Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
25-05-2018   Intrekking Stcrt. 2018, 28604 Stcrt. 2018, 28604
12-08-2009   Nieuwe regeling Stcrt. 2009, 11907 Stcrt. 2009, 11907

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op hoofdstuk 6 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

     Besluit:

 

 

§ 1.  Definities

 

Art. 1. Definities en toepassingsbereik
-1. Deze regeling is van toepassing op verzoeken om inzage in en correctie van persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de uitvoering van de wettelijke taken door het UWV.
-2. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Wbp: de Wet bescherming persoonsgegevens;
b. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in artikel 2 ¹ van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. persoonsgegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon;
d. verwerken van persoonsgegevens: elke handeling of geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;
e. betrokkene: degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft;
f. verantwoordelijke: degene welke alleen of tezamen met een andere natuurlijk persoon of rechtspersoon het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt;
g. verzoek om inzage: een verzoek van of namens de betrokkene om aan de verzoeker mede te delen of, en zo ja. welke de betrokkene betreffende persoonsgegevens worden verwerkt, conform artikel 35 van de Wbp en, voor zover het betreft medische gegevens uit een medisch dossier, conform art. 7:456 Burgerlijk Wetboek; ²
h. verzoek om correctie: een verzoek van of namens de betrokkene om, conform artikel 36 van de Wbp, persoonsgegevens van de betrokkene te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt;
i. verzoeker: degene die een verzoek om inzage of correctie indient bij het UWV;
j. legitimatiebewijs: een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht;
k. derde: ieder,³ niet zijnde de betrokkene, het UWV, de bewerker of enig persoon die onder rechtstreeks gezag van het UWV of de bewerker gemachtigd is om persoonsgegevens te verwerken.

1. Volgens de redactie dient "artikel 2" te worden vervangen door: hoofdstuk 5.
2. Volgens de redactie dient "art. 7:456 Burgerlijk Wetboek" te worden vervangen door: artikel 456 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
3. Volgens de redactie dient "ieder" te worden vervangen door: een ieder.

 

 

§ 2.  Indiening en inbehandelingneming verzoeken

 

Art. 2. Indiening van verzoeken
-1. De betrokkene heeft het recht vrijelijk en met redelijke tussenpozen een schriftelijk verzoek om inzage in en correctie van zijn persoonsgegevens in te dienen.
-2. Een schriftelijk ingediend verzoek wordt gedateerd en ondertekend en bevat ten minste:
a. de volledige naam en voorletters en het adres van de betrokkene;
b. diens geboortedatum;
c. diens burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer (sofinummer);
d. een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de betrokkene.
-3. Een schriftelijk verzoek dat namens de betrokkene wordt ingediend door een wettelijk vertegenwoordiger of een gemachtigde gaat vergezeld van een bewijsstuk inzake de wettelijke vertegenwoordiging of van een originele, door de betrokkene ondertekende schriftelijke machtiging ter uitoefening van het inzage- of correctierecht door de verzoeker. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt tevens ter identificatie een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de verzoeker bijgesloten en vermeldt het verzoek ook de volledige naam, voorletters en het adres van de verzoeker. Vorenstaande geldt niet als het verzoek wordt ingediend door een advocaat die als gemachtigde van de betrokkene optreedt.
-4. Een verzoek om correctie kan slechts worden ingediend nadat de verzoeker inzage heeft genomen in de betreffende gegevens waarop correctie wordt verzocht. In aanvulling op het tweede en derde lid bevat een verzoek om correctie de aan te brengen wijzigingen.
-5. Het verzoek om inzage dan wel correctie moet worden ingediend bij een UWV-vestiging.

 

Art. 3. Kosten van verzoeken
Aan een verzoek om inzage en een verzoek om correctie zijn geen kosten verbonden.

 

Art. 4. Berichtgeving, ontvangst en inbehandelingneming
-1. Binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek verstuurt het UWV een ontvangstbevestiging.
-2. De ontvangstbevestiging bevat ten minste de naam van een contactpersoon, een beschrijving van de procedure en de te verwachten behandelingsduur van het verzoek.

