Geschiedenis van deze beleidsregels:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
15-12-2012   Intrekking Stcrt. 2012, 25692 Stcrt. 2012, 25692
01-07-2011   Wijziging Stcrt. 2011, 11551 Stcrt. 2011, 11551
14-01-2007 01-01-2007 Wijziging Stcrt. 2007, 9 Stcrt. 2007, 9
22-01-2006 01-01-2006 Nieuwe regeling Stcrt. 2006, 15 Stcrt. 2006, 15

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij het beoordelen van cliënten voor de toepassing van de voorziening persoonlijke ondersteuning, ook wel jobcoach genoemd, het protocol als weergegeven in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels Protocol Jobcoach.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 3 januari 2006.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[3 januari 2006]

 

     Voor de vraag of een cliënt in aanmerking komt voor de voorziening persoonlijke ondersteuning, ook wel jobcoach genoemd, heeft het UWV in overleg met de georganiseerde jobcoachbedrijven besloten een protocol te ontwikkelen voor de toekenning en voortzetting van deze voorziening.
     De voorziening wordt uitgevoerd op grond van artikel 35, tweede lid, onderdeel d, Wet WIA, nader uitgewerkt in artikel 18 van het Reïntegratiebesluit.
     Het protocol Jobcoach is opgesteld in samenspraak met Borea (de brancheorganisatie van reïntegratiebedrijven), Jobcoachorganisaties, de Landelijke Cliëntenraad, de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, vertegenwoordigers uit het (speciaal) onderijs en arbeidsdeskundigen-jonggehandicapten van het UWV.
     Het Protocol Jobcoach gaat nader in op:
- Toekenning en - indien geïndiceerd - voortzetting van deze voorziening.
- Verantwoordings- en bekostigingssystematiek.
- Declaraties jobcoachorganisaties.
- Format aanvraagformulier.
- Format halfjaarreportage.
- Werkgeversverklaring.
- Cliëntverklaring.

 

Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

BIJLAGE

Protocol Jobcoach

Van kracht met ingang van 1 juli 2011

 

Preambule


     Voorligt de vierde bijgestelde versie van het Protocol Jobcoach. Het protocol bevat afspraken tussen het UWV en de jobcoachbedrijven over de toekenning, de voortzetting en de verantwoording van de voorziening persoonlijke ondersteuning (PO) in standaardsituaties.
     Deze voorziening kan op grond van artikel 35, tweede lid, onderdeel d, van de Wet WIA of artikel 2:22, onderdeel d, van de Wet Wajong door het UWV worden toegekend aan een werknemer met een structurele functionele beperking. De voorziening dient om het werken mogelijk te maken en te behouden.
     Voorwaarde voor de toepassing van het protocol is dat de cliënt die aanspraak maakt op deze voorziening expliciet (door medeondertekening van het aanvraagformulier) instemt met de betrokkenheid van de jobcoachorganisatie bij de aanvraag en het UWV machtigt tot het doen van rechtstreekse (voorschot)betalingen aan de jobcoachorganisatie.
     Het UWV en jobcoachorganisatie conformeren zich aan de afspraken van het protocol en kunnen elkaar daarop aanspreken. Dit betekent echter niet dat de jobcoachorganisaties aan het protocol rechten voortkomende uit de aanspraak van de cliënt op de voorziening kunnen ontlenen. Dit protocol geeft een kader voor de toekenning van de voorziening en bepaling van de omvang van de begeleiding.
     Het UWV is als enige verantwoordelijk voor een doelmatige en rechtmatige uitvoering van voornoemde wettelijke bepaling aangaande de voorziening persoonlijke ondersteuning en kan op deze grond op gevalsniveau invulling geven aan en afwijken van het protocol. De arbeidsdeskundige van het UWV die in de praktijk veelal voor de jobcoachvoorziening de individuele beoordeling doet, brengt in dit kader altijd een onderbouwd advies uit op basis waarvan de beslissing wordt afgegeven.

 

