Geschiedenis van dit reglement:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
21-06-2014   Intrekking Stcrt. 2014, 16984 Stcrt. 2014, 16984
20-02-2009 01-01-2009 Nieuwe regeling Stcrt. 2009, 33
(= 2559)
Stcrt. 2009, 33
(= 2559)

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. de wet: de Algemene wet bestuursrecht;
b. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. beschikking: een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de wet;
d. bijzondere gegevens: dit zijn medische gegevens, strafrechtelijke gegevens of gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid of seksuele leven;
e. bijzondere beschikking: een beschikking waaraan een beoordeling van bijzondere gegevens ten grondslag ligt;
f. medische beschikking: een bijzondere beschikking waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt;
g. bezwaarschrift: een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:4 van de wet;
h. belanghebbende: een belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de wet;
i. werknemer: de belanghebbende op wiens gegevens de beoordeling betrekking heeft;
j. werkgever: de belanghebbende bij een bijzondere beschikking, niet zijnde de werknemer.

 

Art. 2. Ontvangstbevestiging
-1. Op het bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
-2. Het UWV bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk binnen vijf werkdagen na ontvangst.
-3. Het UWV brengt daarnaast andere belanghebbenden binnen vijf werkdagen na ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk op de hoogte van het ingediende bezwaar.

 

Art. 3. Vertegenwoordiging
-1. Als het bezwaarschrift is ingediend (mede) namens een natuurlijk of rechtspersoon, kan een schriftelijke machtiging worden verlangd.
-2. Als het UWV een schriftelijke machtiging verlangt, stelt het de indiener in de gelegenheid binnen twee weken een machtiging te overleggen. Eerst na ontvangst van de machtiging wordt het bezwaarschrift verder in behandeling genomen.
-3. Als een gevraagde machtiging niet op tijd is verstrekt, wordt degene namens wie het bezwaarschrift is ingediend schriftelijk verzocht binnen twee weken de bedoelde machtiging over te leggen dan wel te verklaren dat hij zelf het bezwaar heeft ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
-4. Als het bezwaarschrift is ingediend tegen een medische beschikking, kan het UWV verlangen dat binnen tien dagen een machtiging wordt overgelegd waaruit blijkt dat de gemachtigde van de werkgever namens de werkgever kennis mag nemen van de medische gegevens, omdat hij arts of advocaat is, dan wel van het UWV bijzondere toestemming kan krijgen om kennis te nemen van stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer, dan wel de arbodienst van de werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet en het bezwaar betrekking heeft op een medische beschikking op grond van de Ziektewet.

 

Art. 4. Vormverzuimen
-1. Als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de wet of aan enig ander wettelijk vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, wordt de indiener in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met vier weken.
-3. Bij overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn, dan wel de in het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 5. Vormverzuimen bij medische beschikkingen
-1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6:5 van de wet worden de gronden van bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens op een aparte bijlage vermeld.
-2. Bij het niet nakomen van het bepaalde in het eerste lid kan de indiener in de gelegenheid worden gesteld zijn verzuim binnen vier weken te herstellen.
-3. De in het tweede lid genoemde termijn van vier weken kan op verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met vier weken.
-4. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn, dan wel de in het derde lid genoemde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 6. Aanvullende gronden van bezwaar
-1. Als de indiener verzoekt om uitstel voor aanvulling van de gronden van het bezwaar, krijgt hij hiertoe vier weken de gelegenheid.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met vier weken.
-3. Bij overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn, dan wel de in het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan het UWV de beslissing baseren op het op dat moment voorliggende bezwaar.

 

Art. 7. Prematuur bezwaar
-1. Als artikel 6:10 van de wet van toepassing is, stelt het UWV de indiener in de gelegenheid de gronden van zijn bezwaar aan te vullen binnen vier weken na de dag van verzending van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met vier weken.
-3. Bij overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn, dan wel de in het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan het UWV de beslissing baseren op het op dat moment voorliggende bezwaar.

 

Art. 8. Termijnoverschrijding
-1. Het UWV stelt de indiener van een bezwaarschrift dat is ingediend na afloop van de wettelijke termijn in de gelegenheid zijn zienswijze over het verzuim binnen vier weken naar voren te brengen.
-2. De in het eerste lid genoemde termijn van vier weken kan op verzoek worden verlengd met één week en in bijzondere gevallen met vier weken.
-3. Als op basis van de tijdig naar voren gebrachte zienswijze redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest, of bij overschrijding van de in het eerste lid genoemde termijn, dan wel de in het tweede lid genoemde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 9. Betrokkenheid andere belanghebbenden dan de indiener
-1. Het UWV stuurt het bezwaarschrift, met inachtneming van artikel 14, aan andere belanghebbenden met de vraag of deze bij de verdere voortgang van de procedure betrokken willen worden.
-2. De beslissing op bezwaar wordt toegezonden aan alle belanghebbenden, ook aan degene die niet betrokken wil worden bij de procedure.
-3. De werknemer wordt in beginsel ongevraagd bij de verdere voortgang van de procedure betrokken.

