Geschiedenis van deze beleidsregel:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
19-08-2010 01-01-2010 Wijziging Stcrt. 2010, 12828 Stcrt. 2010, 12828
03-08-2006 29-12-2005 Nieuwe regeling Stcrt. 2006, 147 Stcrt. 2006, 147

 

 

18 juli 2006

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikelen 34 en 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 52d van de Ziektewet, artikel 65e van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 67c van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 59b van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, artikel 2.17 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de artikelen 7, 14 en 19 van het Reïntegratiebesluit;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Afbakening voorziening
Een voorziening voor intermediaire activiteiten wordt slechts verleend indien die activiteiten:
a. gericht zijn op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende auditieve, visuele of motorische lichaamsfunctie;
b. bestaan uit door een persoon te verrichten diensten; en
c. niet behoren tot de gebruikelijke werkzaamheden van die persoon.

 

Art. 2. Kosten voor bemiddeling
Kosten voor de bemiddeling bij het vinden van een persoon die de diensten zal gaan verrichten, worden slechts vergoed, indien:
a. de activiteiten bestaan uit de diensten van een doventolk; of
b. de noodzaak van de bemiddeling naar het oordeel van het UWV is aangetoond.

 

Art. 3. Reiskosten
Indien de persoon die de diensten verricht werkzaam is in dezelfde bedrijfsvestiging als de aanvrager, worden reiskosten van deze persoon slechts vergoed voor zover zij betrekking hebben op het verrichten van diensten buiten die bedrijfsvestiging.

 

Art. 4. Verlenging na einde uitkering
Indien het recht op een voorziening voor intermediaire activiteiten eindigt om de in artikel 14, derde lid, van het Reïntegratiebesluit genoemde reden, wordt die voorziening, voor zover nog wordt voldaan aan de overige voorwaarden, gedurende twee maanden verlengd.

 

Art. 5. Onderwijsvoorzieningen
Kosten voor de diensten van een doventolk als bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van het Reïntegratiebesluit worden niet vergoed voor zover zij betrekking hebben op het volgen van incidenteel of aanvullend onderwijs bij een instelling voor regulier onderwijs door een leerling die staat ingeschreven bij een instelling voor speciaal onderwijs.

 

Art. 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van plaatsing in de Staatscourant en werkt terug tot en met 29 december 2005.

 

Art. 7. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel intermediaire activiteiten.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 18 juli 2006.
De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[18 juli 2006]

 

Algemeen

 

     Op grond van artikel 35 van de Wet WIA kan het UWV aan personen die in loondienst werken of willen gaan werken, maar die een structurele functionele beperking hebben als gevolg van een auditieve, visuele of motorische handicap, een vergoeding verstrekken voor de kosten van zogenaamde intermediaire activiteiten. Dezelfde voorziening kan worden verleend aan personen die arbeid als zelfstandige gaan verrichten. Voor de wijze waarop deze bevoegdheid zal worden uitgeoefend, zoekt het UWV aansluiting bij het beleid dat reeds een aantal jaren wordt gevolgd ten aanzien van doventolken. Inhoudelijk wordt dit beleid, en met name het gehanteerde onderscheid tussen drie normbedragen, niet gewijzigd (zie de normbedragen onder E 17 in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2006 (Stcrt. 2006, 38, pag. 19)). Ten aanzien van intermediaire activiteiten die bestemd zijn voor personen met een visuele of motorische handicap wordt er voorlopig van uitgegaan dat deze activiteiten betrekking hebben op eenvoudige diensten. Indien in de toekomst intermediaire activiteiten worden gevraagd waarvoor hogere kwalificaties zijn vereist, kan het beleid ten aanzien van de normbedragen opnieuw worden overwogen.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1. Afbakening voorziening

