blz. 1  

Kamerstukken I 2003-2004, 28 870

Vaststelling van een wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten (Wet werk en bijstand)


Kamerstukken I 2003-2004, 28 960

Invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand)

 

 

xEx NOTA  NAAR  AANLEIDING  VAN  HET  VERSLAG

 

 

Ontvangen 2 oktober 2003

 

     Het kabinet heeft met belangstelling kennis genomen van de nadere vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

     De leden van de fractie van de PvdA vragen hoe de delegatie van het sanctiebeleid aan gemeenten zich verdraagt met artikel 14 EVRM juncto artikel 1 van het Eerste Protocol bij dit verdrag [EVRM: Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, red.].

     Het recht op een bijstandsuitkering valt gelet op de jurisprudentie van het Europees Hof onder artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM ("recht op een ongestoord genot van het eigendom"). Op dit recht mag echter, op basis van dit zelfde protocol, inbreuk worden gemaakt op grond van het algemeen belang. Een verlaging van de bijstandsuitkering als reactie op het niet naleven van de verplichtingen die verbonden zijn aan de Wwb kan hiermee gerechtvaardigd worden, omdat deze noodzakelijk zijn om een maatschappelijk draagvlak te waarborgen. De mogelijkheid voor de gemeente om de bijstandsuitkering te verlagen, is echter niet ongeclausuleerd. In de wet staan de voorwaarden die tot een verlaging kunnen leiden nader uitgewerkt, aangevuld met de verplichting voor de gemeente om de wijze waarop deze voorwaarden worden ingevuld te omschrijven in een gemeentelijke verordening. Met het stellen van dergelijke voorwaarden in de wet waarmee rekening moet worden gehouden voordat de gemeente sancties kan opleggen, wordt voldaan aan de hier beschreven internationaalrechtelijke norm.
     Het gelijkheidsbeginsel zoals dat is verankerd in onder meer het EVRM kan worden gedefinieerd als een verbod voor bestuursorganen, zoals de rijksoverheid en lagere overheden, om bij het maken en toepassen van wet- en regelgeving ongerechtvaardigd onderscheid te maken tussen personen. Anders gezegd, ook gemeenten zijn gehouden aan het gelijkheidsbeginsel wanneer zij uitvoering geven aan de Wwb.
     Het kabinet heeft aldus geconcludeerd dat de delegatie van het sanctiebeleid aan gemeenten zich verdraagt met het belang van een ongestoord genot van het eigendom.

     In antwoord op een vraag van de PvdA wordt gesteld "het kabinet gaat ervan uit dat verschillen (...) functioneel zijn". De leden van de  blz. 2  GroenLinks-fractie vragen wat er gebeurt als die verschillen niet functioneel blijken te zijn?
     Ook wordt gesteld dat "de uitkeringsnormen (...) geen deel uitmaken van de gemeentelijke beleidsvrijheid". In de situaties, genoemd in artikel 27 tot en met 30 [27-30], zijn die normen dat echter wel.

     Door de gemeenten de mogelijkheid te bieden maatwerk te leveren bij het ondersteunen van mensen bij hun arbeidsinschakeling zullen er verschillen ontstaan die overeenkomen met het verschil in capaciteiten en mogelijkheden van mensen en met verschillen in lokale omstandigheden. Daarmee zijn die verschillen functioneel voor het bereiken van de doelstellingen van de wet.
     Het kabinet meent dat de systematiek van de Wwb met het evenwicht tussen bevoegdheden en verantwoordelijkheden van gemeenten de beste waarborg is voor het realiseren van verschillen in de uitvoering die bijdragen aan een maximaal effectief re├»ntegratiebeleid. Indien uit de evaluatie onverhoopt mocht blijken dat

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.