 

Art. 10. Inschakeling van bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige
-1. Beoordeling van de medische aspecten van het bezwaar vindt plaats door een bezwaarverzekeringsarts die niet bij de voorbereiding van de bestreden beschikking betrokken is.
-2. De bezwaarverzekeringsarts geeft - zo nodig na een eigen onderzoek of consultatie van een hiertoe ingeschakelde deskundige - een oordeel over het medische aspect van het bezwaar.
-3. Als in het bezwaarschrift arbeidskundige gronden zijn aangevoerd, beoordeelt een bezwaararbeidsdeskundige, die niet bij de voorbereiding van de bestreden beschikking betrokken is, de arbeidskundige aspecten.
-4. De bezwaararbeidsdeskundige geeft - zo nodig na een eigen onderzoek of consultatie van een hiertoe ingeschakelde deskundige - een oordeel over het arbeidskundige aspect van het bezwaar.
-5. Het UWV betrekt het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige bij de beslissing op bezwaar.

 

Art. 11. Mediation
-1. Het UWV beoordeelt of een geschil zich leent voor mediation.
-2. Als een tijdens de bezwaarschriftprocedure ingezette mediation niet slaagt, wordt de behandeling van het bezwaarschrift voortgezet door een medewerker die niet betrokken was bij de mediation.
-3. Gegevens die tijdens de mediation zijn uitgewisseld tussen het UWV en de belanghebbende mogen bij de voortzetting van de bezwaarschriftprocedure alleen worden gebruikt als de belanghebbende hiermee heeft ingestemd.

 

Art. 12. Beslissingsautoriteit
Als de bestreden beschikking is genomen door een beslissingsautoriteit als bedoeld in artikel 30c, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, wordt het bezwaarschrift niet behandeld door die beslissingsautoriteit.

 

Art. 13. De hoorzitting
-1. Als een belanghebbende heeft aangegeven gehoord te willen worden, of als het UWV belang heeft bij het horen van de belanghebbende, stelt het UWV in overleg met de belanghebbende datum en tijd vast waarop de hoorzitting plaatsvindt.
-2. De afgesproken datum en tijd worden schriftelijk bevestigd. Als de belanghebbende telefonisch onbereikbaar is, wordt de hoorzitting door het UWV eenzijdig gepland en wordt de belanghebbende schriftelijk uitgenodigd.
-3. Als de belanghebbende of een gemachtigde, niet zijnde een professioneel rechtshulpverlener, verzoekt om een geplande hoorzitting uit te stellen, neemt het UWV daarover telefonisch contact op en stelt het UWV, zo nodig, in overleg een nieuwe datum en tijd vast voor de hoorzitting.
-4. Als een professioneel rechtshulpverlener verzoekt om een geplande hoorzitting uit te stellen, honoreert het UWV dit verzoek als volgens het UWV sprake is van een valide reden voor het uitstel.
-5. Het UWV kan van een gemachtigde verlangen dat hij bij het begin van de zitting een schriftelijke machtiging overlegt, tenzij de belanghebbende zelf met hem verschijnt of de gemachtigde advocaat, procureur of een andere algemeen erkende rechtshulpverlener is.
-6. Het horen van belanghebbenden geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:5 van de wet door één of meer medewerkers van het UWV.
-7. Als één van de in artikel 7:3 van de wet genoemde gevallen zich voordoet, beslist het UWV of van het horen van belanghebbenden wordt afgezien.

 

Art. 14. Hoorzitting bij bezwaar tegen bijzondere beschikkingen
-1. In aanvulling op artikel 13 geldt bij bezwaar tegen bijzondere beschikkingen het bepaalde in dit artikel.
-2. Als de werknemer geen toestemming heeft verleend als bedoeld in artikel 16, wordt de hoorzitting gesplitst in een deel waarin bijzondere gegevens van de werknemer worden behandeld en een deel waarin de overige aspecten van het bezwaar aan de orde worden gesteld.
-3. De werkgever heeft geen toegang tot het deel van de hoorzitting waarin de bijzondere gegevens over zijn werknemer worden behandeld.
-4. Het derde lid is bij medische beschikkingen niet van toepassing op de gemachtigde van de werkgever die arts of advocaat is dan wel van het UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. In geval van medische beschikkingen op grond van de Ziektewet is het derde lid evenmin van toepassing op de arbodienst van de werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet.

 

Art. 15. Toezending en inzage
-1. Voorafgaand aan de hoorzitting kan het UWV op verzoek alle op de zaak betrekking hebbende stukken kosteloos aan belanghebbenden sturen.
-2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid liggen het bezwaarschrift en alle andere op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan de hoorzitting één week ter inzage voor belanghebbenden op een door het UWV te bepalen plaats en tijdstip.
-3. Belanghebbenden worden op de terinzagelegging gewezen in de uitnodiging voor de hoorzitting, genoemd in artikel 13.
-4. Belanghebbenden kunnen van de in het tweede lid bedoelde stukken, voor zo ver niet reeds toegezonden, kosteloos afschriften krijgen.