1. Inleiding


     Het Protocol Jobcoach is op 1 januari 2006 van kracht geworden. Met de invoering van het Protocol Jobcoach beoogt het UWV de uitvoeringspraktijk van de toekenning (en verlenging) van de voorziening PO te stroomlijnen. Daarnaast beschrijft het protocol de verantwoordingssystematiek. Het Protocol Jobcoach is destijds opgesteld in overleg met Boaborea [Branche Organisatie Arbodiensten en de Brancheorganisatie Reïntegratiebedrijven, red.], jobcoachorganisaties, de Landelijke Cliëntenraad, de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland, vertegenwoordigers uit het (speciaal) onderwijs en arbeidsdeskundigen-jonggehandicapten van het UWV.
     Het protocol is een hulpmiddel voor de arbeidsdeskundige (AD) van het UWV om over het toekennen van PO te adviseren en de begeleidingsintensiteit te bepalen. Het protocol gaat ervan uit dat alle PO-aanvragen voor consult worden voorgelegd aan een AD. Het biedt een kader voor het nemen van beslissingen over de noodzaak en de omvang van de persoonlijke ondersteuning.
     Het protocol bevat een tijdsbalk en beslisboom waarin de te nemen stappen voor de toekenning PO schematisch zijn weergegeven. Ook de aangepaste verantwoordingssystematiek is in de beslisboom opgenomen. Aansluitend wordt per stap een toelichting gegeven.
     Het protocol bevat afspraken over de behandeling van (vervolg)aanvragen in zogenaamde "standaardgevallen"; gevallen waarbij in het algemeen wordt aangenomen dat jobcoaching noodzakelijk en effectief is om iemand met structureel functionele beperkingen te laten deelnemen aan het reguliere arbeidsproces. Aanvragen die niet voldoen aan de standaard mogen niet op die grond worden afgewezen, maar moeten individueel - in de geest van het protocol - worden beoordeeld.
     Dit protocol gaat uit van de situatie dat in een onderneming voor één werknemer één jobcoach noodzakelijk is. In gevallen waarin meer werknemers binnen een onderneming op één locatie/afdeling werkzaam zijn met behoefte aan ondersteuning door een jobcoach, ligt het voor de hand dat één jobcoach meer werknemers begeleidt en dat daardoor per werknemer minder kosten worden gemaakt aan begeleiding. In die gevallen zal met de vaststelling van de omvang van de begeleiding rekening worden gehouden met het gelijktijdig coachen van meerdere werknemers.

 

2. Herziening per 1 juli 2011


     Het UWV heeft de toepassing van het protocol en de aangepaste verantwoordingssystematiek vanaf de introductie laten monitoren zodat snel duidelijk kan worden of het protocol de beoogde effecten heeft en op welke punten eventueel aanpassingen wenselijk zijn.
     Na het eerste jaar is het protocol per 1 januari 2007 aangepast op het punt van de vaststelling van de begeleidingsintensiteit. Vanaf die tijd wordt er vanaf het eerste verstrekkingsjaar gewerkt met vier begeleidingsregimes voor jonggehandicapten en niet-jongehandicapten
     In oktober 2008 is het protocol door de directie UWV aangepast op het bevoorschottingssysteem. Het voorschot is daarbij teruggebracht tot 50% van het toegekende budget en er is een systeem ingevoerd waarbij na afloop van een verstrekkingsperiode afgerekend wordt op werkelijk geleverde jobcoachuren.
     Met het oog op de beheersing van het budget voor de jobcoachvoorzieningen worden in overleg met het ministerie van SZW in deze vierde herziene versie van het protocol twee maatregelen geïntroduceerd.
     De eerste maatregel betreft het begeleidingsregime in standaardgevallen.
     Het middenregime (10% begeleiding) geldt voor de standaardsituatie als maximaal begeleidingsregime. Alleen in uitzonderingssituaties kan het intensieve regime worden ingezet.
     Als tweede maatregel wordt een beperking van de duur van de begeleiding ingevoerd. De jobcoachvoorziening wordt bij een voortdurende arbeidssituatie bij dezelfde werkgever standaard voor maximaal drie jaar toegekend. Alleen in uitzonderingssituaties kan de voorziening langer doorlopen.
     Een lijst van activiteiten die als jobcoachbegeleiding worden aangemerkt, is toegevoegd aan het protocol.
     Voorts wordt de werkwijze voor de inzet van de jobcoach tijdens de proefperiode aangepast, volgens een systeem dat beter aansluit bij de praktijk.
     Tot slot is voor de urenverantwoording is het zogenaamde "ESF-model" [ESF: Europees Sociaal Fonds, red.] als standaard ingevoerd.
     Voormelde herzieningen zijn vanaf de ingangsdatum van deze versie van het protocol, 1 juli 2011, van toepassing op de nieuwe aanvragen voor de voorziening PO en op de vervolgaanvragen die vanaf die datum worden ingediend.
     Naast deze herzieningen van het protocol heeft het UWV bij elke bijstelling van het protocol ook de bij het protocol horende formulieren gewijzigd. Deze formulieren zijn via de UWV-website beschikbaar.

 

3. Doelgroep


     Het uitgangspunt van het protocol is de regeling voor de voorziening PO zoals deze per 1 januari 2006 in de Wet WIA en sinds 1 januari 2010 ook in de Wet Wajong is ondergebracht. De doelgroep voor de voorziening PO omvat iedereen die van het UWV de indicatie structureel functioneel beperkt heeft gekregen en die in verband met de ernst van die beperkingen een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding nodig heeft bij het verrichten van de werkzaamheden verbonden aan zijn functie.

