blz. 1  

Kamerstukken II 2002-2003, 28 960

Invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Algemene uitgangspunten
2.1 Verordeningen
2.2 Algemeen geldende arbeidsverplichting met mogelijkheid van individuele ontheffing
2.3 Wijzigingen in de centrale regelgeving voor de hoogte van de te verlenen bijstand
3 Opzet van Ioaw, Ioaz en Wik
3.1 Ioaw en Ioaz
3.2 Wik
4 Invoeringstraject
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk 1. Definities
  Artikel 1
Hoofdstuk 2. Overgangsrecht
  Artikelen 2 t/m 22
Hoofdstuk 3. Wijziging van andere wetten
  Artikelen 23 t/m 68
Hoofdstuk 4. Overige en slotbepalingen
xxxr Artikelen 69 t/m 72
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding  [VNnavhV]


     Het wetsvoorstel Wet werk en bijstand (Wwb) strekt ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw), de Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz (WFA) en het Besluit in- en doorstroombanen (ID-besluit). Zowel de intrekking van de Abw, Wiw, de WFA en het ID-besluit als de invoering van de Wwb vergt invoerings- en overgangsbepalingen; zie hiervoor hoofdstuk 2 [2] van het wetsvoorstel en deze toelichting.
     De voorstellen tot wijziging van andere wetten, die zijn bijeengebracht in hoofdstuk 3 [3] van dit wetsvoorstel, hebben zowel betrekking op het terrein van de sociale zekerheid als op andere beleidsterreinen. Het meest ingrijpend zijn de wijzigingen in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz). In hoofdstuk 3 van deze toelichting wordt dit nader uitgewerkt. Beide regelingen zijn enerzijds verwant aan de regelgeving ten aanzien van bijstand, anderzijds hebben ze een eigen positie. Daardoor is het niet wenselijk de aanpak van de Wwb in alle opzichten te volgen. Ook bij de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik) wordt in dit voorstel van wet een aantal wijzigingen voorgesteld. Deze vloeien deels voort uit het vervallen van de Abw en deels uit conclusies die zijn getrokken uit de evaluatie van de Wik. Dit laatste betreft een tweetal wijzigingen, die al kunnen worden ingevoerd binnen de huidige systematiek van de Wik. Dat laat onverlet dat de Wik integraal zal worden herzien per 1 januari 2005.

     In de Wwb is bij bijstandverlening aan zelfstandigen en bij verhaal van bijstand op onderhoudsplichtige ouders ervan uitgegaan dat het beoogde nieuwe beleid op beide terreinen is ingevoerd. Dit nieuwe beleid - dat mede zal worden gestoeld op andere regelgeving dan de Wwb - behelst een nieuwe inkomensvoorziening voor zelfstandigen respectievelijk een nieuw stelsel van kinderalimentatie. Deze invoeringswet regelt daarom voorshands de voorzetting van de bestaande regelgeving op deze beleidsterreinen.  blz. 2  Deze komt te vervallen bij de realisatie van het voorgenomen nieuwe beleid.

 

2. Algemene uitgangspunten  [VNnavhV]


     Uitgangspunt voor het overgangsrecht is dat de Wwb zo spoedig en zo volledig als redelijkerwijs mogelijk is toepassing zal gaan vinden. Het karakter van de Wwb - waarin een sterk accent ligt op de eigen verantwoordelijkheid en beleidsruimte van gemeenten - houdt in dat gemeenten daartoe in belangrijke mate zelf de mogelijkheden hebben. Voor die onderdelen van de wet is geen centraal overgangsregime nodig. Het centraal geregelde overgangsregime kent een tweetal elementen. In de eerste plaats geldt voor degenen op wie het overgangsregime betrekking heeft dat burgemeester en wethouders binnen twaalf maanden de op grond van de Abw, de Wiw of het ID-Besluit genomen besluiten in overeenstemming brengen met de Wwb (artikel 4 [4], derde lid). In de tweede plaats is in artikel 2 [2], tweede lid, geregeld dat, in combinatie met een latere inwerkingtreding van één of meer artikelen van de Wwb, het vervallen van bepalingen uit de Abw, de Wiw of het ID-Besluit bij koninklijk besluit later kan worden gesteld dan de algemene inwerkingtredingsdatum van de Wwb. Dit laat onverlet dat eerdere op grond van de Abw, de Wiw of het ID-besluit genomen besluiten moeten worden beschouwd als besluiten op grond van de Wwb (artikel 4 [4], eerste lid) waarvoor dus ook het financiële regime van de Wwb geldt, ook zolang een aantal bepalingen van de oude regelgeving nog enige tijd van kracht zijn.
     Het centraal geregelde overgangsregime kan zich dus

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.