 

Art. 16. Toezending en inzage bij bezwaren tegen bijzondere beschikkingen
-1. De werkgever heeft in afwijking van het bepaalde in artikel 15, eerste en tweede lid, slechts recht op inzage in dan wel kennisname of toezending van enig stuk dat bijzondere gegevens bevat, als de werknemer hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven aan het UWV.
-2. Het UWV verstrekt de werknemer hiertoe een machtigingsformulier.
-3. De toestemming kan schriftelijk - en tijdens de hoorzitting mondeling - worden ingetrokken. Intrekking van eerder verleende toestemming werkt niet terug.
-4. De toestemming omvat:
a. alle op de zaak betrekking hebbende bijzondere gegevens, met inbegrip van de gegevens die in de loop van de procedure worden ontvangen en/of opgemaakt;
b. de toegang van de werkgever tot het gedeelte van de hoorzitting als bedoeld in artikel 14, derde lid.
-5. Als het UWV over bepaalde stukken - gelet op de inhoud daarvan - twijfelt of de toestemming mede deze stukken omvat, vraagt het UWV of de toestemming ook deze stukken omvat.
-6. In afwijking van het bepaalde in dit artikel is de toestemming niet vereist voor inzage in en kennisname door of toezending van medische gegevens aan de gemachtigde van de werkgever als bedoeld in artikel 14, vierde lid.

 

Art. 17. Openbaarheid van de hoorzitting
-1. De hoorzitting is niet openbaar.
-2. Belanghebbenden kunnen onder opgaaf van redenen verzoeken anderen de hoorzitting geheel of gedeeltelijk te laten bijwonen.
-3. Het UWV beslist op dit verzoek.

 

Art. 18. Tolken
-1. Bij de hoorzitting kan op verzoek van belanghebbenden of op aanwijzing van het UWV gebruik worden gemaakt van de diensten van een tolk.
-2. Het UWV beslist op een verzoek om gebruik te mogen maken van een tolk.
-3. Het UWV zorgt voor de beschikbaarheid en vergoeding van de tolk.

 

Art. 19. Intrekking van het bezwaar
Als de indiener zijn bezwaar intrekt, wordt dit schriftelijk bevestigd en aan andere belanghebbenden meegedeeld.

 

Art. 20. Verslag van de hoorzitting
-1. Het verslag van de hoorzitting wordt op verzoek kosteloos aan belanghebbenden toegezonden. Toezending geschiedt in beginsel gelijktijdig met de beslissing op bezwaar.
-2. Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. Het houdt een korte vermelding in van al hetgeen over en weer is gezegd en van al hetgeen voor het overige ter zitting is voorgevallen, voor zover dit voor de zaak relevant is.
-3. Het verslag verwijst naar de stukken die ter zitting zijn overgelegd.
-4. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter van de hoorzitting.
-5. Als artikel 14 toepassing heeft gevonden en de hoorzitting is gesplitst, wordt het verslag gesplitst in een verslag van het deel waarin de bijzondere aspecten zijn behandeld en een verslag waarin de overige aspecten van het bezwaar zijn behandeld. Artikel 16 van dit reglement is dan van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 21. Nader onderzoek / nieuwe hoorzitting
-1. Als na afloop van de hoorzitting blijkt dat een nader onderzoek wenselijk is, worden de resultaten van dat onderzoek in afschrift aan belanghebbenden toegezonden als de uitkomst van dit onderzoek van aanmerkelijk belang is voor de beslissing op bezwaar. Artikel 16 van dit reglement is van overeenkomstige toepassing.
-2. Indien:
a. na de hoorzitting, of nadat door de belanghebbende is afgezien van een hoorzitting, feiten of omstandigheden bekend geworden zijn die van aanmerkelijk belang kunnen zijn voor de beslissing op bezwaar; of
b. een vooraankondiging van de beslissing op bezwaar aan de belanghebbende is gezonden en de belanghebbende daartegen bezwaren kenbaar heeft gemaakt;
wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.
-3. Op de nieuwe hoorzitting als bedoeld in het tweede lid zijn de bepalingen in dit reglement die betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 22. Verdaging
-1. Als de beslissing op bezwaar niet kan worden genomen binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn, verdaagt het UWV de beschikking voor ten hoogste vier weken. Belanghebbenden worden schriftelijk geïnformeerd over de verdaging.
-2. Als verdere vertraging optreedt in de afgifte van de beslissing op bezwaar, wordt de beschikking opnieuw verdaagd voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee heeft ingestemd en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad of ermee instemmen.

 

Art. 23. Geneeskundige geschillen Ziektewet
Voor geschillen van geneeskundige aard omtrent het al dan niet voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken in het kader van de Ziektewet geldt in afwijking van het bepaalde in:
- artikel 3, tweede en derde lid: een termijn van één week;
- artikel 3, vierde lid: een termijn van vijf dagen;
- artikel 4, eerste lid: een termijn van één week;
- artikel 6, eerste lid: een termijn van één week;
- artikel 7, eerste lid: een termijn van één week;
- artikel 8: een termijn van één week;
- artikel 13, vierde en vijfde lid: een termijn van één dag;
- artikel 15, tweede lid: een termijn van twee dagen.

 

Art. 24. Beslissing op bezwaar
-1. De beslissing op bezwaar betreft alle op de bestreden beschikking ingediende bezwaarschriften.
-2. De beslissing op bezwaar wordt genomen door iemand die niet betrokken was bij het nemen van de bestreden beschikking.