 

4. Begeleidingsintensiteit


     De hoeveelheid begeleiding die de klant toegekend krijgt, wordt uitgedrukt als percentage van het aantal door de klant te werken uren per kalenderjaar.
     Volgens de jobcoachregeling (artikel 18, derde lid, van het Reïntegratiebesluit) kan de persoonlijke ondersteuning in het eerste jaar maximaal 15% van de werkuren bedragen. In het tweede jaar is dit maximum 7,5% en de daaroppvlgende jaren 6%. Nadat door de AD (en de verzekeringsarts (VA)) is vastgesteld dat de klant is aangewezen op de voorziening PO, wordt de begeleidingsintensiteit bepaald met behulp van zogenaamde "begeleidingsregimes", waarbij het zwaarste regime correspondeert met voornoemde wettelijke maxima.

Tabel 1. Begeleidingsregimes PO:

Begeleidingsregimes Jaar 1 dienstverband Jaar 2 Jaar 3 (en volgende)
Zeer licht x3% 3% 3%
Licht x6%
Midden 10% 5%
Intensief 15% 7,5% 6%

 
     Het protocol kent vier begeleidingsregimes met vier verschillende percentages van te begeleiden uren: een zeer licht, licht, midden en intensief regime. In het tweede jaar vallen het zeer lichte en lichte regime qua percentage samen. In het derde jaar komt daar ook het middenregime bij. Na jaar drie blijven de regimes gelijk. De keuze voor een begeleidingsregime bij de aanvraag geeft aan welk verloop van de begeleidingsintensiteit de klant naar verwachting nodig heeft. Blijkt het regime op een gegeven moment niet meer te voldoen, dan kan elk halfjaar van regime gewisseld worden.


Het middenregime maximaal in standaardsituaties

     De jobcoach zal voor de standaardsituatie ¹ zoals omschreven in de toelichting onder 3 van hoofdstuk 11 bij zijn voorstel voor een begeleidingsregime uitgaan van het middenregime, c.q. 10% begeleiding, als maximaal begeleidingsregime. Van een standaardsituatie is in ieder geval sprake als de jobcoaching wordt aangevraagd door/voor een jonggehandicapte klant voor wie geldt dat de dienstbetrekking voorafgegaan is door een re-integratietraject waarbinnen de zogenaamde sluitende aanpak is gecontracteerd én dat de uitvoerende (jobcoach)organisatie dezelfde is als het bedrijf waarbij de klant het re-integratietraject heeft gevolgd.
     Onder de sluitende aanpak begeleidt het bedrijf de klant gedurende een periode van maximaal 2,5 jaar. In eerste aanleg zijn de activiteiten van het bedrijf gericht op toeleiding van de klant naar een vacature. De begeleiding van de klant door het bedrijf gaat ook door na de plaatsing. Nadat de klant het werk hervat heeft, ligt het accent op monitoring van het functioneren van de klant op zijn nieuwe werkplek. Met het doel er zorg voor te dragen dat de klant aan het werk blijft. Mocht de klant binnen de genoemde periode van 2,5 jaar toch werkloos worden, dan zorgt het bedrijf ervoor dat de klant opnieuw wordt toegeleid naar de arbeidsmarkt.
     De sluitende aanpak is van toepassing op alle re-integratietrajecten die op basis van het Overzicht Re-integratiedienstverlening Jonggehandicapten 2009 - onderdeel van het Inkoopkader Re-integratiedienstverlening Werkzoekende Jonggehandicapten 2009 [zie ook: Besluit inkoopkader re-integratiedienstverlening UWV 2009, red.] - gecontracteerd zijn.
     Indien in uitzonderingsgevallen het intensieve begeleidingsregime wordt voorgesteld, dient deze keuze op het aanvraagformulier expliciet te worden beargumenteerd.
     Voor de lopende PO-gevallen is de maatregel van het middenregime van toepassing vanaf het moment dat na 1 juli een nieuwe halfjaarperiode gaat lopen. De vervolgaanvragen die na deze datum worden ingediend, zullen hierop getoetst worden.

1. Een arbeidsovereenkomst van minstens een halfjaar of een UWV-proefplaatsing, voor minstens twaalf uur per week. Loonwaarde ten minste 35% van wettelijk minimumloon.

