blz. 1  

Kamerstukken II 2002-2003, 28 960

Invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand)

 

 

xAx ADVIES  RAAD  VAN  STATE  EN  NADER  RAPPORT

 

 

     Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 28 mei 2003 en het nader rapport d.d. 6 juni 2003, aangeboden aan de Koningin door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.¹ Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

1. De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

     Bij Kabinetsmissive van 17 maart 2003, nr. 03.001267, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. M. Rutte, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand).

     De Invoeringswet Wet werk en bijstand (hierna: de Invoeringswet) regelt de invoerings- en overgangsbepalingen in verband met de beoogde vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw) ¹ en enkele andere regelingen door de Wet werk en bijstand (Wwb) (Invoeringswet, artikelen 2 tot en met 22 [2-22]).
     Ook voorziet de Invoeringswet erin dat naast de Wwb gedurende enige jaren een aantal wettelijke uitkerings- en voorzieningsregelingen wordt gehandhaafd en aangevuld met bepalingen uit de te vervangen Abw en uit enkele andere wettelijke regelingen, omdat die na het vervallen van onder meer de Abw niet kunnen worden gemist. Het betreft de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik). In deze wetten worden de bepalingen uit de Wwb overgenomen met betrekking tot de rechten en plichten die gericht zijn op reïntegratie, evenwel zonder overname van de maatwerkopzet van de Wwb.² In de Wik worden tevens enkele inmiddels gebleken tekortkomingen weggenomen (Invoeringswet, artikel 25 [25]. Verder voorziet de Invoeringswet in de voortzetting van bestaande wettelijke regelingen in afwachting van een nog te vervaardigen nieuwe inkomensvoorziening voor zelfstandigen, van een nieuw stelsel van partner- en kinderalimentatie en van nieuwe regelingen inzake arbeidsongeschikten.³ Het wetsvoorstel geeft de Raad van State aanleiding tot vragen over enkele onderdelen van het voorgestelde overgangsrecht en tot opmerkingen van overwegend wetstechnische aard. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het voorstel wenselijk is.

1. Zie voor het wetsvoorstel Kamerstukken II 2002-2003, 28 870, nrs.1 en 2.
2. Invoeringswet, artikelen 23 tot en met 25; memorie van toelichting, paragraaf 3.1.
3. Memorie van toelichting, hoofdstuk 1, tweede alinea; en paragraaf 3.1.

     Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 17 maart 2003, nr. 03.001267, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 28 mei 2003, nr. W12.03.0100/IV, bied ik U hierbij aan.
      blz. 2  De Raad van State heeft enkele vragen en maakt een aantal opmerkingen bij het voorstel. Hierop wordt onderstaand ingegaan.


Overgangsrecht

     1. Artikel 2 [2] - Intrekking wetten en besluit
     In artikel 2 [2], eerste lid, worden de Abw, de Invoeringswet herinrichting Algemene bijstandswet, de Wet inschakeling werkzoekenden, de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz, en het Besluit in- en doorstroombanen ingetrokken. In artikel 2 [2], tweede lid, wordt bepaald dat voor verschillende artikelen of onderdelen van deze wetten en het besluit het tijdstip waarop deze vervallen verschillend kan worden gesteld.
     Uitgangspunt is dat met ingang van het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van de Wwb, 1 januari 2004 ¹, het nieuwe recht op grond van die wet gaat gelden. In de toelichting op artikel 2 wordt opgemerkt dat op grond van dat artikel, samen met artikel 85 [85] Wwb, op een viertal punten de werking van de bepalingen van de Wwb kan worden uitgesteld tot de gemeentelijke reïntegratie- en afstemmingsverordening in werking is getreden, doch uiterlijk tot drie maanden na de inwerkingtreding van de Wwb. Eén van die punten is de regeling van boeten en maatregelen op grond van de artikelen 14 tot en met 14f en 142a Abw, waaraan hierna aandacht zal worden besteed.
     Omdat niet duidelijk is hoe artikel 2 [2], tweede lid, zich verhoudt tot het bepaalde in artikel 4 [4], kan onduidelijkheid en derhalve rechtsonzekerheid ontstaan over het in de overgangsperiode geldende recht, dat gelet op het bepaalde in artikel 4 [4], derde en vierde lid, tot twaalf maanden na de inwerkingtreding kan gelden.
     Uit de wet blijkt niet welke gevolgen die verhouding heeft voor onder meer de bijstandsgerechtigde.
     Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk wat de bedoelde verhouding betekent voor de in artikel 4 [4], eerste lid, genoemde besluiten. Dit artikellid betreft, in samenhang met de omschrijving van bestaande wetten in artikel 1 [1], besluiten op grond van de Abw - of een andere daarin vermelde wet - zoals de wet geldt op de peildatum. Uitgaande van de inwerkingtreding per 1 januari 2004 is, gelet op artikel 1 [1], aanhef en onder b, de peildatum 31 december 2003.
     Artikel 2 [2], tweede lid, maakt

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.