Geschiedenis van dit reglement:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
15-02-2018   Intrekking Stcrt. 2018, 7088 Stcrt. 2018, 7088
21-06-2014   Nieuwe regeling Stcrt. 2014, 16984 Stcrt. 2014, 16984

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. de wet: de Algemene wet bestuursrecht;
b. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. beschikking: een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de wet;
d. bijzondere persoonsgegevens: dit zijn medische gegevens, strafrechtelijke gegevens of gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid of seksuele leven;
e. bijzondere beschikking: een beschikking waaraan een beoordeling van bijzondere persoonsgegevens ten grondslag ligt;
f. medische beschikking: een bijzondere beschikking waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt;
g. bezwaarschrift: een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:4 van de wet;
h. belanghebbende: een belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de wet;
i. werknemer: de belanghebbende op wiens gegevens de beoordeling betrekking heeft;
j. werkgever: de belanghebbende bij een bijzondere beschikking, niet zijnde de werknemer.

 

Art. 2. Bevestiging van ontvangst, telefonisch contact en afspraken
-1. Op het bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
-2. Het UWV bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk binnen vijf werkdagen na ontvangst.
-3. Uiterlijk twee weken na verzending van de ontvangstbevestiging belt het UWV de indiener van het bezwaar om het bezwaar en de invulling van de bezwaarschriftprocedure te bespreken.
-4. Het UWV kan van het in het derde lid geformuleerde uitgangspunt afwijken als de indiener van het bezwaarschrift een professioneel gemachtigde is.
-5. Als de indiener is gevraagd een verzuim te herstellen, start de in het derde lid genoemde termijn van twee weken nadat het verzuim is hersteld.
-6. Als telefonisch contact als bedoeld in het derde lid heeft plaatsgevonden, bevestigt het UWV schriftelijk de gemaakte afspraken.

 

Art. 3. Vertegenwoordiging
-1. Als het bezwaarschrift is ingediend (mede) namens een natuurlijk of rechtspersoon, kan een schriftelijke machtiging worden verlangd.
-2. Als het UWV een schriftelijke machtiging verlangt, stelt het de indiener in de gelegenheid een machtiging te overleggen binnen een door het UWV vastgestelde termijn.
-3. Eerst na ontvangst van de machtiging wordt het bezwaarschrift verder in behandeling genomen.
-4. Als een gevraagde machtiging niet op tijd is verstrekt, wordt degene namens wie het bezwaarschrift is ingediend, gevraagd om binnen een door het UWV vastgestelde termijn de bedoelde machtiging over te leggen dan wel te verklaren dat hij zelf het bezwaar heeft ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.

 

Art. 4. Vormverzuimen
-1. Als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de wet of aan enig ander wettelijk vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, wordt de indiener in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen binnen een door het UWV vastgestelde termijn.
-2. De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd met een door het UWV vastgestelde termijn, mits dat verzoek is ingediend vóór afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.
-3. Bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde termijn, dan wel de in het tweede lid bedoelde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 5. Vormverzuimen bij medische beschikkingen
-1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6:5 van de wet worden de gronden van bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens op een aparte bijlage vermeld.
-2. Bij het niet nakomen van het bepaalde in het eerste lid kan de indiener in de gelegenheid worden gesteld zijn verzuim te herstellen binnen een door het UWV vastgestelde termijn.
-3. De in het tweede lid bedoelde termijn kan worden verlengd met een door het UWV vastgestelde termijn, mits dat verzoek is ingediend vóór afloop van de in het tweede lid bedoelde termijn.
-4. Bij overschrijding van de in het tweede lid bedoelde termijn, dan wel de in het derde lid bedoelde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 6. Aanvullende gronden van bezwaar
-1. Als de indiener verzoekt om uitstel voor aanvulling van de gronden van het bezwaar, krijgt hij hiertoe de gelegenheid. De termijn waarbinnen de gronden worden aangevuld, wordt in overleg met de indiener van het bezwaarschrift dan wel door het UWV bepaald.
-2. De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd met een in overleg dan wel door het UWV vastgestelde termijn, mits dat verzoek is ingediend vóór afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.
-3. Bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde termijn, dan wel de in het tweede lid bedoelde verlengde termijn, kan het UWV de beslissing baseren op het op dat moment voorliggende bezwaar.

 

Art. 7. Prematuur bezwaar
-1. Als artikel 6:10 van de wet van toepassing is, stelt het UWV de indiener in de gelegenheid de gronden van zijn bezwaar aan te vullen. De termijn waarbinnen de gronden worden aangevuld, wordt in overleg met de indiener van het bezwaarschrift dan wel door het UWV bepaald en vangt aan na verzending van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht.
-2. De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd met een in overleg dan wel door het UWV vastgestelde termijn, mits dat verzoek is ingediend vóór afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.
-3. Bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde termijn, dan wel de in het tweede lid bedoelde verlengde termijn, kan het UWV de beslissing baseren op het op dat moment voorliggende bezwaar.

 

Art. 8. Termijnoverschrijding bij indienen bezwaar
-1. Het UWV stelt de indiener van een bezwaarschrift dat is ingediend na afloop van de wettelijke termijn, in de gelegenheid zijn zienswijze over het verzuim naar voren te brengen. De termijn waarbinnen de zienswijze over het verzuim naar voren wordt gebracht, wordt door het UWV bepaald.
-2. De in het eerste lid bedoelde termijn kan worden verlengd met een door het UWV vastgestelde termijn, mits dat verzoek is ingediend vóór afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn.
-3. Als op basis van de tijdig naar voren gebrachte zienswijze redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest, of bij overschrijding van de in het eerste lid bedoelde termijn, dan wel de in het tweede lid bedoelde verlengde termijn, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 9. Informatie aan en betrokkenheid van andere belanghebbenden dan de indiener
-1. Het UWV kan het bezwaarschrift, met inachtneming van artikel 15, aan andere belanghebbenden sturen met de vraag of dezen bij de verdere voortgang van de procedure betrokken willen worden.
-2. Het UWV zendt de beslissing op bezwaar aan deze belanghebbenden, ook als zij niet betrokken willen worden.
-3. De werknemer wordt ongevraagd bij de verdere voortgang van de procedure betrokken.