 

Art. 25. Beslissing op bezwaar bij bijzondere beschikkingen
-1. De motivering van de beslissing op bezwaar vindt, voor zover deze betrekking heeft op bijzondere gegevens, plaats op een aparte bijlage.
-2. De bijlage als bedoeld in het eerste lid wordt niet aan de werkgever verstrekt, tenzij de werknemer toestemming heeft verleend als bedoeld in artikel 16.
-3. De bijlage als bedoeld in het eerste lid wordt in geval van medische beschikkingen verstrekt aan een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid.

 

Art. 26. Termijnen en tijdigheid
-1. Wanneer aan een verzoek van het UWV aan de indiener of andere belanghebbenden een termijn is verbonden, gaat deze termijn in op de dag na verzending van de hiertoe strekkende mededeling.
-2. Een (gevraagd) schriftelijk document of verklaring heeft het UWV op tijd ontvangen als deze vóór het eind van de gestelde termijn is ontvangen. Hierbij geldt dat een per post ontvangen stuk tijdig is als het uiterlijk op de laatste dag van de termijn per post is bezorgd en binnen één week hierna is ontvangen.

 

Art. 27. Uitzonderingen
Dit reglement is niet van toepassing op bezwaarschriften gericht tegen beschikkingen genomen op grond van:
- de Wet arbeid vreemdelingen;
- de Wet sociale werkvoorziening;
- artikel 30b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (weigering registratie);
- artikel 14 van de Wet vermindering afdracht ¹ (verklaring startkwalificatie); en
- de Regeling indicatiestelling no-riskpolis en premiekorting UWV.

1. Volgens de redactie dient "Wet vermindering afdracht" te worden vervangen door: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

 

Art. 28. Intrekking eerdere reglement
Het Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2007 wordt ingetrokken.

 

Art. 29. Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2009.

 

Art. 30. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2009.

 

 

Amsterdam, 13 januari 2009.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[13 januari 2009]

 

Algemeen

 

     In dit reglement geeft het UWV aan hoe invulling wordt gegeven aan de bezwaarschriftprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij de opstelling is ervoor gekozen om de dwingendrechtelijke voorschriften uit die wet niet op te nemen, tenzij dit de overzichtelijkheid en de leesbaarheid vergroot.
     Dit reglement vervangt het Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2007. De aanpassing betreft slechts een technische aanpassing in verband met de samenvoeging van de CWI en het UWV per 1 januari 2009.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Artikel 1, onderdeel d, definieert bijzondere gegevens. Bij de opsomming van die bijzondere gegevens is aansluiting gezocht bij de bijzondere persoonsgegevens in de Wet bescherming persoonsgegevens. Een beschikking waaraan een beoordeling van bijzondere gegevens ten grondslag ligt, is een bijzondere beschikking (artikel 1, onderdeel e). Een medische beschikking (artikel 1, onderdeel f) is een nader omschreven bijzondere beschikking. Als de werkgever belanghebbende is, kunnen tegen dergelijke beschikkingen zowel de werknemer als de werkgever bezwaar indienen. Omdat de bijzondere persoonsgegevens een extra privacybescherming behoeven, gelden voor deze beschikkingen een aantal afwijkende of aanvullende eisen, die op verschillende plaatsen in het reglement terugkomen. Deze hebben als doel het beschermen van de privacy van de werknemer. Voor zover deze gegevens niet bepalend zijn voor de beschikking, worden deze in het kader van toezending en inzage zoveel mogelijk verwijderd of onleesbaar gemaakt.

 

Artikel 2

     Beslissend voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift is de datum van ontvangst. Op alle bezwaarschriften wordt daarom de datum van ontvangst aangetekend. Artikel 6:14 Awb schrijft daarom ook voor dat de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk wordt bevestigd. Dit geldt voor alle bezwaarschriften, dus ook voor bezwaarschriften die bij een niet-bevoegd bestuursorgaan zijn ingediend. Om deze reden is dit voorschrift opgenomen in het reglement.
     Wanneer tegen een beschikking door meerdere belanghebbenden bezwaar kon worden gemaakt, deelt het UWV daarnaast ook andere belanghebbenden mee dat er bezwaar is aangetekend tegen de beschikking. Deze zullen veelal ook separaat worden benaderd met de vraag of zij betrokken willen worden bij de verdere behandeling van de procedure. Dit is uitgewerkt in artikel 9.

 

Artikel 3

     De in het eerste tot en met derde lid bedoelde machtiging wordt niet gevraagd van een advocaat of procureur en in beginsel ook niet van andere algemeen erkende rechtshulpverleners, zoals vakbonden, werkgeversorganisaties en rechtsbijstandsverzekeraars.
     De in het vierde lid bedoelde machtiging kan gevraagd worden aan de gemachtigde van de werkgever, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van dit reglement.

 

Artikel 4

     Voor het herstel van verzuimen krijgt de indiener vier weken de tijd. De termijn die geldt voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt dan opgeschort. Op verzoek verlengt het UWV de termijn van vier weken nog één keer. Voorwaarde is wel dat het verzoek wordt ingediend vóór afloop van de termijn. In beginsel verlengt het UWV de termijn met één week. Slechts in bijzondere gevallen zal het UWV de termijn met vier weken verlengen.