 

5. Proefplaatsing


     Proefplaatsing in de zin van artikel 37 van de Wet WIA of artikel 2:24 van de Wet Wajong wordt bij de vergoeding van persoonlijke ondersteuning en de toepassing van het protocol gelijkgesteld met een dienstverband.
     Uitgangspunt daarbij is dat het hier gaat om een periode van maximaal drie maanden, bij succes gevolgd door een dienstverband van zes maanden voor hetzelfde aantal uren. Bij de beoordeling van de noodzaak en omvang van de persoonlijke ondersteuning en de toekenning wordt in het protocol de proefplaatsing als een aparte verstrekkingsperiode beschouwd. Voor de proefperiode gelden de begeleidingsregimes van het eerste jaar. Bij een proefplaatsing gevolgd door twee verstrekkingsperiodes van een halfjaar (tezamen één jaar en drie maanden) wordt op een praktische wijze rekening gehouden met de volgens het protocol op jaarbasis vastgestelde begeleidingsregimes met bijbehorende percentages. In dit systeem worden deze percentages gemiddeld over het eerste contractjaar plus de daaraan voorafgegane proefperiode van drie maanden. Deze middeling - door compensatie van de derde extra maanden met een lager percentage - vindt plaats in de tweede halfjaarperiode en is alleen nodig in geval van ongewijzigde omstandigheden. Als er na de proefperiode sprake is van een wijziging van het aantal contracturen of een ander begeleidingsregime, wordt het eerste halfjaar als een "nieuwe werksituatie" beschouwd met de daarbij behorende regimes en wettelijke maxima.
     Voor de ongewijzigde voortzetting van de proefplaatsing en de daarvoor geldende percentages wordt al naargelang het vastgestelde begeleidingsregime het volgende systeem gehanteerd:

Bij middenregime:

Proefplaatsing (max. drie maanden) 10% met vervolgrapportage die dient als aanvraag voor de eerste halfjaarperiode van het dienstverband
Eerste halfjaar dienstverband 10% met vervolgrapportage
Tweede halfjaar dienstverband 7,5% met vervolgrapportage
Derde halfjaar dienstverband 5% verder volgens schema protocol

Bij intensief regime:

Proefplaatsing (max. drie maanden) 15% met vervolgrapportage die dient als aanvraag voor de eerste halfjaarperiode van het dienstverband
Eerste halfjaar dienstverband 15% met vervolgrapportage
Tweede halfjaar dienstverband 10% met vervolgrapportage
Derde halfjaar dienstverband 7,5% verder volgens schema protocol

Bij licht regime:

Proefplaatsing (max. drie maanden) 6% met vervolgrapportage die dient als aanvraag voor de eerste halfjaarperiode van het dienstverband
Eerste halfjaar dienstverband 6% met vervolgrapportage
Tweede halfjaar dienstverband 5% met vervolgrapportage
Derde halfjaar dienstverband 3% verder volgens schema protocol

 
     Bij het zeer lichte regime geldt altijd een begeleidingspercentage van 3%.
     Voor alle periodes geldt voor de toekenning en verantwoording de procedure zoals hierna beschreven. Indien er reden is om de compensatie van de proefperiode in het tweede half jaar achterwege te laten, dient dit in de vervolgaanvraag expliciet vermeld en onderbouwd te worden.
     Als de proefplaatsing niet succesvol is, dient de jobcoachorganisatie een eindrapportage en einddeclaratie voor de proefperiode in.
     Bij de proefplaatsing geldt ook het hieronder beschreven (50%-)voorschotsysteem.
     Ook bij de proefplaatsing wordt in standaardsituaties uitgegaan van het middenregime als maximaal begeleidingsregime. Alleen in bijzondere situaties wordt het intensieve regime voorgesteld. De noodzaak hiervan moet expliciet onderbouwd worden.
     Omdat de proefplaatsing als een aparte verstrekkingsperiode wordt beschouwd, vallen de drie maanden die daar mee gemoeid zijn buiten de zogenaamde "driejaartermijn" waarop de (vervolg)aanvragen getoetst worden.

 

6. Aanvraagprocedure en bevoorschotting


     De aanvraag wordt gedaan door de werknemer. In het protocol wordt ervan uitgegaan dat de werknemer wil dat de jobcoach die hem gaat begeleiden, helpt bij het invullen van het aanvraagformulier. Daarin geeft de coach aan op welke thema’s gecoacht wordt en welke doelen daarmee beoogd worden. Tot slot doet de jobcoach een voorstel voor een passend begeleidingsregime. Uitgangspunt is dat het middenregime in standaardsituaties het hoogste regime is.
     De AD beoordeelt de aanvraag en het voorstel en bepaalt indien hij de voorziening PO toekent voor het eerste half jaar het begeleidingsregime. Het UWV geeft binnen zes weken na ontvangst van een complete aanvraag de beslissing af.


