Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
16-01-2015 01-01-2015 Intrekking Stcrt. 2015, 921 Stcrt. 2015, 921
01-10-1998   Nieuwe regeling Stcrt. 1998, 161 Stcrt. 1998, 161

 

 

     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen voert ter zake van niet-betaalde werkzaamheden door werknemers met een uitkering op grond van de Werkloosheidswet een beleid als weergegeven in de bijlage van dit besluit.

 

Art. 2.
Het Besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen van 18 augustus 1997 (Stcrt. 1997, 163), alsmede alle besluiten van de bedrijfsverenigingen die betrekking hebben op het verrichten van niet-betaalde werkzaamheden door werknemers met een WW-uitkering, worden ingetrokken.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 1998.

 

Art. 4.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit niet-betaalde werkzaamheden WW-gerechtigden.

 

 

     Dit besluit zal met de bijlage worden gepubliceerd in de Staatscourant.

 

Amsterdam, 19 augustus 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

 

I


     De werkloze werknemer is op grond van artikel 25 WW verplicht aan de uitvoeringsinstelling alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering. De uitvoeringsinstelling toetst deze informatie aan het wettelijk kader.
     Voor het verrichten van niet-betaalde werkzaamheden betekent dit het volgende. De werkloze werknemer is verplicht bij de uitvoeringsinstelling melding te maken van door hem ondernomen niet-betaalde werkzaamheden voor zover deze niet-betaalde werkzaamheden van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering. De werkloze werknemer is niet verplicht al zijn niet-betaalde activiteiten en bezigheden bij de uitvoeringsinstelling te melden, maar alleen voor zover deze van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering. Niet-betaalde werkzaamheden die worden verricht op uren/dagdelen die voor de betrokken werknemer voorheen golden als vrije tijd, zijn van de meldingsplicht en toets niet uitgezonderd.
     Ook niet-betaalde werkzaamheden die reeds vóór het ontstaan van werkloosheid naast een betaalde functie werden verricht, zijn van de meldingsplicht en toets niet uitgezonderd. Deze toets zal doorgaans niet behoeven te leiden tot een oordeel dat afwijkt van de oude praktijk, waarbij werd aangenomen dat deze activiteiten niet in strijd waren met de wettelijke verplichtingen van de werknemer, en zal daarom in beginsel geen gevolgen behoeven te hebben voor de voortzetting van deze activiteiten en de omvang van de WW-uitkering. Gaat het om niet-betaalde werkzaamheden in de zin van dit besluit, dan is er geen bezwaar tegen voortzetting daarvan. Gaat het om werkzaamheden niet zijnde niet-betaalde werkzaamheden in de zin van dit besluit, dan zal het per definitie gaan om werkzaamheden waarmee bij de vaststelling en de omvang van het recht op WW rekening dient te worden gehouden: deze werkzaamheden zijn terug te vinden in het GAA [gemiddeld aantal arbeidsuren, red.]. Voortzetting van de bedoelde werkzaamheden zal daarom niet van invloed kunnen zijn op omvang van het WW-recht. Slechts wanneer de werkloze werknemer besluit deze werkzaamheden uit te breiden, zal dit leiden tot een vermindering van de werkloosheid en tot een beperking van het recht op uitkering.

 

II


     De niet-betaalde werkzaamheden dienen door de uitvoeringsinstelling getoetst te worden aan artikel 20 WW: het recht op uitkering eindigt ofwel als de werknemer de hoedanigheid van werknemer verliest (onderdeel a) ofwel als de werknemer niet langer werkloos is (onderdeel b).


Artikel 20, eerste lid, onderdeel b

     Het begrip "niet langer werkloos" ziet op het verlies aan arbeidsuren en de beschikbaarheid voor arbeid. Aan hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval, waartoe onder andere de houding en het gedrag van de betrokkene werknemer gerekend worden, zal dit beoordeeld moeten worden.