 

Artikel 5

     In afwijking van artikel 6:5 Awb schrijft artikel 108 Wet WIA (zie ook artikel 129c WW), 88e WAO en 75e ZW voor dat de gronden die betrekking hebben op medische gegevens op een aparte bijlage moeten worden vermeld.
     In de volgende situaties is een niet-ontvankelijkverklaring niet aan de orde als het bezwaarschrift ongesplitst wordt ingediend:
- de werknemer is de enige belanghebbende bij de medische beschikking;
- het bezwaarschrift bevat uitsluitend medische gronden;
- het bezwaarschrift is door of namens de werkgever ingediend;
- de werknemer heeft toestemming gegeven voor verstrekking van medische gegevens aan de werkgever;
- de werknemer heeft geen professioneel gemachtigde.
     In de eerste vier situaties zou een splitsing van het bezwaarschrift niet zinvol zijn. In de laatste situatie is het ongewenst om het bezwaar van de werknemer die zich niet laat bijstaan niet-ontvankelijk te verklaren als de inhoud van het bezwaarschrift aanwijzingen bevat dat de werknemer niet in staat zal zijn een splitsing in zijn bezwaarschrift aan te brengen. Voor zoveel als mogelijk zal het UWV - gegeven het laagdrempelige karakter van de procedure - in een dergelijk geval zelf tot de bedoelde splitsing overgaan.
     Als het bezwaarschrift is ingediend door een professionele rechtshulpverlener, zal het UWV de indiener altijd in de gelegenheid stellen om de gronden van het bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens alsnog op een aparte bijlage te vermelden. Als splitsing van het bezwaarschrift niet mogelijk is binnen de door het UWV gegeven termijn, zal het UWV op verzoek de termijn nog één keer verlengen. Voorwaarde is wel dat het verzoek voor verlenging wordt ingediend vóór afloop van de termijn. Als binnen de (verlengde) termijn geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot splitsing, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard, tenzij één van de hiervoor genoemde situaties aan de orde is waarin splitsing niet zinvol is.

 

Artikel 6

     Het kan voorkomen dat uitstel wordt gevraagd voor de aanvulling van de gronden waarop het bezwaar steunt. Om in deze behoefte te voorzien, is artikel 6 opgenomen. Het uitstel bedraagt vier weken. Op verzoek verlengt het UWV de termijn van vier weken nog één keer. Voorwaarde is wel dat het verzoek wordt ingediend vóór afloop van de termijn. In beginsel verlengt het UWV de termijn met één week. Slechts in bijzondere gevallen zal het UWV de termijn met vier weken verlengen.
     Zijn de gronden niet binnen de (verlengde) termijn aangevuld, dan vormt het aanvankelijk ingediende bezwaarschrift de basis voor de bezwaarschriftprocedure.

 

Artikel 7

     Artikel 6:10 Awb regelt dat een bezwaarschrift dat is ingediend vóór bekendmaking van de beschikking in behandeling moet worden genomen als de beschikking al wel was genomen of, als het nog niet was genomen, als de indiener redelijkerwijs kon menen dat de beschikking wel was genomen.
     Het is wel zinvol de indiener van een prematuur bezwaarschrift in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze te geven op de beschikking, aangezien in deze situatie de indiening van het bezwaarschrift is voorafgegaan aan de bekendmaking van de beschikking waartegen zijn bezwaar zich richt. De indiener van een prematuur bezwaarschrift krijgt hiervoor evenveel tijd als iedere andere indiener van een bezwaarschrift die om uitstel heeft verzocht.

 

Artikel 8

     Een te laat ingediend bezwaarschrift wordt niet zonder meer niet-ontvankelijk verklaard. De indiener krijgt de gelegenheid om aan te geven of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en dus voor toepassing van artikel 6:11 Awb. De termijn die het UWV hiervoor geeft, kan op verzoek nog eenmaal worden verlengd. Voorwaarde is wel dat het verzoek wordt ingediend vóór afloop van de termijn. In beginsel verlengt het UWV de termijn met één week. Slechts in bijzondere gevallen zal het UWV de termijn met vier weken verlengen. Wordt de (verlengde) termijn overschreden, dan kan het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Artikel 9