De toekenning voor de voorziening PO in beginsel voor maximaal drie jaar

     Het protocol kent een systeem van toekenning van een vergoeding op basis van begeleidingsregimes per halfjaarperiode. In principe wordt bij elke nieuwe periode getoetst of de gestelde coachingsdoelen gehaald zijn en of en in welke mate de begeleiding nog nodig is.
     Uitgangspunt is dat de begeleiding bij een voortdurende arbeidssituatie bij dezelfde werkgever zo snel mogelijk doch uiterlijk na drie jaar wordt beëindigd. Als duidelijk is dat de begeleiding na drie jaar voortgezet moet worden, kan de jobcoach al aan het einde van de vijfde halfjaarperiode in zijn vervolgrapportage aangeven waarom de begeleiding na drie jaar nog nodig is en voor welke periode. Voordeel van deze procedure is dat alle betrokken partijen al in de zesde halfjaarperiode weten of de begeleiding na deze periode wordt voortgezet of niet en daarmee rekening kunnen houden.
     Bij voortzetting van de begeleiding zal veelal het laagste percentage van begeleiding worden aangehouden.
     In de meeste gevallen wordt de voorziening uiterlijk na drie jaar beëindigd. Indien er zich daarna toch een situatie voordoet dat er (tijdelijk) gecoacht moet worden, kan voor de heropening van de jobcoachvoorziening bij ongewijzigde omstandigheden een verkorte aanvraagprocedure (beslissing binnen drie weken) worden gevolgd. In deze situatie kan volstaan worden met een aanvraag naar het model van de vervolgrapportage waarin voorgesteld wordt om voor een halfjaar de begeleiding volgens een bepaald regime weer op te pakken.
     Omdat de toetsing van de zogenaamde "driejaartermijn" gekoppeld is aan de halfjaarlijkse verstrekkingsperioden, valt de periode van de proefplaatsing (maximaal drie maanden) op praktische gronden buiten de maximumtermijn van drie jaar.
     De driejaartermijn is ook van toepassing op de lopende gevallen. De vervolgaanvragen die na 1 juli binnenkomen, zullen hierop worden getoetst, waarbij voor de beëindiging ook een gewenningstermijn van een halfjaar in acht wordt genomen. Als de vijfde of zesde halfjaarrapportage na 1 juli wordt ingediend, wordt op basis van het voorstel van de jobcoach een uitspraak gedaan over het al of niet voortzetten van de begeleiding na de volgende periode.


Het eerste halfjaar begeleiding

     Nadat het UWV de beschikking PO heeft afgegeven, dient de jobcoachorganisatie een voorschotfactuur van 50% ter waarde van een halfjaar PO in. Het UWV betaalt vervolgens deze voorschotfactuur.
     Na afloop van het verstreken halfjaar ontvangt het UWV van de jobcoachorganisatie - naast een verantwoordingsrapportage - een eindfactuur voor de werkelijk gerealiseerde uren. Het UWV maakt de eindafrekening op op basis van het werkelijke aantal gerealiseerde uren tot het maximum van het aantal toegestane uren behorende bij het geaccordeerde regime. Het opmaken van de eindafrekening vindt plaats onder aftrek van het verstrekte voorschot van 50%. Ingeval het verstrekte voorschot hoger is dan het te betalen eindbedrag, wordt het verschil door de jobcoachorganisatie terugbetaald. De eindfactuur heeft dan de vorm van een creditnota.
     Bij voorschotten en eindafrekeningen worden uitsluitend (afgeronde) hele uren uitbetaald.