 

Art. 10. Inschakeling van verzekeringsarts Bezwaar en Beroep en/of arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep
-1. Beoordeling van de medische aspecten van het bezwaar vindt plaats door een verzekeringsarts Bezwaar en Beroep die niet bij de voorbereiding van de bestreden beschikking betrokken is.
-2. De verzekeringsarts Bezwaar en Beroep geeft - zo nodig na een eigen onderzoek of consultatie van een hiertoe ingeschakelde deskundige - een oordeel over het medische aspect van het bezwaar.
-3. Als een arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep is ingeschakeld in de bezwaarschriftprocedure, is deze niet betrokken geweest bij de voorbereiding van de bestreden beslissing.
-4. De ingeschakelde arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep geeft - zo nodig na een eigen onderzoek of consultatie van een hiertoe ingeschakelde deskundige - een oordeel over het arbeidskundige aspect van het bezwaar.
-5. Het UWV betrekt het oordeel van de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep en/of arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep bij de beslissing op bezwaar.

 

Art. 11. Mediation
-1. Het UWV beoordeelt of een geschil zich leent voor mediation.
-2. Als een tijdens de bezwaarschriftprocedure ingezette mediation niet slaagt, wordt de behandeling van het bezwaarschrift voortgezet door een medewerker die niet betrokken was bij de mediation.
-3. Gegevens die tijdens de mediation zijn uitgewisseld tussen het UWV en de belanghebbende mogen bij de voortzetting van de bezwaarschriftprocedure alleen worden gebruikt als de belanghebbende hiermee heeft ingestemd.

 

Art. 12. De hoorzitting
-1. Als een belanghebbende heeft aangegeven gehoord te willen worden, of als het UWV belang heeft bij het horen van de belanghebbende, stelt het UWV in een telefonisch overleg met de belanghebbende datum en tijd vast waarop de hoorzitting plaatsvindt.
-2. De afgesproken datum en tijd worden schriftelijk bevestigd. Als de belanghebbende telefonisch onbereikbaar is, wordt de hoorzitting door het UWV eenzijdig gepland en wordt de belanghebbende schriftelijk uitgenodigd.
-3. Als de belanghebbende of een gemachtigde verzoekt om een vastgestelde hoorzitting uit te stellen, neemt het UWV daarover telefonisch contact op en stelt het UWV, zo nodig, in overleg een nieuwe datum en tijd vast voor de hoorzitting.
-4. Het UWV kan van een gemachtigde verlangen dat hij bij het begin van de zitting een schriftelijke machtiging overlegt, tenzij de belanghebbende zelf met hem verschijnt of de gemachtigde advocaat, procureur of een andere professioneel rechtshulpverlener is.
-5. Het horen van belanghebbenden geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:5 van de wet door één of meer medewerkers van het UWV.
-6. Als één van de in artikel 7:3 van de wet genoemde gevallen zich voordoet, beslist het UWV of van het horen van belanghebbenden wordt afgezien.

 

Art. 13. Hoorzitting bij bezwaar tegen bijzondere beschikkingen
-1. In aanvulling op artikel 12 geldt bij bezwaar tegen bijzondere beschikkingen het bepaalde in dit artikel.
-2. Als de werknemer geen toestemming heeft verleend als bedoeld in artikel 15, wordt de hoorzitting gesplitst in een deel waarin bijzondere persoonsgegevens van de werknemer worden behandeld en een deel waarin de overige aspecten van het bezwaar aan de orde worden gesteld.
-3. De werkgever heeft geen toegang tot het deel van de hoorzitting waarin de bijzondere persoonsgegevens over zijn werknemer worden behandeld.
-4. Het derde lid is bij medische beschikkingen niet van toepassing op de gemachtigde van de werkgever die arts of advocaat is dan wel van het UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. In geval van medische beschikkingen op grond van de Ziektewet is het derde lid evenmin van toepassing op de arbodienst van de werkgever die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet.

 

Art. 14. Toezending en inzage
-1. Voorafgaand aan de hoorzitting kan het UWV op verzoek alle op de zaak betrekking hebbende stukken kosteloos aan belanghebbenden sturen.
-2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid liggen het bezwaarschrift en alle andere op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan de hoorzitting één week ter inzage voor belanghebbenden op een door het UWV te bepalen plaats en tijdstip.
-3. Belanghebbenden worden op de terinzagelegging gewezen in de uitnodiging voor de hoorzitting, genoemd in artikel 12.
-4. Belanghebbenden kunnen van de in het tweede lid bedoelde stukken, voor zover niet reeds toegezonden, kosteloos afschriften krijgen.

 

Art. 15. Toezending, inzage en toestemming bij bezwaren tegen bijzondere beschikkingen
-1. De werkgever heeft in afwijking van het bepaalde in artikel 14, eerste en tweede lid, slechts recht op inzage in dan wel kennisname of toezending van enig stuk dat bijzondere persoonsgegevens bevat, als de werknemer hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven aan het UWV.
-2. Het UWV verstrekt de werknemer voor het geven van toestemming, bedoeld in het eerste lid, een machtigingsformulier.
-3. De toestemming kan schriftelijk - en tijdens de hoorzitting mondeling - worden ingetrokken. Intrekking van eerder verleende toestemming werkt niet terug.
-4. De toestemming omvat:
a. alle op de zaak betrekking hebbende bijzondere persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens die in de loop van de procedure worden ontvangen en/of opgemaakt;
b. de toegang van de werkgever tot het gedeelte van de hoorzitting als bedoeld in artikel 13, derde lid.
-5. Als het UWV over bepaalde stukken - gelet op de inhoud daarvan - twijfelt of de toestemming mede deze stukken omvat, vraagt het UWV of de toestemming ook deze stukken omvat.
-6. In afwijking van het bepaalde in dit artikel is de toestemming niet vereist voor inzage in en kennisname door of toezending van medische gegevens aan de gemachtigde van de werkgever als bedoeld in artikel 13, vierde lid.