     Het UWV heeft op grond van artikel 2 van het reglement andere belanghebbenden over het ingediende bezwaar geïnformeerd. Aan deze andere belanghebbenden zal het UWV vragen of zij bij de verdere voortgang van de procedure willen worden betrokken en wie in dat geval als contactpersoon moet worden aangeschreven. Als deze belanghebbende positief reageert op een dergelijke vraag, heeft hij recht op inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel ontvangt hij op verzoek afschriften van deze stukken. De stukken worden gezonden aan de opgegeven contactpersoon. Met name bij het zenden van stukken naar een werkgever is het in het belang van de privacy van de betrokkene dat de stukken alleen worden ontvangen door de persoon die belast is met de behandeling ervan. In het geval een werkgever weigert om een contactpersoon op te geven, kan het UWV bepalen dat de stukken niet worden verzonden, maar ter inzage worden gelegd.
     Als de belanghebbende niet reageert of aangeeft dat hij niet wil worden betrokken bij de verdere procedure, ontvangt hij alleen de beslissing op bezwaar.
     Overigens hoeft deze procedure niet volgtijdelijk plaats te vinden op de mededeling zoals die op grond van artikel 2 wordt verstuurd. Zo mogelijk kunnen de mededeling uit artikel 2 en de vraag op grond van artikel 9 gelijktijdig - dus direct na ontvangst van het bezwaarschrift - plaatsvinden.
     In het derde lid is opgenomen dat degene die het onderwerp is van de bestreden beschikking in beginsel ongevraagd bij de procedure wordt betrokken. Dit geldt in ieder geval indien bezwaar is gemaakt tegen een beschikking ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet WIA. Deze bepaling ziet op de situatie dat de werkgever bezwaar heeft gemaakt tegen de WAO-/WIA-beschikking gericht aan zijn werknemer. In een dergelijk geval wordt ervan uitgegaan dat de werknemer - gelet op de voor hem spelende belangen - in ieder geval betrokken wil worden bij de verdere procedure.
     Voor de beschikkingen in het kader van de Ziektewet geldt dat de werknemer lang niet altijd ook een materieel belang bij de beschikking heeft. Het UWV heeft er daarom voor gekozen om in deze gevallen de werknemer niet ongevraagd bij de bezwaarprocedure te betrekken. Als de werknemer niet spontaan wordt betrokken bij de procedure, zal hij in ieder geval zelf de afweging kunnen maken of hij betrokken wil worden. Hij wordt immers altijd geïnformeerd over het bezwaar van de werkgever en hij wordt ook altijd in de gelegenheid gesteld aan te geven of hij betrokken wil worden.

 

Artikel 10

     Als de primaire beschikking (mede) is gebaseerd op een medisch oordeel, schakelt het UWV voor de beoordeling van deze aspecten een bezwaarverzekeringsarts in. Dit is een verzekeringsarts die in bezwaarzaken adviseert en niet betrokken is geweest bij de voorbereiding van de primaire beschikking. Als alleen medische bezwaren naar voren worden gebracht, wordt in beginsel geen bezwaararbeidsdeskundige ingeschakeld voor een arbeidskundige toets. Dit betekent niet dat er geen arbeidskundige toets van de beschikking plaatsvindt. In deze gevallen zal de medewerker die het bezwaar behandelt een globale arbeidskundige toets uitvoeren en alleen bij twijfel aan het primaire arbeidskundige oordeel een bezwaararbeidsdeskundige inschakelen.
     Als in het bezwaarschrift (ook) arbeidskundige gronden zijn aangevoerd, wordt wel een bezwaararbeidsdeskundige ingeschakeld. Dit is een arbeidsdeskundige die in bezwaarzaken adviseert en niet betrokken is bij de voorbereidingen van de primaire beschikking.
     Als het bezwaar zich in meer algemene zin richt tegen de aan het medisch en/of arbeidskundige oordeel ten grondslag liggende beleid, zal het UWV overigens van de inschakeling van een bezwaarverzekeringsarts en/of arbeidsdeskundige af kunnen zien.
     Het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige wordt uiteindelijk betrokken bij de totstandkoming van de beslissing op het bezwaar.

 

Artikel 11

     In een beperkt aantal bezwaarzaken biedt het UWV de belanghebbende(n) aan een mediationtraject in te zetten. Het UWV beoordeelt spontaan welke zaken zich daarvoor lenen. Als de mediation niet tot het door de belanghebbende(n) gewenste resultaat leidt, wordt de bezwaarprocedure voortgezet. De behandeling van het bezwaarschrift wordt in dat geval overgedragen aan een andere medewerker, die niet betrokken was bij de mediation. Op deze manier wordt bereikt dat de bezwaarzaak met een frisse blik wordt beoordeeld, op dezelfde manier als zaken waarin geen mediationtraject is gevolgd. In dat kader past ook dat de gegevens die tijdens het mediationtraject zijn verkregen niet gebruikt mogen worden in de bezwaarzaak. Alleen als de belanghebbende daarvoor expliciet toestemming heeft gegeven, mogen deze gegevens wel in de bezwaarzaak gebruikt worden.

 

Artikel 12

     In de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) is geregeld dat een beslissingsautoriteit de beschikkingen neemt over het ontstaan en de herleving van het recht op een zogenaamde IVA-uitkering (inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten [lees: inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten, red.]). Zoals de naam van deze uitkering al zegt, komen alleen werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn in aanmerking voor een IVA-uitkering. De vaststelling van het recht op deze uitkering is met bijzondere waarborgen omkleed door in artikel 30c, tweede lid, van de Wet SUWI te regelen dat het UWV bij uitsluiting deze beschikkingen laat nemen door een beslissingsautoriteit. Deze functie is binnen het UWV belegd bij de afdelingen bezwaar en beroep, aangezien deze afdelingen een zekere onafhankelijkheid hebben ten opzichte van de primaire afdelingen die de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen uitvoeren.