Vervolg halfjaar begeleiding en overbruggingsperiode van maximaal acht weken

     Behalve in de situatie dat de jobcoachorganisatie voorstelt om de begeleiding te beëindigen, zal de jobcoach in afwachting van de vaststelling door het UWV van het begeleidingsregime voor het volgende halfjaar, de klant blijven begeleiden. Het UWV geeft binnen zes weken na ontvangst van de vervolgrapportage uitsluitsel over het voorgestelde (nieuwe) begeleidingsregime. Er is dus sprake van een overbruggingsperiode van maximaal acht weken waarin de jobcoachorganisatie de begeleiding voortzet en kan rekenen op een vergoeding van het UWV. Om binnen de duur van deze overbruggingsperiode te blijven, zal de jobcoachorganisatie zijn vervolgrapportage en eindfactuur binnen twee weken na de verstreken halfjaarperiode moeten indienen bij het UWV.
     De mate waarin de jobcoach de klant in de overgangsperiode blijft begeleiden, hangt af van het voorstel begeleidingsregime voor de volgende periode. Er kunnen drie situaties worden onderscheiden:
a. Het voorstel begeleidingsregime van de jobcoachorganisatie voor de volgende periode is lager dan voorheen. Gedurende de overbruggingsperiode wordt er - in afwachting van toestemming UWV - gewerkt volgens dat lagere regime.
b. Het voorstel begeleidingsregime van de jobcoachorganisatie voor de volgende periode is gelijk aan die in de voorafgaande periode. Gedurende de overbruggingsperiode wordt er - in afwachting van toestemming UWV - gewerkt volgens ditzelfde regime.
c. Het voorstel begeleidingsregime van de jobcoachorganisatie voor de volgende periode is hoger dan voorheen. Gedurende de overbruggingsperiode wordt er - in afwachting van toestemming UWV - gewerkt volgens het lagere regime uit de voorafgaande periode.
     Voor de financiële uitkomst van deze overbruggingsregeling zijn de volgende drie mogelijke varianten te onderscheiden:
a. Het voorstel wordt overgenomen en geaccordeerd. Het bijbehorende voorschot voor de periode van een halfjaar wordt voor 50% uitbetaald.
b. Het UWV stelt een lager begeleidingsregime vast. Het bijbehorende voorschot voor de periode van een halfjaar wordt voor 50% uitbetaald. De eventueel te veel ingezette uren gedurende de eerste acht weken van dit halfjaar wordt door de jobcoachorganisatie gecompenseerd in de laatste zestien weken (vier maanden).
c. Het UWV bepaalt dat de begeleiding moet stoppen. De jobcoachorganisatie maakt een einddeclaratie op ter waarde van de in deze overbruggingsperiode werkelijk geleverde uren. Het UWV betaalt, waarbij als maximumbegeleidingsregime het regime van de voorafgaande periode wordt aangehouden.

     Het UWV geeft uiterlijk zes weken na ontvangst van de vervolgrapportage zijn beslissing af over het (nieuwe) regime en de vergoeding van de begeleidingsuren die daarbij horen. Op basis van een voorschotnota van de jobcoachorganisatie betaalt het UWV 50% van het toegekende bedrag.

 

7. Verantwoordingsprocedure


     Het UWV ontvangt na afloop van het verstreken halfjaar een verantwoordingsrapportage en een factuur voor de resterende betaling. In de rapportage geeft de jobcoachorganisatie aan hoeveel contactmomenten er zijn geweest en hoeveel begeleidingsuren de jobcoach aan de klant heeft besteed. Mede ten behoeve van de verantwoording voor het ESF voegt de jobcoachorganisatie bij de factuur een door de jobcoach of administrateur ondertekende urenspecificatie waarin naast naam en burgerservicenummer van de klant een overzicht van de geleverde jobcoachdiensten (data, ingezette tijd) gegeven wordt.
     Welke activiteiten aangemerkt kunnen worden als jobcoachdiensten is beschreven in een lijst van jobcoachactiviteiten welke als bijlage 1 bij het protocol is gevoegd.
     Daarnaast moet in de rapportage een gestructureerd verslag van de voortgang opgenomen worden, alsmede een geactualiseerd begeleidingsplan. De jobcoach geeft daarbij aan of het eerder gekozen begeleidingsregime nog voldoet, en zo nee, welk begeleidingsregime hij dan passend acht. Dit voorstel dient in het begeleidingsplan gemotiveerd te worden. Het UWV heeft voor de rapportage een gestructureerd formulier ontwikkeld.
     De jobcoachorganisatie moet ervoor zorgen dat de rapportage vergezeld gaat van een getekende verklaring van de werkgever en een getekende verklaring van de klant. De werkgever moet aangeven of de klant al dan niet langer dan een aaneengesloten periode van vier weken verzuimd heeft en een oordeel geven over de dienstverlening van de jobcoach. De klant wordt gevraagd naar een oordeel over de dienstverlening van de jobcoach. Het UWV heeft voor deze verklaringen een gestructureerd formulier. Als het oordeel van de werkgever of de klant over de jobcoach negatief is, zal de AD dit nader onderzoeken.
     Op basis van de voortgangsrapportage en de werkgevers- en klantverklaringen bepaalt de AD het begeleidingsregime voor het daaropvolgende halfjaar.

 

8. Arbeidsverzuim


     In principe is jobcoachbegeleiding werkgerelateerd. Tijdens vakantie of langdurig ziekteverzuim hoeft er niet begeleid te worden. In de urenberekening is al rekening gehouden met de vakantie. Bij kortdurend ziekteverzuim kan jobcoach [lees; kan jobcoachbegeleiding, red.] gericht zijn op snelle hervatting.
     In geval van langdurig ziekteverzuim (meer dan vier weken) kan begeleiding gericht op werkhervatting ook nodig zijn. Deze begeleiding dient (conform uitspraak 23.01.02RSV 2002/75 van de Centrale Raad van Beroep) vergoed te worden. De jobcoachorganisatie kan begeleidingsuren bij langdurig ziekteverzuim declareren als hij daarbij aangeeft dat deze begeleiding heeft plaatsgehad met het oog op de terugkeer op de werkplek.