 

Art. 16. Openbaarheid van de hoorzitting
-1. De hoorzitting is niet openbaar.
-2. Belanghebbenden kunnen onder opgaaf van redenen verzoeken anderen de hoorzitting geheel of gedeeltelijk te laten bijwonen.
-3. Het UWV beslist op dit verzoek.

 

Art. 17. Tolken
-1. Bij de hoorzitting kan op verzoek van belanghebbenden of op aanwijzing van het UWV gebruik worden gemaakt van de diensten van een tolk.
-2. Het UWV beslist op een verzoek om gebruik te mogen maken van een tolk.
-3. Het UWV zorgt voor de beschikbaarheid en vergoeding van de tolk.

 

Art. 18. Intrekking van het bezwaar
Als de indiener zijn bezwaar intrekt, wordt dit schriftelijk bevestigd en aan andere belanghebbenden meegedeeld.

 

Art. 19. Verslag van de hoorzitting
-1. Het verslag van de hoorzitting wordt op verzoek kosteloos aan belanghebbenden toegezonden.
-2. Toezending geschiedt gelijktijdig met de beslissing op bezwaar, tenzij het UWV daarover andere afspraken met de belanghebbende heeft gemaakt.
-3. Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. Het houdt een korte vermelding in van al hetgeen over en weer is gezegd en van al hetgeen voor het overige ter zitting is voorgevallen, voor zover dit voor de zaak relevant is.
-4. Het verslag verwijst naar de stukken die ter zitting zijn overgelegd.
-5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter van de hoorzitting.
-6. Als artikel 13 toepassing heeft gevonden en de hoorzitting is gesplitst, wordt het verslag gesplitst in een verslag van het deel waarin de bijzondere persoonsgegevens zijn behandeld en een verslag waarin de overige aspecten van het bezwaar zijn behandeld. Artikel 15 is dan van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 20. Nader onderzoek / nieuwe hoorzitting
-1. Als na afloop van de hoorzitting blijkt dat een nader onderzoek wenselijk is, worden de resultaten van dat onderzoek in afschrift aan belanghebbenden toegezonden als de uitkomst van dit onderzoek van aanmerkelijk belang is voor de beslissing op bezwaar. Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.
-2. Indien:
a. na de hoorzitting, of nadat door de belanghebbende is afgezien van een hoorzitting, feiten of omstandigheden bekend geworden zijn die van aanmerkelijk belang kunnen zijn voor de beslissing op bezwaar; of
b. een vooraankondiging van de beslissing op bezwaar aan de belanghebbende is gezonden en de belanghebbende daartegen bezwaren kenbaar heeft gemaakt;
wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.
-3. Op de nieuwe hoorzitting als bedoeld in het tweede lid zijn de bepalingen in dit reglement die betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 21. Verdaging
Als de beslissing op bezwaar niet kan worden genomen binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn, kan het UWV de beschikking verdagen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:10 van de wet.

 

Art. 22. Beslissing op bezwaar
-1. De beslissing op bezwaar betreft alle op de bestreden beschikking ingediende bezwaarschriften.
-2. De beslissing op bezwaar wordt genomen door iemand die niet betrokken was bij het nemen van de bestreden beschikking.

 

Art. 23. Beslissing op bezwaar bij bijzondere beschikkingen
-1. De motivering van de beslissing op bezwaar vindt - voor zover deze betrekking heeft op bijzondere persoonsgegevens - plaats op een aparte bijlage.
-2. De bijlage als bedoeld in het eerste lid wordt niet aan de werkgever verstrekt, tenzij de werknemer toestemming heeft verleend als bedoeld in artikel 15.
-3. De bijlage als bedoeld in het eerste lid wordt in geval van medische beschikkingen verstrekt aan een persoon als bedoeld in artikel 13, vierde lid.

 

Art. 24. Termijnen en tijdigheid
-1. Wanneer aan een verzoek van het UWV aan de indiener of andere belanghebbenden een termijn is verbonden, gaat deze termijn in op de dag na verzending van de hiertoe strekkende mededeling.
-2. Een (gevraagd) schriftelijk document of verklaring heeft het UWV op tijd ontvangen als deze vóór het eind van de gestelde termijn is ontvangen. Hierbij geldt dat een per post ontvangen stuk tijdig is als het uiterlijk op de laatste dag van de termijn per post is bezorgd en binnen één week hierna is ontvangen.

 

Art. 25. Uitzonderingen
Dit reglement is niet van toepassing op bezwaarschriften gericht tegen beschikkingen genomen op grond van:
- de Wet arbeid vreemdelingen;
- artikel 30b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (weigering registratie);
- artikel 14 van de Wet vermindering afdracht ¹ (verklaring startkwalificatie); en
- de Regeling indicatiestelling no-riskpolis en premiekorting UWV.

1. Volgens de redactie dient "Wet vermindering afdracht" te worden vervangen door: Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

 

Art. 26. Intrekking eerdere reglement
Het Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2009 wordt ingetrokken.

 

Art. 27. Citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2014.

 

Art. 28. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 27 mei 2014.
B.J. Bruins,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

TOELICHTING
[27 mei 2014]

 

Algemeen

 

     In dit reglement geeft het UWV aan hoe invulling wordt gegeven aan de bezwaarschriftprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij de opstelling is ervoor gekozen om de dwingendrechtelijke voorschriften uit die wet niet op te nemen, tenzij dit de overzichtelijkheid en de leesbaarheid vergroot.