 

Art. 5. Toets op in behandeling nemen
-1. Het UWV betrekt bij de behandeling van een verzoek om inzage en/of correctie slechts die verwerkingen waarvoor het is aan te merken als verantwoordelijke. Ingeval het UWV constateert dat het verzoek mede of uitsluitend betrekking heeft op gegevens die bij een ander bestuursorgaan als verantwoordelijke berusten, zendt het UWV het verzoek ter behandeling door naar dat andere bestuursorgaan. De verzoeker krijgt hiervan, onverminderd het bepaalde in artikel 6, bericht.
-2. Het UWV toetst of een verzoek voldoet aan het bepaalde in artikel 2.
-3. Indien het verzoek niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2, dan wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld zijn verzoek binnen twee weken aan te vullen. Wordt binnen deze termijn het verzuim niet hersteld, dan ontvangt de verzoeker een beslissing dat het verzoek niet in behandeling wordt genomen.

 

 

§ 3.  Procedure uitvoering inzage en correctie

 

Art. 6. Behandeling van verzoeken
-1. De verantwoordelijke (districts)manager van het organisatieonderdeel waarop het verzoek betrekking heeft en van de UWV-vestiging waar het verzoek is ingediend, draagt zorg voor afhandeling van een verzoek om inzage dan wel correctie.
-2. Indien het verzoek onder verantwoordelijkheid van een manager van een andere UWV-vestiging dient te worden afgehandeld, wordt het verzoek onverwijld naar die andere UWV-vestiging doorgezonden. De verzoeker krijgt, onverminderd het bepaalde in artikel 4, hiervan bericht.
-3. Indien voor de uitoefening van het inzage- of correctierecht ook andere onderdelen van het UWV moeten worden ingeschakeld, zet de verantwoordelijke manager hiertoe de nodige stappen en coördineert hij de uitvoering van de inzage of correctie.
-4. Een verzoek om inzage in of correctie van gegevens uit een medisch dossier wordt in afwijking van het eerste lid doorgezonden naar het betrokken onderdeel van Sociaal Medische Zaken (SMZ) en beoordeeld door de verzekeringsarts krachtens de aanwijzingen van de Richtlijn beheer medische gegevens vallend onder het medisch beroepsgeheim van de verzekeringsarts.
-5. Een verzoek om inzage in of correctie van gegevens uit een opsporingsdossier wordt in afwijking van het eerste lid doorgezonden naar het betrokken onderdeel van directie Handhaving (DHH) en beoordeeld krachtens de Instructie DHH inzage- en correctierecht.

 

Art. 7. Uitvoering inzageverzoek
-1. Het UWV deelt de verzoeker schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van een verzoek dat voldoet aan het bepaalde in artikel 2 en artikel 5 mee of het UWV persoonsgegevens over de betrokkene verwerkt en of dan wel ¹ in hoeverre het verzoek om inzage wordt ingewilligd.
-2. Indien het verzoek wordt ingewilligd, stelt het UWV binnen de in het eerste lid bedoelde termijn de volgende gegevens ter beschikking:
a. een volledig en begrijpelijk overzicht van de verwerkte gegevens;
b. een omschrijving van:
1º. het doel of de doeleinden van de verwerking;
2º. de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft;
3º. de ontvangers of categorieën ontvangers;
c. alle beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.
-3. Desgevraagd verschaft het UWV tevens informatie over de systematiek van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
-4. Een verzoek om inzage wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
a. de veiligheid van de staat;
b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
c. gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld in onderdeel b en c; of
e. de bescherming van de betrokkene of de rechten en vrijheden van anderen.
-5. Als de administratie persoonsgegevens van een derde bevat die naar verwachting bezwaar zal hebben tegen verstrekking ervan aan de betrokkene, stelt het UWV die derde in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige inspanning kost. Het UWV beslist naar aanleiding van hetgeen door die derde naar voren is gebracht of één van de in de lid 4 genoemde ² uitzonderingsgronden van toepassing is.
-6. De beslissing tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek om inzage vermeldt op welke gronden van lid 4 ³ een beperking van de inzage heeft plaatsgevonden.