     Intermediaire activiteiten zijn activiteiten die zijn gericht op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende lichaamsfunctie. De lichaamsfunctie moet verband houden met de visuele, auditieve of motorische mogelijkheden van de betrokkene en de activiteiten moeten bestaan uit diensten die door een persoon worden verricht. De diensten hoeven niet noodzakelijkerwijze bij een externe leverancier te worden ingekocht. Een voorziening kan ook worden verleend indien de diensten worden verricht door een leidinggevende of collega binnen de onderneming. Hierbij geldt als voorwaarde dat deze dienstverlening niet inherent mag zijn aan de functie van deze persoon. Voorbeelden: bij vergaderingen zal meestal een notulist aanwezig zijn, bij een presentatie zal er iemand zijn die de apparatuur opstelt en bedient, indien er permanente secretariële ondersteuning aanwezig is, zal er geen extra voorleeshulp nodig zijn.
     Op grond van deze omschrijving vallen buiten het begrip "intermediaire activiteiten":
- hulpmiddelen en trainingen voor het gebruik van door het UWV verstrekte voorzieningen: deze kunnen als onderdeel van de desbetreffende voorziening worden vergoed;
- activiteiten inzake meer algemeen gerichte begeleiding bij de arbeid: deze kunnen mogelijk in de vorm van een jobcoach worden vergoed;
- trainingen om de werkgever, de collega’s en de gehandicapte medewerker aan elkaar te laten wennen;
- algemeen gebruikelijke secretariële en facilitaire ondersteuning;
- dienstverrichting door dieren, zoals blindengeleidehonden, postduiven etc.;
- mechanische en elektronische hulpmiddelen: indien aan de voorwaarden wordt voldaan, kunnen deze als meeneembare voorziening worden verstrekt.

 

Artikel 2. Kosten voor bemiddeling

     Ten aanzien van doventolken bestaat al geruime tijd de mogelijkheid om de kosten van bemiddeling tussen tolk en cliënt voor vergoeding in aanmerking te brengen. Deze noodzaak is ingegeven door de schaarste aan doventolken en de diversiteit van de verschillende typen doventolk. Artikel 7 van het Reïntegratiebesluit biedt de mogelijkheid dat ook bemiddelingskosten van intermediaire activiteiten voor visueel en motorisch gehandicapten voor vergoeding in aanmerking komen. Omdat naar de verwachting van het UWV de vraag naar intermediaire activiteiten voor deze groepen niet groot is en de aanbieders van intermediaire activiteiten voor hen niet over bijzondere kwalificaties behoeven te beschikken, zal slechts in uitzonderlijke gevallen de noodzaak bestaan van vergoeding van kosten van bemiddeling. Mocht in de toekomst in deze situatie verandering optreden, dan zal het UWV de terughoudende beleidslijn opnieuw overwegen.

 

Artikel 3. Reiskosten

     Reiskosten van de activiteitenverlener worden op een gelijke wijze vergoed als ten aanzien van de doventolk (normbedrag S1-R in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2006). Reiskosten worden niet vergoed indien degene die de intermediaire activiteiten verleent in dezelfde bedrijfsvestiging werkzaam is als de betrokkene. Reiskosten komen echter wel voor vergoeding in aanmerking als de activiteitenverlener de betrokkene ook ondersteunt bij externe werkzaamheden.

 

Artikel 4. Verlenging na einde uitkering

     In de Ziektewet en in de arbeidsongeschiktheidswetten is geregeld dat het UWV voorzieningen kan verstrekken aan uitkeringsgerechtigden die arbeid als zelfstandige gaan verrichten. Is er in dit kader een voorziening voor intermediaire activiteiten verleend, doch vervalt het recht op die voorziening omdat de betrokkene tengevolge van het verrichten van die arbeid geen recht meer heeft op een uitkering, dan kan op grond van artikel 14 van het Reïntegratiebesluit de voorziening tot maximaal twee maanden nadat die uitkering is beëindigd, worden verlengd. Als beleidslijn houdt het UWV aan dat de betrokkene de vergoeding steeds twee maanden blijft behouden, behalve in de situatie dat hij niet meer aan de voorwaarden voor de vergoeding voldoet.

 

Artikel 5. Onderwijsvoorzieningen

     Op grond van artikel 2.17 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen heeft het UWV tot taak om voor de personenkring, bedoeld in artikel 3 van de Wajong, belemmeringen voor het volgen van onderwijs weg te nemen. Artikel 19 van het Reïntegratiebesluit beperkt de doelgroep voor een voorziening voor intermediaire activiteiten tot de categorie van personen met een auditieve handicap. In dit besluit is tevens geregeld dat geen voorzieningen worden verstrekt waarvoor een regeling is getroffen onder verantwoordelijkheid van de Minister van OCW, zoals bijvoorbeeld voor het speciaal onderwijs. In verband hiermee worden de kosten van een doventolk die een leerling van het speciaal onderwijs nodig heeft bij het incidenteel of aanvullend volgen van onderwijs bij een instelling voor regulier onderwijs, niet vergoed.

 

Artikel 6. Inwerkingtreding

     Deze beleidsregel dient ter uitvoering van per 29 december 2005 gewijzigde wettelijke bepalingen en werkt daarom tot die datum terug.

 

De voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.