     Dit reglement vervangt het Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2009. In het nieuwe reglement is rekening gehouden met een procesmodel voor bezwaar dat meer ruimte laat dan voorheen om rekening te houden met de wensen van de indiener van het bezwaarschrift. De interactie met de indiener staat centraal, waarbij het UWV de indiener zo vroeg mogelijk in de bezwaarprocedure telefonisch benadert. Tijdens dit telefonische contact wordt zijn bezwaar met hem besproken en kunnen afspraken worden gemaakt over de verdere behandeling van het bezwaar. Als de indiener van het bezwaarschrift een professioneel gemachtigde is, kan het UWV van dit uitgangspunt afwijken. Dat kan ook als de indiener geen professioneel gemachtigde heeft en het bekend is dat telefonisch contact niet op prijs wordt gesteld.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Artikel 1, onderdeel d, definieert bijzondere persoonsgegevens. Bij de opsomming is aansluiting gezocht bij de bijzondere persoonsgegevens zoals gedefinieerd in de Wet bescherming persoonsgegevens. Een beschikking waaraan een beoordeling van bijzondere persoonsgegevens ten grondslag ligt, is een bijzondere beschikking (artikel 1, onderdeel e). Een medische beschikking (artikel 1, onderdeel f) is een nader omschreven bijzondere beschikking. Als de werkgever belanghebbende is, kan tegen dergelijke beschikkingen veelal zowel de werknemer als de werkgever bezwaar indienen. Omdat de bijzondere persoonsgegevens een extra privacybescherming behoeven, gelden voor deze beschikkingen enkele afwijkende of aanvullende eisen, die op verschillende plaatsen in het reglement terugkomen. Deze hebben als doel het beschermen van de privacy van de werknemer. Voor zover deze gegevens niet bepalend zijn voor de beschikking, worden deze in het kader van toezending en inzage zoveel mogelijk verwijderd of onleesbaar gemaakt.

 

Artikel 2

     Beslissend voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift is de datum van ontvangst. Op alle bezwaarschriften wordt daarom de datum van ontvangst aangetekend. Artikel 6:14 Awb schrijft daarom ook voor dat de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk wordt bevestigd. Dit geldt voor alle bezwaarschriften, dus ook voor bezwaarschriften die bij een niet-bevoegd bestuursorgaan zijn ingediend. Om deze reden is dit voorschrift opgenomen in het reglement.

     Na ontvangst van een bezwaarschrift neemt het UWV telefonisch contact op met de indiener van het bezwaarschrift. Dit gebeurt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken nadat de ontvangstbevestiging is verzonden. Deze termijn kan ook later starten, namelijk vanaf het moment dat het verzuim is hersteld. Het UWV vat onder dit verzuimherstel het tijdstip waarop:
- de machtiging dan wel de verklaring is ontvangen (zie artikel 3);
- de vormverzuimen zijn hersteld (zie de artikelen 4 en 5);
- de zienswijze op de overschrijding van de bezwaartermijn is ontvangen (artikel 8).

     In het telefonisch contact wordt met de indiener van het bezwaarschrift in ieder geval het bezwaar besproken. Daarnaast worden er met de indiener afspraken gemaakt over de invulling van de procedure, waaronder afspraken over een eventueel te houden hoorzitting en indien mogelijk de verwachte uiterste datum waarop de beslissing op bezwaar wordt uitgereikt.
     Ook kan het UWV overleggen over de vaststelling van bepaalde (verlengde) termijnen.

     Indien de indiener van het bezwaarschrift een professioneel gemachtigde is, is het niet nodig dat het UWV standaard belt met deze gemachtigde. Indien gewenst of nodig kan er wel telefonisch contact plaatsvinden.

     In alle gevallen stuurt het UWV een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van het bezwaarschrift. Als er telefonisch contact is geweest, legt het UWV wat er tijdens dat contact is besproken en afgesproken vast in de ontvangstbevestiging of een afzonderlijke brief.

 

Artikel 3

     Dit artikel vloeit voort uit artikel 2:1 van de Awb. Daarin is geregeld dat een ieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen kan laten bijstaan of zich door een gemachtigde kan laten vertegenwoordigen. Het bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

     Het UWV zal de in artikel 2:1 Awb bedoelde machtiging niet vragen aan een advocaat en in beginsel ook niet aan andere professioneel rechtshulpverleners, zoals vakbonden, werkgeversorganisaties en rechtsbijstandverzekeraars.

     Als het bezwaarschrift wordt ingediend door een vertegenwoordiger van een werkgever, kan het UWV de desbetreffende vertegenwoordiger vragen bewijsstukken te leveren waaruit blijkt dat deze bevoegd is de werkgever te vertegenwoordigen. Daarbij kan gedacht worden aan een kopie van de statuten, reglementen of stichtingsbrief, een uittreksel uit het handelsregister of register van verenigingen en stichtingen van de Kamer van Koophandel.

     In dit reglement zijn de door het UWV vast te stellen termijnen niet ingevuld. Het UWV wil daarmee ruimte geven om de termijn vast te stellen rekening houdend met het individuele geval. In dat kader kan overleg plaatsvinden met de indiener van het bezwaarschrift. Als richtsnoer voor de vaststelling van de termijnen in artikel 3 geldt een termijn van twee weken voor de gemachtigde en één week voor degene namens wie het bezwaarschrift is ingediend. Zoals hiervoor is aangegeven, is dit geen standaardtermijn, in zoverre dat in individuele gevallen een andere termijn kan worden vastgesteld.