1. Volgens de redactie dient "en of dan wel" te worden vervangen door: dan wel.
2. Volgens de redactie dient "één van de in de lid 4 genoemde uitzonderingsgronden" te worden vervangen door: één van de uitzonderingsgronden, genoemd in het vierde lid,.
3. Volgens de redactie dient "op welke gronden van lid 4" te worden vervangen door: op welke gronden, genoemd in het vierde lid,.

 

Art. 8. Uitvoering correctieverzoek
-1. Het UWV kan een verzoek om correctie slechts honoreren voor zover de opgenomen gegevens feitelijk onjuist zijn of voor het doel of doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend ¹ dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt.
-2. Het UWV deelt de betrokkene schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek mee of, dan wel in hoeverre, aan het verzoek om correctie wordt voldaan. Een weigering is met redenen omkleed.
-3. Het UWV voert een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk uit.
-4. Indien de persoonsgegevens zijn vastgelegd op een gegevensdrager waarin geen wijzigingen kunnen worden aangebracht, treft het UWV de voorzieningen die nodig zijn om de gebruiker(s) van de gegevens te informeren over de onmogelijkheid van verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming, ondanks het feit dat er grond is voor aanpassing van de gegevens op grond van artikel 36 van de Wbp.
-5. Indien de gegevens naar aanleiding van het verzoek zijn verbeterd, aangevuld, verwijderd of afgeschermd, brengt het UWV derden aan wie de gegevens voorafgaand daaraan zijn verstrekt zo spoedig mogelijk op de hoogte van de aangebrachte wijzigingen, tenzij dit onmogelijk blijkt of onevenredige inspanning kost.
-6. Indien de verzoeker daarom vraagt, doet het UWV opgave van de derden aan wie de wijzigingen zijn medegedeeld.

1. Volgens de redactie dient na "dienend" te worden ingevoegd: zijn.

 

 

§ 4.  Slotbepalingen

 

Art. 9.¹ Bezwaar en bemiddeling
-1. Het UWV wijst verzoeker in zijn beslissing op de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen tegen besluiten die het op grond van deze regeling neemt.
-2. Het UWV wijst verzoeker in de beslissing op bezwaar op de mogelijkheid daartegen beroep aan te tekenen dan wel een verzoek tot bemiddeling in te dienen bij het College bescherming persoonsgegevens.

1. Volgens de redactie dient artikel 9 te luiden als volgt:
Art. 9. Bezwaar, beroep en bemiddeling
-1. In het besluit op het verzoek om inzage of correctie wijst het UWV de verzoeker op de mogelijkheid bezwaar te maken bij het UWV tegen een op grond van deze regeling genomen besluit.
-2. In het besluit op bezwaar wijst het UWV de verzoeker op de mogelijkheid tegen dat besluit beroep in te stellen bij de rechtbank dan wel een verzoek tot bemiddeling in te dienen bij het College bescherming persoonsgegevens.
 
Echter, gelet op de voor ieder bestuursorgaan geldende wettelijke verplichting, bedoeld in de artikelen 3:45 en 6:23 van de Algemene wet bestuursrecht, in zijn besluiten de rechtsmiddelen te vermelden, kan worden volstaan met:
Art. 9. Bemiddeling
Behoudens het bepaalde in artikel 6:23 van de Algemene wet bestuursrecht wijst het UWV in het besluit op bezwaar op de mogelijkheid een verzoek tot bemiddeling in te dienen bij het College bescherming persoonsgegevens.

 

Art. 10. Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als 'Regeling inzage- en correctierecht UWV'.¹

1. Volgens de redactie dient artikel 10 te luiden als volgt:
Art. 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inzage- en correctierecht UWV.