 

Artikel 13

     In de artikelen 128 van de Werkloosheidswet, 72c van de Ziektewet, 87a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 95b van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 69b van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 37a van de Toeslagenwet en artikel 113 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is geregeld dat in afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht van het horen kan worden afgezien als de belanghebbende niet binnen een door het UWV gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord. Het UWV geeft de belanghebbende de gelegenheid om te laten weten of hij gehoord wil worden of niet. Als een belanghebbende niet reageert, gaat het UWV ervan uit dat hij niet gehoord wil worden, tenzij anderszins blijkt dat de belanghebbende wel gehoord wil worden, bijvoorbeeld uit het bezwaarschrift.
     Als een belanghebbende heeft aangegeven gehoord te willen worden, biedt het UWV ook de mogelijkheid telefonisch gehoord te worden. Een telefonisch contact met de belanghebbende waarin hij zijn bezwaren alvast mondeling toelicht, wordt niet gelijkgesteld met telefonisch horen. Als een belanghebbende kiest voor telefonisch horen, zijn in beginsel bij dit horen een hoorder en een verslaglegger aanwezig. Ook wordt op verzoek van de belanghebbende een verslag van de telefonische hoorzitting aan de belanghebbende toegestuurd. Als meerdere belanghebbenden gehoord (willen) worden, zal het telefonisch horen met behulp van een vergadertelefoon plaatsvinden. Belanghebbenden moeten immers op grond van artikel 7:6, eerste lid, Awb in elkaars aanwezigheid worden gehoord.
     Het UWV kan op verzoek uitstel verlenen voor een geplande hoorzitting. Als het verzoek wordt gedaan door een belanghebbende zelf of een gemachtigde die geen professioneel rechtshulpverlener is, zal het UWV over dit verzoek contact opnemen. Volhardt de belanghebbende of zijn gemachtigde in dit verzoek, dan zal dit verzoek in het algemeen gehonoreerd worden. Als het verzoek om uitstel is gedaan door een professioneel rechtshulpverlener, verleent het UWV in beginsel geen uitstel, tenzij het UWV van oordeel is dat er sprake is van een valide reden. Van een valide reden is in ieder geval geen sprake als er vervanging mogelijk is van de professioneel rechtshulpverlener.

 

Artikel 14

     De hoorzitting tijdens een bezwaarprocedure tegen bijzondere beschikkingen zoals die in dit reglement zijn gedefinieerd, wordt gesplitst in een gedeelte waarin de bijzondere gegevens worden behandeld en een gedeelte waarin de niet-bijzondere aspecten van het bezwaar worden behandeld. Slechts als de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met kennisname door de werkgever van de stukken die bijzondere gegevens bevatten (paar woorden vervallen), heeft de werkgever ook toegang tot het gedeelte van de hoorzitting waarin de bijzondere gegevens aan de orde komen. De toestemming is verder uitgewerkt in artikel 14 van het reglement.
     Sommige gemachtigden van de werkgever hebben geen toestemming nodig om toegelaten te worden bij het deel van de hoorzitting waarin medische gegevens aan de orde komen. Het betreft hier een gemachtigde van de werkgever die arts of advocaat is, dan wel van het UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. Als het bezwaar zich richt tegen een medische beschikking op grond van de Ziektewet, heeft de arbodienst van een werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet ook geen toestemming nodig. In het algemeen zal het UWV professionele rechtshulpverleners bijzondere toestemming geven.

 

Artikel 16

     In het kader van de privacybescherming geldt een afwijkende regeling voor inzage, kennisname en/of toezending van stukken die bijzondere persoonsgegevens bevatten. Slechts met schriftelijke toestemming van de werknemer kan de werkgever kennis nemen van dergelijke stukken. Om zoveel als mogelijk te voorkomen dat een werkgever zijn werknemer onder druk zet om deze toestemming te geven, bepaalt het tweede lid dat het UWV de werknemer benadert met de vraag of toestemming wordt gegeven. Hierbij wordt de werknemer duidelijk gemaakt wat zijn rechten zijn en welke gegevens na eventueel verleende toestemming aan zijn werkgever bekend zullen worden gemaakt.
     Als de werknemer geen toestemming verleent om zijn werkgever kennis te laten nemen van stukken die bijzondere gegevens bevatten, heeft dit tot gevolg dat de werkgever of diens gemachtigde geen kennis kan nemen van de stukken, tenzij de gemachtigde arts of advocaat is, dan wel van het UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van de stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. In geval van medische beschikkingen op grond van de Ziektewet kan ook de arbodienst van de werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet kennisnemen van de stukken die medische gegevens bevatten. Hiermee is toepassing gegeven aan de bijzondere bepalingen in verband met medische beschikkingen in de WAO, Wet WIA en ZW.
     Tenzij de werknemer een eerder gegeven toestemming intrekt - welke intrekking uiteraard niet terug kan werken - zal de toestemming betrekking hebben op alle stukken die op de bestreden beschikking zijn gebaseerd, inclusief de tijdens de bezwaarprocedure ontvangen en opgestelde stukken (met inbegrip van de beslissing op bezwaar). Als het UWV twijfelt of een verleende toestemming zich uitstrekt tot een bepaald stuk, zal hij niet eerder overgaan tot inzage, kennisname of toezending aan de werkgever dan na gerichte toestemming van de werknemer.