 

Artikel 4

     Het UWV stelt de termijn voor het herstel van verzuimen vast, rekening houdend met het individuele geval. Als richtsnoer geldt voor de termijn, genoemd in het eerste lid, een minimumtermijn van twee weken en voor ZW-zaken die uitsluitend over het bestaan of voorbestaan van de ongeschiktheid gaan één week. Als de indiener van het bezwaarschrift verzoekt om verlenging van de termijn, zal het UWV de verlengde termijn vaststellen, eventueel in overleg met de indiener. De termijn die geldt voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt voor de duur van de (verlengde) hersteltermijn opgeschort. Als binnen de afgesproken of vastgestelde (verlengde) termijn geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot herstel van het verzuim, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Artikel 5

     In afwijking van artikel 6:5 Awb schrijft artikel 108 Wet WIA (zie ook artikel 129c WW), 88e WAO en artikel 75e ZW voor dat de gronden die betrekking hebben op medische gegevens op een aparte bijlage moeten worden vermeld.

     In de volgende situaties is een niet-ontvankelijkverklaring niet aan de orde als het bezwaarschrift ongesplitst wordt ingediend:
a. de werknemer is de enige belanghebbende bij de medische beschikking;
b. het bezwaarschrift bevat uitsluitend medische gronden;
c. het bezwaarschrift is door of namens de werkgever ingediend;
d. de werknemer heeft toestemming gegeven voor verstrekking van medische gegevens aan de werkgever;
e. de werknemer heeft geen professioneel gemachtigde.
     In de eerste vier situaties zou een splitsing van het bezwaarschrift niet zinvol zijn. In de laatste situatie is het ongewenst om het bezwaar van de werknemer die zich niet laat bijstaan niet-ontvankelijk te verklaren als de inhoud van het bezwaarschrift aanwijzingen bevat dat de werknemer niet in staat zal zijn een splitsing in zijn bezwaarschrift aan te brengen. Voor zoveel als mogelijk zal het UWV - gegeven het laagdrempelige karakter van de procedure - in een dergelijk geval zelf tot de bedoelde splitsing overgaan.

     Als het bezwaarschrift is ingediend door een professioneel rechtshulpverlener, zal het UWV de indiener altijd in de gelegenheid stellen om de gronden van het bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens alsnog op een aparte bijlage te vermelden. Het UWV stelt de termijn vast waarbinnen de indiener gevolg geeft aan het verzoek het bezwaarschrift te splitsen. In dit reglement is hiervoor geen vaste termijn opgenomen om ruimte te geven deze termijn vast te stellen rekening houdend met het individuele geval. In dat kader kan overleg plaatsvinden met de indiener van het bezwaarschrift. Richtsnoer voor de vaststelling van die termijnen is een minimumtermijn van twee weken of een termijn van één week in ZW-zaken als het uitsluitend gaat om het bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid. Zoals hiervoor is aangegeven, is dit geen standaardtermijn, in overleg kan een andere termijn worden vastgesteld. Als binnen de afgesproken of vastgestelde (verlengde) termijn geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot splitsing, kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Artikel 6

     Het kan voorkomen dat uitstel wordt gevraagd voor de aanvulling van de gronden waarop het bezwaar steunt. Om in deze behoefte te voorzien, is artikel 6 opgenomen. Het uitstel bedraagt een tussen het UWV en de indiener van het bezwaarschrift overeengekomen termijn. Slechts in gevallen waarin telefonisch contact niet gewenst of niet mogelijk is, stelt het UWV eenzijdig een termijn vast. Zijn de gronden niet binnen de afgesproken of vastgestelde (verlengde) termijn aangevuld, dan vormt het aanvankelijk ingediende bezwaarschrift de basis voor de bezwaarschriftprocedure.

 

Artikel 7

     Artikel 6:10 Awb regelt dat een bezwaarschrift dat is ingediend vóór bekendmaking van de beschikking, in behandeling moet worden genomen als de beschikking al wel was genomen of, als het nog niet was genomen, de indiener redelijkerwijs kon menen dat de beschikking wel was genomen.
     Het is wel zinvol de indiener van een prematuur bezwaarschrift in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze te geven op de beschikking, aangezien in deze situatie de indiening van het bezwaarschrift is voorafgegaan aan de bekendmaking van de beschikking waartegen zijn bezwaar zich richt. Het UWV spreekt met de indiener een termijn af waarbinnen hij zijn zienswijze op de beschikking kan geven. Slechts in gevallen waarin telefonisch contact niet gewenst of niet mogelijk is, stelt het UWV eenzijdig een termijn vast. Zijn de gronden niet binnen de afgesproken of vastgestelde (verlengde) termijn aangevuld, dan vormt het aanvankelijk ingediende bezwaarschrift de basis voor de bezwaarschriftprocedure.

 

Artikel 8

     Een te laat ingediend bezwaarschrift wordt niet zonder meer niet-ontvankelijk verklaard. De indiener krijgt de gelegenheid om aan te geven of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en dus voor toepassing van artikel 6:11 Awb. Bij de termijn die het UWV hiervoor geeft, houdt het UWV rekening met het individuele geval. Als richtsnoer geldt voor de termijn, genoemd in het eerste lid, een minimumtermijn van twee weken en voor ZW-zaken die uitsluitend over het bestaan of voorbestaan van de ongeschiktheid gaan één week. Als de indiener van het bezwaarschrift verzoekt om verlenging van de termijn, zal het UWV de verlengde termijn vaststellen, eventueel in overleg met de indiener. De termijn die geldt voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt voor de duur van de (verlengde) hersteltermijn opgeschort. De afgesproken of vastgestelde termijn kan op verzoek worden verlengd. Voorwaarde is wel dat het verzoek wordt ingediend vóór afloop van de termijn. Bij overschrijding van de afgesproken of vastgestelde (verlengde) termijn kan het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Artikel 9

     Het UWV beoordeelt of er andere belanghebbenden zijn aan wie het bezwaarschrift gestuurd moet worden. Deze andere belanghebbenden zullen ook worden benaderd met de vraag of zij betrokken willen worden bij de verdere behandeling van de procedure.