 

9. Wijziging of beëindiging arbeidsovereenkomst


     Als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, stopt de voorziening PO van rechtswege op de datum einde arbeidsovereenkomst. In dat geval wordt door de jobcoachorganisatie een eindrapportage en einddeclaratie (met urenverantwoording) ingediend.
     Indien de bestaande arbeidsovereenkomst wijzigt, kan dit leiden tot een tussentijdse heroverweging van de toekenning. Kleine wijzigingen worden vermeld op een apart wijzigingformulier bij de halfjaarrapportage. Een ingrijpende wijziging van de arbeidsovereenkomst die gevolgen heeft voor de begeleiding wordt tussentijds door de jobcoachorganisatie voorgelegd aan het UWV.
     Bij een nieuwe arbeidsovereenkomst moet PO opnieuw worden aangevraagd. Dit geldt ook in de situatie dat tijdens de begeleidingsperiode een nieuwe baan gevonden wordt.
     Indien de voorziening PO tussentijds beëindigd wordt, dient de jobcoachorganisatie een rapportage op te stellen over het laatste deel van de begeleidingsperiode.

 

10. Tijdbalk en beslisboom

 

 

 

01

 

 

 

02

 

 

11. Nadere toelichting per onderdeel


I. Aanvraag PO

(1) De aanvraag PO bevat de volgende onderdelen: gegevens klant, werkgever, jobcoachorganisatie, arbeidsovereenkomst en een begeleidingsplan. Het UWV heeft hier formulieren voor ontwikkeld. Bij de aanvraag geeft de jobcoachorganisatie aan welk begeleidingsregime (zeer licht, licht, midden of intensief) naar verwachting nodig is. Het middenregime (10% begeleiding) geldt voor de standaardsituatie als passend. Alleen in uitzonderingssituaties kan het intensieve regime worden ingezet.
(2) Om voor een voorziening vanuit de Wet WIA in aanmerking te komen, moet de klant structurele functionele beperkingen hebben.
(3) Er moet sprake zijn van een arbeidsovereenkomst van minstens een halfjaar of een proefplaatsing in de zin van artikel 37 van de Wet WIA of artikel 2:22 van de Wet Wajong voor minstens twaalf uur per week. De loonwaarde dient ten minste 35% van het minimumloon te zijn.
Voldoet de arbeidsovereenkomst niet aan deze eisen,¹ dan kan de AD na een inhoudelijke toets van de begeleidingsbehoefte een positief advies voor het toekennen van PO geven. Een AD kan bijvoorbeeld een positief advies geven wanneer hij verwacht dat het aantal uren op termijn uitgebreid kan worden of de loonwaarde zal toenemen indien een jobcoach de klant begeleidt.
(4) De AD toetst de aanvraag PO inhoudelijk. Beoordeeld wordt of in verband met de vastgestelde beperking PO nodig is voor een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding. De AD geeft een positief of een negatief advies voor het toekennen van PO.
(5) De AD stelt op basis van de aanvraag het begeleidingsregime vast. In de hierboven beschreven standaardsituatie is het middenregime in de regel het hoogste begeleidingsregime. Bij het berekenen van het aantal uren PO gaat het UWV uit van 48 werkweken per jaar. Op basis van de hardheidsclausule kunnen eventueel meer uren PO worden aangevraagd en toegekend.

1. Voor een effectieve inzet van de jobcoach wordt uitgegaan van een werksituatie van minstens twaalf uur met een loonwaarde van ten minste 35% van het loon volgens de WML [Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, red.]. Bij een lager aantal uren en/of verdienvermogen bij aanvang van het dienstverband dient voor de toepassing van het protocol meegewogen te worden of de cliënt op afzienbare termijn (één jaar) in staat zal zijn meer (twaalf) uren te werken en meer (35% van het minimumloon) te verdienen. Als ondergrenzen voor de standaardtoepassing van het protocol worden acht uur werken en 20% van het minimumloon gehanteerd. De laatste grens komt overeen met de laagste grondslag om een aanmerking te komen voor een uitkering in het kader van de nWajong [Wet Wajong, red.].