 

Artikel 18

     Deze bepaling regelt dat het UWV, al dan niet op verzoek, beslist of gebruik wordt gemaakt van een tolk. Onder tolk wordt verstaan alle tolken die de communicatie tijdens de hoorzitting vergemakkelijken, dus niet alleen de tolk/vertaler, maar bijvoorbeeld ook de tolk Nederlandse gebarentaal of een tolk voor doofblinde mensen.

 

Artikel 20

     Deze bepaling gaat over het verslag van de hoorzitting. Ten behoeve van dit verslag kunnen geluidsopnamen gemaakt worden van de hoorzitting.
     Als er sprake is geweest van een bezwaar tegen een bijzondere beschikking waarvoor de procedure is toegepast dat de hoorzitting is gesplitst, maakt het UWV twee verslagen. De werkgever heeft alleen recht op kennisname van hetgeen tijdens het niet-bijzondere gedeelte van de hoorzitting aan de orde is geweest, tenzij de werknemer eerder heeft ingestemd met kennisname door zijn werkgever.

 

Artikel 21

     In het tweede lid, onderdeel b, wordt gesproken over een vooraankondiging. Met een vooraankondiging wordt een belanghebbende in bepaalde gevallen geïnformeerd over de inhoud van de nog te nemen beslissing op bezwaar. De belanghebbende krijgt gelegenheid op de vooraankondiging te reageren en hij kan ook (opnieuw) gehoord worden.

 

Artikel 22

     In afwijking van de hoofdregel uit de Awb dat een bestuursorgaan binnen zes weken beslist op het bezwaarschrift, bevatten de socialewerknemersverzekeringswetten artikelen waarin een afwijkende termijn is opgenomen. Met uitzondering van geschillen van geneeskundige aard in het kader van de Ziektewet die een kortere termijn kent, zijn de termijnen in het socialezekerheidsrecht langer dan de in de hoofdregel genoemde periode van zes weken. In het algemeen bedraagt de beslistermijn dertien weken.
     Dit artikel van het reglement bevat een regeling voor die situaties dat de beschikking niet op tijd kan worden genomen.

 

Artikel 23

     Omdat voor geschillen van geneeskundige aard in het kader van de Ziektewet een veel kortere termijn geldt waarbinnen een beslissing op het bezwaarschrift moet zijn genomen, zijn de andere termijnen die in dit reglement worden genoemd sterk verkort.

 

Artikel 25

     In het eerste lid is opgenomen dat de beslissing op bezwaar betrekking heeft op alle op de bestreden beschikking ingediende bezwaarschriften. Deze regeling ziet voornamelijk op de mogelijkheid dat bezwaarschriften zijn ingediend door zowel de werknemer als de werkgever.

 

Artikel 26

     Op een aantal plaatsen in het reglement is invulling gegeven aan de termijnen die aan de belanghebbende kunnen worden gesteld. Het begin van deze termijnen is gelegen op de dag na verzending van de desbetreffende mededeling, hetgeen in overeenstemming is met de regeling van artikel 6:8 Awb voor de aanvang van de termijn voor het indienen van het bezwaar(- of beroep)schrift.
     Bepalend voor de vraag of een melding of een stuk tijdig is ontvangen, is de dag van ontvangst (ontvangsttheorie). Een melding of een stuk is tijdig ontvangen als het vóór het einde van de termijn is ontvangen [lees: Een stuk is tijdig ontvangen als het vóór het einde van de termijn is ontvangen, red.]. Aan die verplichting kan op verschillende manieren worden voldaan, middels afgifte (ontvangsttheorie), verzending per fax (ontvangsttheorie), elektronisch bericht (ontvangsttheorie) of per post. Een per post ontvangen melding of stuk die uiterlijk op de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd, is ook tijdig mits binnen één week ontvangen (bij indiening per post: mix verzend- en ontvangsttheorie). Het poststempel is bepalend voor de verzenddatum. In het geval de datum poststempel ontbreekt (zoals bij een portvrije enveloppe) of onleesbaar is, wordt ervan uitgegaan dat het stuk tijdig is verzonden als het stuk niet is gedagtekend op een datum na de laatste dag van de termijn, mits het stuk niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen. In het geval het UWV oordeelt dat de termijn is overschreden, zal de enveloppe worden bewaard en worden toegevoegd aan het dossier.

 

Artikel 27

     In dit artikel wordt geregeld dat het reglement niet van toepassing is op bezwaarprocedures die zich richten tegen beslissingen genomen op grond van de in dit artikel genoemde (bepalingen van) wetten en regelingen. Deze bezwaarprocedures zijn namelijk vooralsnog niet zonder meer vergelijkbaar met de overige door het UWV gevoerde bezwaarprocedures.

 

Artikel 29 [Artikel 30, red.]

     In het algemeen deel van de toelichting is aangegeven dat de wijzigingen van het reglement samenhangen met een technische aanpassing van het reglement in verband met de samenvoeging van de CWI en het UWV. Aangezien die samenvoeging formeel met ingang van 1 januari 2009 plaatsvindt, is voor de inwerkingtreding van dit reglement aansluiting gezocht bij die datum. Aangezien het om een technische aanpassing gaat, zal inwerkingtreding met terugwerkende kracht geen problemen opleveren.

 

Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.