 

Art. 11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het ¹ wordt geplaatst.

1. Volgens de redactie dient "het" te worden vervangen door: zij.

 

 

     Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 28 juli 2009.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[28 juli 2009]

 

[Algemeen, red.]

 

Algemeen


     De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) kent de betrokkene een aantal rechten toe waardoor hij controle kan uitoefenen op het gebruik van zijn persoonsgegevens door een verantwoordelijke. Nu het UWV voor diverse verwerkingen van persoonsgegevens is aan te merken als verantwoordelijke in de zin van de Wbp (deze zijn - tenzij zij vallen onder het Vrijstellingsbesluit [lees: Vrijstellingsbesluit Wbp, red.] - aangemeld bij het College bescherming persoonsgegevens), zal de betrokkene zijn rechten ook richting het UWV kunnen uitoefenen. Zo komt hem het recht op inzage en het recht op correctie toe. In een aantal gevallen heeft de betrokkene zelfs een wettelijke plicht om correctieverzoeken in te dienen. Op grond van artikel 33c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) heeft de betrokkene, indien hij heeft vastgesteld, of redelijkerwijs kon verwachten, dat hem betreffende gegevens niet, niet juist of niet volledig zijn opgenomen in de polisadministratie van het UWV, de verplichting om terstond een correctieverzoek in te dienen bij het UWV.

     De inzage- en correctieregeling UWV heeft enerzijds tot doel de betrokkenen een houvast te geven bij het uitoefenen van deze rechten. Anderzijds verschaft de regeling duidelijkheid over de procedure die het UWV hanteert bij het afhandelen van dergelijke verzoeken.

 

Wijze van inzage


     De regeling die het UWV heeft vastgesteld, sluit aan bij de regeling uit de Wbp. Dat betekent dat zij alleen van toepassing is op schriftelijke verzoeken om inzage of correctie. In de praktijk kan een betrokkene op een eenvoudigere - zij het niet volledige - manier inzage in zijn geautomatiseerde (digitale) gegevens krijgen. Desgevraagd kan hij dan - in persoonlijke contacten met bepaalde medewerkers van het UWV - op een beeldscherm meekijken in de gegevens die het UWV over hem heeft opgenomen. Omdat een medewerker van het UWV niet geautoriseerd is voor alle systemen die binnen het UWV worden ingezet, betekent dit wel dat de betrokkene op dat moment geen volledig inzicht kan worden gegeven. Om de belangen van eventuele derden te beschermen, krijgt hij op dat moment verder alleen inzage in die gegevens die niet ook persoonsgegevens van derden bevatten.
     Desgevraagd kan de betrokkene die gebruik maakt van het hier beschreven "informele inzagerecht" een uitdraai van de verwerkte gegevens ontvangen.

     De regeling in de Wbp beschrijft een zogenaamd open verzoek om inzage. De verzoeker vraagt of de verantwoordelijke gegevens over hem verwerkt, en zo ja, welke gegevens.
     Is er sprake van een open verzoek, dan wordt aan de betrokkene een overzicht van de verwerkte gegevens verstrekt, wat het doel is van het gebruik van deze gegevens en aan wie de gegevens eventueel zijn verstrekt. Ook moet de betrokkene geïnformeerd worden over de herkomst van zijn gegevens (artikel 7 Wbp).
     Het inzage- en correctierecht is van toepassing op zowel papieren als digitale gegevensverwerkingen.

