Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-07-2019   Wijziging Stb. 2017, 270 Stb. 2017, 270
01-07-2017   Wijziging Stb. 2017, 270 Stb. 2017, 270
01-07-2016   Wijziging Stb. 2015, 253 Stb. 2015, 253
01-07-2015 01-01-2013
art. 7:3c
01-07-2008
art. 7:3b
Wijziging Stb. 2015, 253 Stb. 2015, 254
01-01-2015   Wijziging Stb. 2014, 520 Stb. 2014, 521
  Wijziging Stb. 2014, 359 Stb. 2014, 359
01-07-2013 01-01-2013
art. 7
Wijziging Stb. 2013, 238 Stb. 2013, 238
29-06-2013 01-06-2013 Wijziging Stb. 2013, 238 Stb. 2013, 238
01-01-2013   Wijziging Stb. 2012, 618 Stb. 2012, 618
  Wijziging Stb. 2012, 362 Stb. 2012, 329
01-03-2012   Wijziging Stb. 2012, 81 Stb. 2012, 80
01-01-2010   Wijziging Stb. 2009, 586 Stb. 2009, 581
04-07-2008 01-07-2008 Wijziging Stb. 2008, 254 Stb. 2008, 254
19-09-2007 02-03-2007
artt. 9 en 10
22-02-2007
art. 12a
Wijziging Stb. 2007, 324 Stb. 2007, 324
01-01-2006   Wijziging Stb. 2005, 690 Stb. 2005, 649
29-12-2005   Wijziging Stb. 2005, 621 Stb. 2005, 621
04-05-2005 01-10-2004
art. 12a
Wijziging Stb. 2005, 219 Stb. 2005, 219
01-10-2004   Wijziging Stb. 2004, 434 Stb. 2004, 434
20-06-2001 01-01-2001 Wijziging Stb. 2001, 267 Stb. 2001, 267
26-07-2000   Nieuwe regeling Stb. 2000, 307 Stb. 2000, 307

 

 

BESLUIT van 8 juli 2000 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur houdende nieuwe regels betreffende de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 28 april 2000, nr. SV/WV/00/26762;
     Gelet op de artikelen 18, achtste en tiende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 2, zevende en negende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, en 2, achtste en tiende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
     De Raad van State gehoord (advies van 6 juni 2000, nr. W12.00.0178/IV);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 7 juli 2000, nr. SV/WV/00/45397;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
c. Wajong: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
e. ZW: Ziektewet;
f. verzekerde: de verzekerde in de zin van de ZW, de Wet WIA of de WAO;
g. jonggehandicapte: de jonggehandicapte, bedoeld in de artikelen 1a.1, 2:3 en 3:2 van de Wajong;
h. aangiftetijdvak: aangiftetijdvak, bedoeld in artikel 1 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen;
i. refertejaar: refertejaar, bedoeld in artikel 13 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen;
j. maatgevende arbeid: uitgeoefende arbeid door gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO, de artikelen 2:2, eerste lid, en 3:1, eerste lid, van de Wajong, artikel 19aa, vijfde lid, van de ZW en in artikel 1, onder maatmaninkomen, van de Wet WIA;
k. loondervingsuitkeringen:
1º. uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet;
2º. uitkeringen op grond van de ZW;
3º. hetgeen wordt genoten op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of de bezoldiging op grond van artikel 76a van de ZW;
4º. uitkeringen op grond van de artikelen 6, 51 en 131 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
5º. uitkeringen bij ziekte of werkloosheid op grond van een regeling welke geldt voor personen die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b, van de ZW onderscheidenlijk artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b, van de Werkloosheidswet niet ingevolge die wet verzekerd zijn;
6º. een uit een dienstbetrekking voortvloeiende periodieke uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening, dan wel een uitkering die voorafgaat aan die uitkering of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
7º. uitkeringen op grond van de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie die naar aard en strekking overeenkomen met de uitkeringen, bedoeld onder 1º tot en met 6º;
8º. uitkeringen en inkomensvoorzieningen op grond van de Wet WIA, de WAO, de WAZ en de Wajong en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die daarmee naar hun strekking overeenkomen;
l. minimumloon per uur: het bedrag dat op grond van artikel 8 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor de werknemer als minimumloon geldt, verminderd tot een bedrag per uur. Bij de vermindering, bedoeld in de vorige zin, wordt uitgegaan van een normale arbeidsduur als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag van 38 uur per week.

 

Art. 1a. Geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
-1. Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a.1 eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van één uur; of
d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
-2. Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het eerste lid nadere regels worden gesteld.

 

Art. 2. De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
-1. De arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, bedoeld in de WAO, de WAZ en de hoofdstukken 2 en 3 van de Wajong, de beoordeling van duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben als bedoeld in de hoofdstukken 1a, 2 en 3 van de Wajong, de beoordeling van het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, bedoeld in de ZW, en de beoordeling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid of de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, bedoeld in de Wet WIA, worden gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidsdeskundig onderzoek.
-2. Van het arbeidsdeskundig onderzoek kan worden afgezien:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.