     Aan deze andere belanghebbenden zal het UWV vragen of zij bij de verdere voortgang van de procedure willen worden betrokken en wie in dat geval als contactpersoon moet worden aangeschreven. Als deze belanghebbende positief reageert op een dergelijke vraag, heeft hij recht op inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel ontvangt hij op verzoek afschriften van deze stukken. De stukken worden gezonden aan de opgegeven contactpersoon. Met name bij het zenden van stukken naar een werkgever is het in het belang van de privacy van de betrokkene dat de stukken alleen worden ontvangen door de persoon die belast is met de behandeling ervan. In het geval een werkgever weigert om een contactpersoon op te geven, kan het UWV bepalen dat de stukken niet worden verzonden maar ter inzage worden gelegd.
     Als de belanghebbende niet reageert of aangeeft dat hij niet wil worden betrokken bij de verdere procedure, ontvangt hij alleen de beslissing op bezwaar.

     In het derde lid is opgenomen dat de werknemer, als hij het onderwerp is van de bestreden beschikking, ongevraagd bij de procedure wordt betrokken. Deze bepaling ziet op de situatie dat de werkgever bezwaar heeft gemaakt tegen een beschikking gericht aan zijn werknemer. In een dergelijk geval wordt ervan uitgegaan dat de werknemer - gelet op de voor hem spelende belangen - in ieder geval betrokken wil worden bij de verdere procedure.

 

Artikel 10

     Als de primaire beschikking (mede) is gebaseerd op een medisch oordeel, schakelt het UWV voor de beoordeling van deze aspecten een verzekeringsarts Bezwaar en Beroep in. Dit is een verzekeringsarts die in bezwaarzaken adviseert en niet betrokken is geweest bij de voorbereiding van de primaire beschikking.

     Als het bezwaar zich in meer algemene zin richt tegen de aan het medisch oordeel ten grondslag liggende beleid, zal het UWV overigens van de inschakeling van een verzekeringsarts Bezwaar en Beroep af kunnen zien.

     Als in het bezwaarschrift arbeidskundige gronden zijn aangevoerd kan de medewerker die het bezwaar behandelt een arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep inschakelen. Dit is een arbeidsdeskundige die in bezwaarzaken adviseert en niet betrokken is bij de voorbereidingen van de primaire beschikking.

     Als de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep en/of de arbeidsdeskundige Bezwaar en Beroep een oordeel hebben gegeven over de medische en/of arbeidskundige gronden, dan wordt dit oordeel betrokken bij de totstandkoming van de beslissing op het bezwaar.

 

Artikel 11

     In een beperkt aantal bezwaarzaken biedt het UWV de belanghebbende(n) aan een mediationtraject in te zetten. Het UWV beoordeelt spontaan welke zaken zich daarvoor lenen. Als de mediation niet tot het door de belanghebbende(n) gewenste resultaat leidt, wordt de bezwaarprocedure voortgezet. De behandeling van het bezwaarschrift wordt in dat geval overgedragen aan een andere medewerker, die niet betrokken was bij de mediation. Op deze manier wordt bereikt dat de bezwaarzaak met een frisse blik wordt beoordeeld, op dezelfde manier als zaken waarin geen mediationtraject is gevolgd. In dat kader past ook dat de gegevens die tijdens het mediationtraject zijn verkregen niet gebruikt mogen worden in de bezwaarzaak. Alleen als de belanghebbende daarvoor expliciet toestemming heeft gegeven, mogen deze gegevens wel in de bezwaarzaak gebruikt worden.

 

Artikel 12

     In artikel 7:3 van de Awb is geregeld dat van het horen kan worden afgezien als de belanghebbende niet binnen een door het UWV gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord. Het UWV geeft de belanghebbende de gelegenheid om te laten weten of hij gehoord wil worden of niet. Als een belanghebbende niet reageert, gaat het UWV ervan uit dat hij niet gehoord wil worden, tenzij anderszins blijkt dat de belanghebbende wel gehoord wil worden, bijvoorbeeld uit het bezwaarschrift.
     Als een belanghebbende heeft aangegeven gehoord te willen worden, biedt het UWV ook de mogelijkheid telefonisch gehoord te worden. Een telefonisch contact met de belanghebbende waarin hij zijn bezwaren alvast mondeling toelicht, wordt niet gelijkgesteld met telefonisch horen. Als een belanghebbende kiest voor telefonisch horen, zijn in beginsel bij dit horen een hoorder en een verslaglegger aanwezig. Ook wordt op verzoek van de belanghebbende een verslag van de telefonische hoorzitting aan de belanghebbende toegestuurd. Als meerdere belanghebbenden gehoord (willen) worden, zal het telefonisch horen met behulp van een vergadertelefoon plaatsvinden. Belanghebbenden moeten immers op grond van artikel 7:6, eerste lid, Awb in elkaars aanwezigheid worden gehoord.
     Het UWV kan op verzoek uitstel verlenen voor een geplande hoorzitting. Als het verzoek wordt gedaan door een belanghebbende zelf of een gemachtigde, zal het UWV over dit verzoek contact opnemen en wordt het verzoek besproken. Volhardt de belanghebbende of zijn gemachtigde in dit verzoek, dan zal dit verzoek in het algemeen gehonoreerd worden.