     In de praktijk ontvangt het UWV voornamelijk gerichte inzageverzoeken. De verzoeker vraagt concreet inzage in bijvoorbeeld zijn WAO- en/of medisch dossier, zijn WW-dossier of zijn arbeidsbemiddelingsdossier, waarbij vaak direct om een kopie van het dossier wordt verzocht. Ook naar aanleiding van een afgehandeld open verzoek kan de betrokkene uiteraard een meer gericht verzoek indienen.
     Is er sprake van een gericht verzoek, dan wordt op één van de volgende wijzen inzage gegeven:
1. De betrokkene ontvangt kopieën van alle hem betreffende stukken, als het gaat om een papieren dossier.
2. De betrokkene ontvangt een begrijpelijk papieren overzicht/uitdraai van de gegevens bij geautomatiseerde verwerkingen, dat wil zeggen digitale dossiers.
3. De betrokkene wordt gevraagd ter plekke zijn dossier in te komen zien. In sommige situaties kan het wenselijk zijn een toelichting aan de betrokkene te geven bij inzage in zijn medisch dossier. Bij inzage in dikke dossiers kan het UWV deze administratief minder belastende wijze toepassen. Het is uiteindelijk de keuze van de betrokkene of hij het dossier ter plekke wil inzien of kopieën wil ontvangen.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2 (indiening van verzoeken)

     Dit artikel bevat de vereisten die aan een verzoek om inzage en/of correctie worden gesteld. Het verzoek dient in elk geval die zoeksleutels te bevatten waarmee het UWV de betrokkene in zijn systemen terug moet kunnen vinden. Voor zover hier het burgerservicenummer wordt gevraagd, dient dit uitsluitend voor dit doel.
     Is de betrokkene jonger dan 16 jaar of onder curatele gesteld, dan moet het verzoek, op grond van artikel 38, tweede lid, Wbp, door de wettelijke vertegenwoordiger worden gedaan. Het antwoord wordt in dat geval ook gericht aan de wettelijke vertegenwoordiger. Een wettelijke vertegenwoordiger die een verzoek indient, dient zich te legitimeren en aan te kunnen tonen dat hij als zodanig bevoegd is het verzoek namens de betrokkene in te dienen.
     Indien de betrokkene zich laat vertegenwoordigen, dient hierbij een door de betrokkene ondertekende machtiging, een kopie van zijn legitimatiebewijs alsmede een kopie van het legitimatiebewijs van de gemachtigde te worden overlegd. Als het verzoek wordt ingediend door een advocaat die als gemachtigde van de betrokkene optreedt, geldt de voorwaarde van het overleggen van een machtiging en kopie van een legitimatiebewijs van de gemachtigde niet.

 

Artikel 3 (kosten van verzoeken)

     Hoewel de wet de mogelijkheid biedt om een vergoeding te vragen, brengt het UWV geen kosten in rekening bij een verzoek om inzage en een verzoek om correctie.

 

Artikel 5 (toets op in behandeling nemen)

     Indien de betrokkene inzage in en/of correctie van zijn persoonsgegevens wenst, moet hij zich tot de verantwoordelijke van de betreffende verwerking wenden. De verantwoordelijke is de aangewezen instantie om zijn verzoek in behandeling te nemen.

 

Artikel 6 (behandeling van verzoeken)

     Een verzoek om inzage in of correctie van gegevens uit een medisch dossier wordt doorgezonden naar het betrokken onderdeel van Sociaal Medische Zaken (SMZ) en beoordeeld door de verzekeringsarts krachtens de aanwijzingen van de Richtlijn beheer medische gegevens vallend onder het medisch beroepsgeheim van de verzekeringsarts.
     Een verzoek om inzage in of correctie van gegevens uit een opsporingsdossier wordt doorgezonden naar het betrokken onderdeel van directie Handhaving (DHH) en beoordeeld krachtens de Instructie DHH inzage- en correctierecht.

 

Artikelen 7 en 8 (procedure verzoek om inzage en correctie)

     Deze artikelen sluiten volledig aan bij de hierover handelende artikelen in de Wbp. Als gegevens zijn gecorrigeerd, dient de betrokkene een belang te hebben bij het, na verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van de gegevens, inlichten van derden aan wie de gegevens hieraan voorafgaand zijn verstrekt. Ontbreekt dit belang, dan kan gesproken worden van een onevenredige inspanning voor het UWV om deze derden op de hoogte te brengen van de aangebrachte wijzigingen en kan de mededeling derhalve achterwege blijven.

 

Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.