Artikel 20, eerste lid, onderdeel a

     De hoedanigheid van werknemer gaat verloren als de niet-betaalde werkzaamheden in het economisch verkeer worden verricht en met de werkzaamheden het verkrijgen van enig geldelijk voordeel wordt beoogd dan wel volgens de in het maatschappelijk verkeer geldende normen redelijkerwijs mag worden verwacht. Dit leidt in elk geval tot de volgende opsomming:

     Niet-betaalde werkzaamheden die leiden tot het verlies van de hoedanigheid van werknemer als bedoeld in artikel 20, eerste lid:
- de niet-betaalde werkzaamheden worden verricht in een bedrijf of hebben een bedrijfsmatig karakter;
- de niet-betaalde werkzaamheden leiden tot vervanging of verdringing van reguliere betaalde arbeid;
- de niet-betaalde werkzaamheden zijn onderdeel van de reguliere werkzaamheden van de instelling en leveren een economisch voordeel voor de instelling op;
- de niet-betaalde werkzaamheden zijn onderdeel van de reguliere werkzaamheden van de instelling en gelden in het maatschappelijk verkeer als activiteiten waarvoor beloning mag worden verwacht;
- de niet-betaalde werkzaamheden zijn gericht op het tot stand brengen van een dienstbetrekking;
- de niet-betaalde werkzaamheden vinden weliswaar hun oorsprong in en hebben het karakter van een liefhebberij, maar leveren niettemin economisch voordeel op aan de betrokken werkloze werknemer;
- de niet-betaalde werkzaamheden zijn werkzaamheden waarvoor (al dan niet onder andere omstandigheden) subsidie wordt of kan worden verkregen.

     Niet-betaalde werkzaamheden die niet leiden tot het verlies van de hoedanigheid van werknemer als bedoeld in artikel 20, eerste lid:
- de niet-betaalde werkzaamheden behoren tot het traditionele vrijwilligerswerk. Bij traditioneel vrijwilligerswerk gaat het om onverplichte activiteiten binnen een organisatie die een ideële doelstelling heeft of een maatschappelijk nut nastreeft, welke activiteiten doorgaans een aanvullend karakter hebben op bestaande maatschappelijke voorzieningen. Deze organisatie is voor haar activiteiten overwegend afhankelijk van de inzet van onbetaalde medewerkers. De te verrichten activiteiten worden niet beloond en worden normaal gesproken niet door betaalde werknemers verricht;
- de niet-betaalde werkzaamheden gelden in het maatschappelijk verkeer niet als activiteiten waarvoor beloning mag worden verwacht.

 

III


     Wanneer aan een werknemer als gevolg van strafrechttoepassing dienstverlening als taakstraf is opgelegd, welke de werknemer geacht wordt uit te voeren in de periode dat hij een WW-uitkering geniet, wordt hier als volgt mee omgegaan.
     Bedoelde werkzaamheden voldoen naar hun aard aan de criteria voor toegestane niet-betaalde werkzaamheden, zoals deze hiervoor zijn geformuleerd. Aan personen die een werkkring hebben wordt doorgaans de gelegenheid geboden deze als taakstraf opgelegde dienstverlening buiten de normale arbeidsuren te verrichten. Ratio daarvan is dat onnodige maatschappelijke uitsluiting op deze wijze kan worden voorkomen. Voor werknemers met een WW-uitkering geldt deze beperking feitelijk niet. Voor zover de betreffende werknemer beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt en naast de uitvoering van de taakstraf sollicitatieactiviteiten onderneemt, zijn er geen beperkingen aan de dagdelen waarop de dienstverlening wordt verricht. Wanneer een nieuwe dienstbetrekking wordt gevonden, gaat dit voor op de dienstverlening en zal de dienstverlening buiten de arbeidsuren moeten plaatsvinden.

 

IV


     Niet-betaalde werkzaamheden kunnen een belangrijke rol spelen bij de reïntegratie van werkloze werknemers. Met inachtneming van de hier geformuleerde beleid zal aan de werknemer zoveel ruimte geboden worden als het wettelijk kader toestaat.

 

Nadere informatie kan bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen worden ingewonnen: postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 19 augustus 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.