 

Artikel 13

     De hoorzitting tijdens een bezwaarprocedure tegen bijzondere beschikkingen zoals die in dit reglement zijn gedefinieerd, wordt gesplitst in een gedeelte waarin de bijzondere persoonsgegevens worden behandeld en een gedeelte waarin de overige aspecten van het bezwaar worden behandeld. Slechts als de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met kennisname door de werkgever van de stukken die bijzondere persoonsgegevens bevatten, heeft de werkgever ook toegang tot het gedeelte van de hoorzitting waarin de bijzondere persoonsgegevens aan de orde komen. De toestemming is verder uitgewerkt in artikel 15 van het reglement.
     Sommige gemachtigden van de werkgever hebben geen toestemming nodig om toegelaten te worden bij het deel van de hoorzitting waarin medische gegevens aan de orde komen. Het betreft hier een gemachtigde van de werkgever die arts of advocaat is, dan wel van het UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. Als het bezwaar zich richt tegen een medische beschikking op grond van de ZW, heeft de arbodienst van een werkgever die eigenrisicodrager is voor de ZW ook geen toestemming nodig. In het algemeen zal het UWV professioneel rechtshulpverleners bijzondere toestemming geven.

 

Artikel 14

     Op grond van artikel 7:4, tweede lid, Awb legt het bestuursorgaan het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor belanghebbenden ter inzage.

     Als het bezwaar betrekking heeft op een besluit waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt, behoren in ieder geval de verzekeringsgeneeskundige rapportage(s) en het belastbaarheidspatroon (BLP) c.q. de functionele mogelijkhedenlijst (FML) tot de op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 7:4, tweede lid, Awb.

     Een belanghebbende-werkgever heeft slechts recht op inzage in dan wel kennisname of toezending van enig stuk dat medische gegevens bevat als de werknemer hiervoor toestemming heeft gegeven (artikelen 75a, eerste lid, ZW, 88a, eerste lid, WAO, 104, eerste lid, Wet WIA). Zie hiervoor artikel 15 en de toelichting daarop.

     Arbeidskundige gegevens c.q. stukken van arbeidskundige aard worden niet aangemerkt als medische gegevens c.q. medische stukken.

 

Artikel 15

     In het kader van de privacybescherming geldt een afwijkende regeling voor inzage, kennisname en/of toezending van stukken die bijzondere persoonsgegevens bevatten. Slechts met schriftelijke toestemming van de werknemer kan de werkgever kennisnemen van dergelijke stukken. Om zoveel als mogelijk te voorkomen dat een werkgever zijn werknemer onder druk zet om deze toestemming te geven, bepaalt het tweede lid dat het UWV de werknemer benadert met de vraag of toestemming wordt gegeven. Hierbij wordt de werknemer duidelijk gemaakt wat zijn rechten zijn en welke gegevens na eventueel verleende toestemming aan zijn werkgever bekend zullen worden gemaakt.

     Als de werknemer geen toestemming verleent om zijn werkgever kennis te laten nemen van stukken die bijzondere gegevens bevatten, heeft dit tot gevolg dat de werkgever of diens gemachtigde geen kennis kan nemen van de stukken, tenzij de gemachtigde arts of advocaat is, dan wel van het UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van de stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. In geval van medische beschikkingen op grond van de ZW kan ook de arbodienst van de werkgever die eigenrisicodrager is voor de ZW kennisnemen van de stukken die medische gegevens bevatten. Hiermee is toepassing gegeven aan de bijzondere bepalingen in verband met medische beschikkingen in de WAO, Wet WIA en ZW.

     Tenzij de werknemer een eerder gegeven toestemming intrekt - welke intrekking uiteraard niet terug kan werken -, zal de toestemming betrekking hebben op alle stukken die op de bestreden beschikking zijn gebaseerd, inclusief de tijdens de bezwaarprocedure ontvangen en opgestelde stukken (met inbegrip van de beslissing op bezwaar). Als het UWV twijfelt of een verleende toestemming zich uitstrekt tot een bepaald stuk, zal hij niet eerder overgaan tot inzage, kennisname of toezending aan werkgever dan na gerichte toestemming van de werknemer.

 

Artikel 16

     Op grond van artikel 7:5, tweede lid, Awb heeft het UWV beslist dat de hoorzittingen niet openbaar zijn.
     Op een daartoe gemotiveerd gedaan verzoek beslist het UWV over het geheel of gedeeltelijk laten bijwonen van de hoorzitting door anderen dan de belanghebbende.

 

Artikel 17

     Deze bepaling regelt dat het UWV, al dan niet op verzoek, beslist of gebruik wordt gemaakt van een tolk. Onder tolk wordt verstaan alle tolken die de communicatie tijdens de hoorzitting vergemakkelijken, dus niet alleen de tolk/vertaler, maar bijvoorbeeld ook de tolk Nederlandse gebarentaal of een tolk voor doofblinde mensen.

 

Artikel 18

     Het bezwaar moet schriftelijk worden ingetrokken. Mondelinge intrekking is uitsluitend mogelijk tijdens het horen. Dit volgt uit artikel 6:21 Awb.

     Als het bezwaar schriftelijk wordt ingetrokken, kan die intrekking in beginsel alleen tijdens de bezwaartermijn ongedaan worden gemaakt. Het ongedaan maken van de intrekking is vormvrij en kan ook telefonisch.

     Als de indiener tijdens het telefonisch contact zijn bezwaar intrekt, wordt de belanghebbende in de schriftelijke bevestiging van de telefonische intrekking uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheid om de intrekking binnen één week na dagtekening van de brief ongedaan te maken.

 

Artikel 19

     Deze bepaling gaat over het verslag van de hoorzitting. Ten behoeve van dit verslag kunnen geluidsopnamen gemaakt worden van de hoorzitting.
     Als er sprake is geweest van een bezwaar tegen een bijzondere beschikking waarvoor de procedure is toegepast dat de hoorzitting is gesplitst, maakt het UWV twee verslagen. De werkgever heeft alleen recht op kennisname van hetgeen tijdens het niet-bijzondere gedeelte van de hoorzitting aan de orde is geweest, tenzij de werknemer eerder heeft ingestemd met kennisname door zijn werkgever.