II. Halfjaar na toekenning PO

(1) Na zes maanden moet de jobcoachorganisatie een voortgangsrapportage indienen. De rapportage bevat een gestructureerd verslag van de voortgang, alsmede een geactualiseerd begeleidingsplan en een voorstel voor het begeleidingsregime bij de voortzetting van de ondersteuning. De rapportage dient vergezeld te gaan van een getekende verklaring van de werkgever en een getekende verklaring van de klant en een urenverantwoording c.q. -declaratie.
(2) Als het oordeel van de werkgever of de klant over de jobcoach negatief is, moet de AD dit nader onderzoeken. De AD handelt vervolgens naar bevind van zaken. Hij maakt bijvoorbeeld nadere werkafspraken met de betrokkenen, schakelt een andere jobcoachorganisatie in en/of adviseert niet of minder uit te betalen.
(3) De AD weegt op basis van de rapportage of het voorgestelde begeleidingsregime passend is. Het aantal contactmomenten en begeleidingsuren in het voorgaande halfjaar zijn daarbij richtinggevend. De AD stelt het begeleidingsregime in beginsel voor de duur van de voorziening vast, maar toetst per periode of de begeleiding volgens het geldende regime nog nodig is. Eventueel kan de AD adviseren de PO stop te zetten.


III. Elk volgende halfjaar

(1) Om de zes maanden maakt de jobcoachorganisatie een rapportage over het voorafgaande halfjaar. Indien de jobcoachorganisatie vindt dat het gekozen begeleidingsregime niet voldoet, kan deze een voorstel indienen voor wisseling van regime.
(2) Als het oordeel van de werkgever of klant over de jobcoach negatief is, moet de AD dit nader onderzoeken en naar bevind van zaken handelen.
(3) De AD beoordeelt op basis van de rapportage of het begeleidingsregime gewijzigd moet worden. Eventueel kan de AD adviseren de PO stop te zetten. Dit advies dient voorzien te zijn van een schriftelijke motivering.
(4) Uitgangspunt is dat de begeleiding zo snel mogelijk doch uiterlijk na drie jaar wordt afgebouwd. Als dat niet mogelijk is, dient de jobcoach bij voorkeur aan het einde van de vijfde halfjaarperiode in zijn vervolgrapportage duidelijk te maken waarom voortzetting van de begeleiding na drie jaar nodig is, volgens welk regime en voor hoelang. Als er na de beëindiging van de voorziening (tijdelijk) coaching nodig is, kan bij ongewijzigde omstandigheden een verkorte aanvraagprocedure gevolgd worden.

 

 

Bijlage 1

Lijst van begeleidingsactiviteiten die vallen onder de voorziening "persoonlijke ondersteuning" van artikel 35, tweede lid, van de Wet WIA of artikel 2:22 van de Wet Wajong

 

Algemeen

     De voorziening persoonlijke ondersteuning wordt ook jobcoaching genoemd en vindt zijn oorsprong in de methodiek supported employment.
     Jobcoaching wordt binnen deze methodiek als volgt gedefinieerd: "providing support to people with disabilities or other disadvantaged groups to secure and maintain paid employment in the open labour market" (EUSE [European Union of Supported Employment, red.]).
     Het gaat om ondersteuning bij het verrichten van reguliere arbeid, werkgerelateerde begeleiding, gegeven door een jobcoach die verbonden is aan een door het UWV erkende jobcoachorganisatie (jobcoachlijst).
     Over onderstaande activiteiten bestaat overeenstemming dat deze als voorziening op grond van bovengenoemde regelingen vergoed kunnen worden.


Activiteiten

1. Het introduceren van de klant:
in het bedrijf
in het team (directe collega’s)
2. Structureren van het werk
adviseren over:
inrichting werk
(aanpassing) organisatie van het werk
3. Inwerken en trainen van de klant:
aanleren handelingen
trainen benodigde vaardigheden
aanleren sociale vaardigheden (bedrijfscultuur)
4. Opsporen en verhelpen storingen in arbeidssituatie (bij calamiteit of crisis)
bij de werknemer
bij de werkgever
bij beiden
5. Begeleiden werknemer op het werk (onder andere afspraken maken en bewaken)
in contact met collega’s
in contact met leidinggevende
bij de verwerking van algemene bedrijfsinformatie
bij interne voorlichting / cursussen
bij calamiteiten
6. Begeleiding van de werknemer in de thuissituatie (functie van de jobcoach als schakel tussen werk klant en thuissituatie)
Afstemmen met sociaal netwerk (familie/vrienden)
Organiseren/coördineren andere hulpstructuren (doorverwijsfunctie)
Stimuleren werkhervatting bij verzuim en ziekte
Administratieve ondersteuning (arbeidscontract, uitkering, scholing, etc.)
7. Begeleiding werkgever (direct gerelateerd aan functioneren werknemer)
Bij leren omgaan met beperking van klant
Bij conflicten
Bij calamiteiten
Bij functioneringsgesprekken
Bij reorganisatie
8. Evaluatie en coördinatie van de werkafspraken (tussen werknemer en werkgever)
van de jobcoachdienstverlening
rapportage/verantwoording aan uitvoeringsinstelling met het oog op voortzetting vergoeding