110 van het Wetboek van Strafrecht, of een misdrijf als hiervoor onder 1°. bedoeld.

2. De Nederlandsche strafwet is insgelijks toepasselijk op den Nederlander, die zich buiten het Rijk in Europa schuldig heeft gemaakt of maakt aan eenig misdrijf, in artikel 1 genoemd.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-1991]

Artikel 6

Het bepaalde in artikel 17 van het Wetboek van Militair Strafrecht blijft voor de werking van dit besluit buiten toepassing.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-1999]

Artikel 7a

In afwijking in zooverre van het bepaalde in artikel 23, vijfde en zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht is de duur der vervangende hechtenis ten hoogste een jaar en in de gevallen, bedoeld in het zesde lid, ten hoogste een jaar en vier maanden.

Artikel 7b

Voor de toepassing van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht wordt de bewaring, gelast of verlengd ingevolge het Besluit politieke delinquenten 1945, gelijkgesteld met voorloopige hechtenis.

Artikel 8

1. In afwijking in zooverre van het bepaalde in de artikelen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Sr | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x