     Het verslag van de hoorzitting wordt ondertekend. Als er met de belanghebbende geen specifieke afspraken zijn gemaakt over het toezenden van het verslag, voegt het UWV het verslag bij de beslissing op bezwaar.

 

Artikel 20

     In het tweede lid, onderdeel b, wordt gesproken over een vooraankondiging. Met een vooraankondiging wordt een belanghebbende in bepaalde gevallen geïnformeerd over de inhoud van de nog te nemen beslissing op bezwaar. De belanghebbende krijgt gelegenheid op de vooraankondiging te reageren en hij kan ook (opnieuw) gehoord worden.

 

Artikel 21

     In afwijking van de hoofdregel uit de Awb dat een bestuursorgaan binnen zes weken beslist op het bezwaarschrift, bevatten de socialewerknemersverzekeringswetten artikelen waarin veelal een langere beslistermijn is opgenomen. Die langere beslistermijn zal in de meeste gevallen dertien of zeventien weken zijn. De kortere beslistermijn van zes weken geldt wel voor bijvoorbeeld geschillen van geneeskundige aard in het kader van de ZW.
     Er zijn situaties waarin de beschikking niet op tijd kan worden genomen. Het UWV hanteert in dergelijke gevallen de verdagingsmogelijkheden van artikel 7:10, derde, vierde en vijfde lid, Awb.

 

Artikel 22

     In het eerste lid is opgenomen dat de beslissing op bezwaar betrekking heeft op alle op de bestreden beschikking ingediende bezwaarschriften. Deze regeling ziet voornamelijk op de mogelijkheid dat bezwaarschriften zijn ingediend door zowel de werknemer als de werkgever.
     Tevens is in dit artikel de onafhankelijkheid geborgd van de besluitvorming in de bezwaarprocedure.

 

Artikel 23

     De motivering van bijzondere beschikkingen zoals die in dit reglement zijn gedefinieerd, wordt gesplitst in twee delen. Het deel dat betrekking heeft op de bijzondere gegevens wordt in een aparte bijlage geplaatst. Slechts als de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met kennisname door de werkgever van de stukken die bijzondere gegevens bevatten, kan de bijlage aan de werkgever worden verstrekt. De toestemming is verder uitgewerkt in artikel 15 van het reglement en de toelichting daarop.
     Sommige gemachtigden van de werkgever hebben geen toestemming nodig om kennis te nemen van de aparte bijlage als deze medische gegevens bevat. Het betreft hier een gemachtigde van de werkgever die arts of advocaat is, dan wel van het UWV bijzondere toestemming heeft gekregen om kennis te nemen van stukken die medische gegevens bevatten met betrekking tot de werknemer. Als het bezwaar zich richt tegen een medische beschikking op grond van de ZW, heeft de arbodienst van een werkgever die eigenrisicodrager is voor de ZW, ook geen toestemming nodig. In het algemeen zal het UWV professioneel rechtshulpverleners bijzondere toestemming geven.

 

Artikel 24

     Dit artikel ziet op termijnen die in dit reglement zijn opgenomen en die het UWV in overleg met de indiener van het bezwaar dan wel eenzijdig heeft vastgesteld. Dit artikel heeft geen betrekking op de bezwaartermijn.

     Als het UWV in overleg met de indiener een termijn vaststelt, wordt een uiterste datum afgesproken waarop het betreffende stuk of de melding binnen moet zijn bij het UWV.
     Ook als de termijn eenzijdig door het UWV wordt vastgesteld, wordt een uiterste datum vastgelegd waarop het stuk of de melding binnen moet zijn bij het UWV.

     Bepalend voor de vraag of een melding of een stuk tijdig is ontvangen is de dag van ontvangst (ontvangsttheorie). Een melding of een stuk is tijdig ontvangen als het vóór het einde van de termijn is ontvangen. Aan die verplichting kan op verschillende manieren worden voldaan, middels afgifte (ontvangsttheorie), verzending per fax (ontvangsttheorie), elektronisch bericht (ontvangsttheorie), waarbij automatisch aan de verzender melding wordt gedaan dat het document succesvol is verzonden en is aangekomen in de mailbox van het UWV, of per post. Een per post ontvangen melding of stuk die uiterlijk op de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd, is ook tijdig mits binnen één week ontvangen (bij indiening per post: mix verzend- en ontvangsttheorie). Het poststempel is in beginsel bepalend voor de verzenddatum. In het geval de datum poststempel ontbreekt (zoals bij een portvrije enveloppe) of onleesbaar is, wordt ervan uitgegaan dat het stuk tijdig is verzonden als het stuk niet is gedagtekend op een datum na de laatste dag van de termijn, mits het stuk niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen.

 

Artikel 25

     In dit artikel wordt geregeld dat het reglement niet van toepassing is op bezwaarprocedures die zich richten tegen beslissingen genomen op grond van de in dit artikel genoemde (bepalingen van) wetten en regelingen. Deze bezwaarprocedures zijn namelijk vooralsnog niet zonder meer vergelijkbaar met de overige door het UWV gevoerde bezwaarprocedures.

 

Artikel 26

     Het Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2009 wordt ingetrokken, gelijktijdig met de inwerkingtreding van het nieuwe reglement.

 

Artikel 27

     De citeertitel spreekt voor zich.

 

Artikel 28

     Dit reglement is gebaseerd op een procesmodel dat al eerder is ingevoerd dan de inwerkingtredingsdatum van het reglement. Voor zover in verband met dit procesmodel werd afgeweken van het Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2009, was dit ten gunste van de indiener van het bezwaar. Het formaliseren van die praktijk door terugwerkende kracht te geven aan het nieuwe reglement is om die reden niet nodig.

 

B.J. Bruins,
voorzitter Raad van bestuur UWV
.